Zielig vogeltje

De bedreigde balispreeuw heeft op het eiland Nusa Penida een nieuw leefgebied gekregen. Maar natuurkenners vragen zich af of verplaatsing het probleem oplost.

Foto Thinkstock

Op teenslippers sluipen we door een stoffig cassaveveld. Vogelverzorger Nengah Sudipa gaat voorop. We zijn op zoek naar een van de mooiste en zeldzaamste vogels van Indonesië, maar tot nu toe horen we alleen het gekwetter van de doodgewone roetkopbuulbuul.

Veel tijd is er niet meer. De zon gaat onder. Maar dan, als op afspraak, klinkt de onmiskenbaar schelle roep van de balispreeuw. De spanning verdwijnt uit het gezicht van Nengah. We lopen in de richting van het geluid. Zonder om te kijken steekt Nengah twee vingers op. Het is het koppeltje dat we zochten. Nu de avond valt, zoeken ze hun nest op, in de boom naast de hindoetempel van het dorpje Ped.

Door onze verrekijkers zien we het mannetje, zijn sneeuwwitte verenkleed en kobaltblauwe oogmasker. Als hij zich van de tak laat vallen, spreidt de spreeuw zijn zwartgetipte vleugels uit. De vogel is prachtig. Maar hij hoort hier niet.

We zijn op Nusa Penida, een klein en arm eiland ten zuidoosten van Bali. Oorspronkelijk komt de balispreeuw (Leucopsar rothschildi) alleen voor op Bali zelf. In 1991 werd de fraaie vogel zelfs uitgeroepen tot mascotte van Bali. De balispreeuw is afgebeeld op de Indonesische 200 roepie-munt. De balispreeuw is een Balinees icoon. Maar voor hoe lang nog? Op Bali zijn er bijna geen balispreeuwen meer.

De balispreeuw is mooi en geliefd, en dat is meteen het probleem. Iedereen wil een balispreeuw in een kooitje. Rijke verzamelaars binnen en buiten Indonesië tellen gerust een paar honderd Amerikaanse dollar neer voor een exemplaar. Een klein fortuin, voor Indonesische begrippen.

De balispreeuw is de afgelopen decennia massaal gevangen en verhandeld. Begin jaren 90 balanceerde de vogel op het randje van uitsterven. Zijn leefgebied was inmiddels gekrompen tot het natuurpark in het meest noordwestelijke puntje van Bali. In 1990 leefden er naar schatting nog maar 13 balispreeuwen in het park (Creative Conservation, 1994). De populatie is sindsdien aangevuld met gekweekte vogels, maar illegale stroperij blijft een probleem.

Op Nusa Penida heeft de balispreeuw een tweede kans gekregen. In 2006 werden de eerste vogels er losgelaten, 65 stuks. Niet iedereen vond dat toen een goed idee. Bas van Balen, vogelaar en voormalig medewerker van Birdlife International, zegt dat de introductie van de balispreeuw op Nusa Penida op verzet stuitte onder wetenschappers en natuurbeschermers. Sommige natuurbeschermers spraken van faunavervalsing: de balispreeuw hoort niet op Nusa Penida en zou inheemse bedreigde vogels zoals de zwartvleugelspreeuw (Acridotheres melanopterus) kunnen verdringen. „Mijn grootste bezwaar was dat Nusa Penida de aandacht af zou leiden van de vogels in het natuurpark op Bali. Dat is gelukkig niet gebeurd”, zegt Van Balen.

Inmiddels lijkt de balispreeuw zich thuis te voelen op het droge en ruige eiland. Er zouden nu meer dan honderd vogels leven.

We volgen de balispreeuwtjes van boom naar boom. Dan klinkt plots een staccato gekrijs: KEKEKE!. Nengah heeft meteen door wat er aan de hand is. „Lizard!”. We zien nog net hoe een slanke bruine varaan uit de boom wegvlucht. De vogels lijken ongedeerd.

„Een groot probleem”, verzucht Nengah later. „Als een balispreeuw wordt aangevallen, vliegt hij niet weg, maar slaat alarm. De partner schiet te hulp en samen proberen ze de belager af te slaan. Dapper, maar soms sterven ze allebei. We verliezen zo veel spreeuwen.”

Varanen vormen niet het enige gevaar voor de balispreeuw. Gekko’s roven eieren en kuikens uit hun nesten. Bijen maken hun nest in de nestkasten die Nengah heeft opgehangen.

Een soort omkoperij

„Ik maak me alleen zorgen om de mensen, nooit om de natuur”, zegt Bayu Wirayudha later in zijn kantoor in Ubud op Bali. Bayu is de directeur van Friends of the National Park Foundation (FNPF), de natuurorganisatie achter het balispreeuwproject. „Als de mensen van Nusa Penida niet achter het project staan heeft het redden van de balispreeuw geen zin”, zegt Bayu. „Daarom hebben voor we vóór de introductie al met dorpleiders gepraat. Alle veertig dorpen op Nusa Penida hebben toen awig-awig, traditionele wetten, aangenomen die het verbieden om balispreeuwen te vangen.”

Met een aanhoudend charmeoffensief wil Bayu de bevolking voor de FNPF en de balispreeuw te winnen. Bewoners kunnen gratis jonge fruitboompjes ophalen bij het vogelcentrum. Zijn organisatie kent studiebeurzen toe aan talentvolle scholieren. Vrijwilligers geven Engelse les op school. „Het is een soort omkoperij” zegt Bayu, „maar wel van het goede soort.”

Andere vogels genieten geen bescherming. In een warung op Nusa Penida zit een opgefokte langstaartklauwier (een Aziatische zangvogel) in een veel te kleine kooi. Bayu vindt dat prima. „Als ik alle roetkopbuulbuuls en langstaartklauwieren van het eiland zou kunnen verwijderen, zou ik dat het meteen doen”, zegt hij. „Er zijn er te veel. Bovendien zijn het exoten, afkomstig uit Thailand.”

De balispreeuw hoort ook niet thuis op Nusa Penida. Is dat niet inconsequent? Bayu vindt van niet. „De balispreeuw komt tenminste nog van Bali.”

De balispreeuw lijkt voorlopig gered. Toch vindt vogelkenner Bas van Balen het geen duurzame oplossing. „Voor transplantatie uitverkoren gebieden zijn toch vaak kleine, geïsoleerde eilanden met hun eigen kwetsbare vogelgemeenschappen”, zegt Van Balen. „Beter is het om in het natuurlijke leefgebied de omstandigheden te verbeteren, de vogelvangst te verbieden, en plaatselijke bevolking voor te lichten.”

Bayu denkt daar anders over. Op het terrein van de FNPF staat een kooi. Een dozijn rijstvogels (Lonchura oryzivora) vliegt verschrikt van de ene naar de andere hoek als de doek wordt opgelicht. Rijstvogels zijn bedreigde vinken, die oorspronkelijk alleen op Java voorkomen.

Als het aan Bayu ligt, vliegen ook deze vreemdelingen binnenkort over Nusa Penida uit.