De meeste verdachten komen niet of zijn allang gestorven

Vandaag begint in België een monsterproces tegen 46 jihadisten van Sharia4Belgium. De Belgische staat kampt met bijzonder veel Syriëgangers en wil een daad stellen. Maar er is amper bewijs.

Het wordt een uniek proces – het eerste in deze omvang in Europa sinds het begin van de oorlog in Syrië. In Antwerpen start vandaag het proces tegen 46 Belgische jihadisten en Syriëstrijders die worden verdacht van deelname aan terroristische activiteiten.

Dat België de primeur heeft is geen toeval. Van de ruim 3.000 jonge Europeanen die strijden met IS of andere bewegingen in Syrië en Irak komt een buitenproportioneel aantal uit België. Van de naar schatting 320 Belgische Syriëstrijders kwamen inmiddels 40 jongens om en 80 keerden terug. Tweehonderd Belgen vechten er nog. „Elke dag vertrekken er weer jongens,” zegt de Vlaamse jihadexpert Montasser AlDe’emeh, verbonden aan de Universiteit Antwerpen.

Vlaamse steden als Antwerpen en Vilvoorde worden betiteld als ‘hofleveranciers’. Maar de échte hofleverancier, volgens het Belgisch Openbaar Ministerie, is het in 2010 opgerichte Sharia4Belgium van geestelijk leider Fouad Belkacem uit Antwerpen. Alle verdachten zouden banden hebben gehad met het inmiddels opgeheven Sharia4Belgium.

Juridisch monster

De grootste blikvanger tijdens het proces is Belkacem, die sinds april 2013 vastzit op verdenking van het oproepen tot haat en geweld. Vanuit zijn cel schreef Belkacem vorige week alvast een aanklacht tegen „dit politieke proces” waarmee volgens hem „de bevolking angst wordt ingeboezemd met leugens over Sharia4Belgium”.

Het wordt sowieso een „bizar spektakel”, zeggen betrokken advocaten en rechtbankjournalisten.

„Men heeft een juridisch monster gecreëerd,” zegt journalist Jan Heuvelmans die de voorbereidingen volgde. Uit de hele wereld komen media naar Antwerpen, maar de kans bestaat dat ze met lege handen naar huis gaan, vreest Heuvelmans. „Er valt weinig te bewijzen en veel van de verdachten laten verstek gaan of zijn allang gestorven in Syrië. In het beste geval draven slechts acht verdachten op.”

Na de recente dodelijke aanslag door een IS-aanhanger op het Brusselse Joods Museum en de wereldwijde campagne tegen IS, wil de Belgische staat „een daad stellen,” zegt jihadexpert AlDe’emeh. „En dus moeten de Sharia-jongens worden gecriminaliseerd. Maar er is geen enkel bewijs dat Sharia4Belgium ooit heeft opgeroepen tot terreurdaden.” Volgens AlDe’emeh heeft Sharia-leider Belkacem jonge, gefrustreerde moslims „die met hun geloof dramatisch vastlopen in de Belgische maatschappij” een platform geboden. „Maar hij heeft ze nooit vliegtickets en wapens gegeven. Belkacem zat al in een cel nog vóór het fenomeen van Syriëstrijders op gang kwam.”

Verdachte én kroongetuige

Het proces wordt een „rumble in the jungle”, zegt Kris Luyckx, advocaat van de 19-jarige Jejoen Bontinck, de andere spilfiguur. In het proces is Bontinck verdachte, slachtoffer en kroongetuige tegelijk. Als Sharia-aanhanger vertrok hij naar Syrië „om er te helpen”, maar werd gevangengezet door medestrijders. Zijn bevrijding door zijn vader Dimitri, uit het complex waar hij een cel deelde met de onlangs onthoofde Amerikaan James Foley, werd wereldnieuws.

Over zijn opsluiting zweeg Jejoen bij thuiskomst aanvankelijk, uit angst voor represailles, zegt advocaat Luyckx. Pas later zei Bontinck dat hij door zijn eigen Sharia-vrienden was vastgezet en gefolterd. „Hij was onvoldoende recht in de leer,” zegt Luyckx. „Hij ging erheen om als vrijwilliger te werken in ziekenhuizen. Jejoen is een zachtaardige jongen.”

Maar in de rechtszaal zal Bontinck worden geconfronteerd met een heel ander verhaal. Volgens Syriëstrijders werd Bontinck door zijn vrienden verstoten omdat hij meerdere meisjes zou hebben misbruikt, zegt AlDe’emeh die afgelopen zomer voor zijn onderzoek twee weken samenleefde met Belgische jihadisten in Syrië. „Vader Dimitri Bontinck noemt Sharia-leider Belkacem een duivel. Maar tegelijk heeft Staatsveiligheid opnames van een telefoongesprek waarin Dimitri bij Belkacem smeekt om zijn zoon Jejoen weer op te nemen in de groep.”

De jongeren blijven maar gaan

AlDe’emeh vraagt zich af of „dit politie proces” wel meerwaarde heeft. „Met of zonder proces, er vertrekken vandaag opnieuw jongeren om te gaan vechten in Syrië.”

Op een terras in Molenbeek, een Brusselse gemeente waar volgens AlDe’emeh veel jonge moslims „met de ziel onder de arm lopen”, wijst hij naar een jongen die voorbij komt. „Met zo’n baard krijg je natuurlijk nooit een job. Voor jonge moslims, die hun geloof honderd procent serieus nemen, is er in West-Europa geen plaats. Zo voelen ze dat. Naar Syrië gaan om er mee te strijden is een statement – je afzetten tegen het Westen – maar ook een verlossing. Eindelijk belanden ze ergens waar ze zich niet meer hoeven te verantwoorden voor waar ze in geloven.”