Voor volk, sponsor en vaderland

Bij een wereldkampioenschap denk je aan landen die het tegen elkaar opnemen. Maar zo werkt het niet in de wielersport. Onderlinge vetes en sponsorrelaties spelen een grote rol op het WK Wielrennen.

Foto

Een renner van de rood-zwarte ploeg op kop, daarachter een groepje van drie met nog een rood-zwart truitje. Duidelijke situatie. Of de koploper wint, of zijn ploeggenoot die ‘in een zetel’ wordt teruggebracht vooraan. Gewonnen koers voor rood-zwart. Behalve één dag per jaar, bij het WK. Kijk dan niet alleen naar de kleur van het landenshirt maar ook naar de broek, met vaak de naam van de sponsor bij wie de renner in dienst is. „De belangen van landenploegen en sponsorploegen lopen dwars door elkaar”, zegt oud-bondscoach Egon van Kessel. „Een WK is tactisch zo complex. Het is totaal oncontroleerbaar.”

In het rood-zwarte shirt van Spanje ging Joaquim Rodriguez vorig jaar in Florence winnen, hij wist het zeker. Alleen op kop, achter hem bewaakte landgenoot Alejandro Valverde de Italiaan Vincenzo Nibali en de Portugees Rui Costa. Tot de ervaren Spanjaard zich ‘zomaar’ Rui Costa liet wegrijden. Allebei sponsornaam Movistar op de broek, vandaar?

„Vaak is het niet wat het lijkt”, stelt Leo van Vliet, bondscoach van 2009 tot en met 2012. „Rui Costa zou het jaar erop naar Lampre gaan, dus er was geen sponsorbelang. Valverde reed niet omdat hij ruzie had met Rodriguez, een dingetje uit de Vuelta of zo.” Typisch het WK. „Niets is wat het lijkt.”

Marianne Vos is de ‘kannibaal’

Zaterdag (vrouwen) en zondag (mannen) wordt in het Spaanse Ponferrada gestreden om de regenboogtrui. Bij de vrouwen is ‘kannibaal’ Marianne Vos al jaren een constante factor, op wie iedereen de wedstrijd afstemt. Maar bij de mannen? Velen achten zich kansrijk op de 14 omlopen van 18,2 kilometer. Draagt de thuisploeg, met de ‘vrienden’ Valverde en Rodriguez, de koers? De Belgen schuiven Tom Boonen van Omega Pharma-Quickstep naar voren, maar ook Philippe Gilbert en Greg van Avermaet van BMC. Rijdt Tom Dumoulin voor eigen kans, of helpt hij zijn Duitse ploeggenoot John Degenkolb aan een sprintzege? En waarom doet Niki Terpstra eigenlijk niet mee?

Boonen noemde het gisteren bij de NOS niet verstandig dat de Nederlandse bondscoach Johan Lammerts Boonens ploeggenoot Terpstra niet opstelt. Maar allicht schuilt daarin juist een reden. Is de winnaar van Parijs-Roubaix loyaal aan zijn Belgische kopman of aan de nationale ploeg?

„In mijn tijd was Servais Knaven een van de betere renners”, vertelt Van Kessel, die vier WK’s de Nederlandse profs leidde. „Hij had eigenlijk moeten meedoen, al schoot hij bergop tekort voor een topklassering. En hij reed bij Quickstep het hele jaar met Boonen en Bettini, onze concurrenten op een WK. Ik vond het een te groot risico om hem te selecteren.”

Ik gun jou die regenboogtrui niet

Toch ziet Van Vliet sponsorbelangen niet als belangrijke factor voor de WK-tactiek. „Wanneer was dat beslissend voor de uitslag? Wat bij WK’s wel meer speelt, is onderlinge jaloezie. Als Knetemann kampioen wordt, denkt Raas: dat is niet goed voor mij. Dan moet je de eigen belangen opzij zien te krijgen.” Van Kessel: „Binnen sponsorploegen spelen vaak controverses tussen renners uit hetzelfde land. De een gunt de ander die regenboogtrui niet. Dan maar die ploeggenoot uit dat kleine land.”

De afgelopen jaren won twee keer een renner uit een land met slechts drie deelnemers: de Noor Thor Hushovd (2010) en de Portugees Rui Costa (2013). „Als het alleen om landenbelangen zou gaan, hadden ze niet gewonnen”, zegt Van Kessel. Vaak ook winnen renners die het jaar erop van ploeg wisselen. Kan Peter Sagan, zondag in koers met slechts twee Slowaken, alvast rekenen op de steun van zijn toekomstige ploeggenoten van Tinkoff-Saxo? „Kan”, zegt Van Kessel. „Maar voor je denkt dat het zo gaat, gaat het weer anders.” Of heeft Sagan nog iets tegoed van zijn vriend Vincenzo Nibali, die hij in Sheffield een Tourrit hielp te winnen? „In het wielrennen spelen altijd verborgen agenda’s.”

Op kop voor de Italianen

Van Kessel bereidde zich daarom altijd minutieus voor op die ene dag per jaar dat hij de beste renners van het land leidde. „Ik las alles in de laatste weken voor een WK, luisterde naar mijn toprenners. Wie zit met wie in de slag? Die kennis gebruik je. In mijn tijd waren de Italianen favoriet. Dan had je vaak Oost-Europeanen, die het jaar erop naar een Italiaanse ploeg konden. Dus dan wist je dat die in het begin veel op kop gingen rijden.”

De rol van bondscoach moet niet worden overschat, vindt Van Vliet. „Voordat je weet hoe renners zijn, is het WK alweer afgelopen. Ik probeerde het met een kwinkslag of met dingen in de motivatie.” En in zijn eerste jaren met een gesponsorde premiepot. „Geld verenigt de belangen het best.” Eenmaal in de wedstrijd hield zijn invloed vrijwel op, al probeerde Van Vliet het in 2012 met infoborden op de Cauberg.

Achteraf krijgt coach de schuld

Invloed op de tactiek? „Je moet een goede beoordeling maken van het parcours en de kopmannen overtuigen van jouw visie”, zegt Van Kessel. „Maar de Nederlandse toprenners kunnen bij hun ploegen het hele jaar doen en laten wat ze willen. Ga dat maar aansturen. De meeste renners willen alleen tot op zekere hoogte verantwoordelijkheid voor het tactische plan. Dan kun je achteraf altijd nog de coach de schuld geven. Moeilijk vak hoor, bondscoach van Nederland.”

Waarom niet gewoon een WK met de sponsorploegen waarin renners het hele jaar rijden? „Ben je gek”, zegt Van Kessel. „Juist de landenformule maakt het zo onvoorspelbaar. In Luik-Bastenaken-Luik rijden ze met 120 man naar de laatste klim. Als je het laatste half uur kijkt, mis je niets. Het WK is de krent in de pap van het wielerseizoen, ik zit de hele dag voor de tv.” Net als Vliet. „Je vraag je constant af wat er nu weer gebeurt. En je ziet allerlei dingen die er achteraf nooit zo geweest blijken te zijn.”