Die man is eng en moet dood, zegt Willem Holleeder

Morgen besluit het hof of het verklaringen van kroongetuige Fred Ros gaat gebruiken. Maar hoe ziet Freds waarheid er uit?

De carrière van moordmakelaar Fred Ros begint in het najaar van 2002. Hij is nog een beginneling als hem gevraagd wordt het adres van een man in Abcoude te achterhalen. Het gaat om Leen Bosnie.

Leen wie? Leen Bosnie is, zo leert Ros, een zakenpartner van Willem Endstra. En Endstra, ja, die kent iedereen met een beetje standing in het Amsterdamse milieu. Hij is de bank van de onderwereld. Bosnie zat te dicht tegen Endstra aan, vertelt Ros. En dat „irriteerde” Willem Holleeder, vertelt Ros de politie. „Hij had veel minder bewegingsvrijheid omdat die Bosnie best wel veel hoorde (…). En dat schijnt het conflict geweest te zijn waarom die dus geliquideerd zou moeten worden.”

Het verhaal van Ros vertoont opmerkelijke overeenkomsten met wat wijlen Willem Endstra – de ‘onderwereldbankier’ werd in 2004 doodgeschoten – vertelde aan de recherche. Holleeder vond Leen Bosnie „eng”, zo vertelde Endstra ook. „Er speelt iets waarom Holleeder heel kwaad was op Bosnie. Daar heb ik Leen nog voor gewaarschuwd.”

De ergernis bij Holleeder zat diep, leert Ros later van zijn maatje, huurmoordenaar Jesse R. Achteraf hoort Ros van Jesse dat de geplande moord op Leen Bosnie werd besteld door Holleeder zelf.

Waarom had Holleeder zo’n hekel aan Leen Bosnie, dat ‘de Neus’ hem dood wilde?

Dat heeft iets te maken met de strijd in de Amsterdamse onderwereld. Leen Bosnie, ook wel zwarte Leen genoemd vanwege zijn donkere haar en huidskleur, handelde in vastgoed en deed daarbij zaken met Endstra. Bosnie had ook goede banden met John Mieremet, in 2002 de grote rivaal van Willem Holleeder. Bron van die vivaliteit was geld, dat Mieremet en Holleeder allebei hadden gestald bij Endstra.

Hun ruzie kwam naar buiten in de zomer van 2002. Mieremet omschreef Endstra in een veelbesproken interview met De Telegraaf als bank van de onderwereld. En Holleeder als zijn bewaker.

Ros wist dat allemaal nog niet toen hij op zoek ging naar gegevens over Leen Bosnie. Eind 2002 achterhaalde hij diens adres. En voor wie denkt dat de georganiseerde misdaad georganiseerd is: dat gebeurde bij toeval. „Ik reed een keer met Jesse door de stad (…) en toen stond hij [Leen Bosnie, red.] naast ons in de auto. (…) En dus toen is het kenteken genoteerd. (…) Op een avond, ik ging gewoon een beetje rijden, en toen zag ik in ieder geval die auto staan bij het huis in Abcoude.”

Dan gaat het snel. Ros regelt dat er een auto – een bordeauxrode Chrysler Voyager met een „afgeschermde voorkant” en „een grijze tussenwand” – wordt geparkeerd vlakbij het huis van Bosnie. Hij denkt dan nog dat ze de vastgoedhandelaar willen ontvoeren. Niets is minder waar. Ros: „Nou achteraf heb ik gehoord dat ze klaar hebben gelegen met een, met vuurwapens. Achteraf gehoord hè, niet uit eigen waarneming. Achteraf heb ik gehoord dat die twee jongens in de auto hebben gelegen met vuurwapens en dat hij aan kwam rijden en dat ze net nou een halve, tien seconden te laat waren. Dat hij de voordeur al dichtgetrokken had.”

Een mislukte liquidatie dus, van een vijand van Willem Holleeder die werd besteld door de Neus zelf. Het is materiaal dat justitie kan gebruiken om te bewijzen dat Holleeder zelf betrokken is bij onderwereldmoorden.

Maar klopt het ook? Ros twijfelt niet: „De eerste contacten zijn met Willem en Jesse”, vertelt hij tegen de politie. Op de vraag hoe hij dat weet, antwoordt Ros: „Dat heeft Jesse tegen mij gezegd.”