Voetbal blijft

Niet ver van waar ik hier woon op dit Griekse eilandje staat een lagere school met een grote speelplaats. Of misschien is het een soort moderne mulo. De vernieuwingen van de laatste halve en kwart eeuw heb ik niet meer gevolgd. Geen belang bij. Maar deze school heeft in ieder geval nog een paar dingen die me aan vroeger doen denken. Om te beginnen hoor je om een uur of negen een lang, dwingend gerinkel. Het ordeloos lawaai van het schoolplein sterft snel weg, de kinderen gaan zich weer op het grote-mensenleven voorbereiden. Om een uur of twaalf weer die bel, meteen gevolgd door het snel aanzwellend lawaai van de vrijgelaten jeugd.

Vandaag is het vrijdag. Dan blijven de liefhebbers voetballen op het schoolplein, wat je hoort aan de doffe ploffen van de bal die door de voet geraakt wordt. Een van de meest internationale geluiden. De rest gaat naar huis, laten we dat tenminste hopen. Zo uitdagend zien deze pubers er trouwens niet uit. Ze dragen allemaal een laaghangend rugzakje. Het lijkt me dat door dit soort bagage het vechten wordt bemoeilijkt. Misschien zit er wel een laptopje in, of nog meer kwetsbaar digitaal gereedschap voor de verzameling sociale media waarmee de jeugd van nu zich door het leven slaat. Dat zie ik in Amsterdam als ik in een tram vol schoolkinderen zit. Een jaar of tien geleden nog was het daar een hels kabaal. Nu zitten ze allemaal aan een klein apparaatje te friemelen. Sms-verkeer gaat geruisloos.

Op de middelbare school zeulden we vroeger zes dagen per week een zware tas vol boeken mee. Rugzakken waren voor bergbeklimmers. De vrije zaterdag bestond nog niet. Die tas kon je desnoods ook als wapen gebruiken. Er zaten boeken in voor alle vakken, Nederlands, als je op het gymnasium zat Latijn en Grieks, geschiedenis, natuurkunde. En de schoolagenda, het boekje waarin je opschreef wat voor huiswerk je moest doen. De school schreef voor welke leerboeken je moest gebruiken maar de agenda was vrij. Vandaar dat concurrerende uitgevers probeerden, dit boekje zo mooi en moppig mogelijk te maken.

Een voorbeeld. Het nieuwe schooljaar was begonnen, ik zat in de vierde of vijfde klas en bekeek mijn verse agenda. Daar ontdekte ik een gedichtje over een zekere Wim die het spellen maar niet kon leren. Vooral met het woord buitensporig had hij moeite. Hij probeerde het weer. Deze keer werd het sporenbuitig. Nog een keer. Spuitenborig. Hij gaf het op. Dat soort grapjes beviel me wel. En dan een ander genre: jeukt jouw neus ook zo als mijn jeukende neus jeukt? Spreek die zin maar eens op maximumsnelheid uit. Veel later pas verscheen het boek van Battus, Opperlandse taal- en letterkunde, de grootste verzameling woordspelingen, grappen, taalabsurditeiten ter wereld. Battus is een pseudoniem van Hugo Brandt Corstius. Dit jaar is hij gestorven.

Het schoolleven van voor de digitale revolutie was overwegend conservatief zoals duidelijk blijkt uit het meesterwerk van Theo Thijssen, Kees de jongen. Kees is de uitvinder van de zwembadpas, een speciale manier van lopen waarmee hij verbazing en bewondering in de wereld hoopt te wekken, en vooral bij het meisje Rosa op wie hij verliefd is. Ik ben een stuk jonger dan Kees. In mijn schooltijd was er nog geen televisie, maar de radio speelde een grote rol. Op zondagavond De Avonturen van Ome Keessie, een hoorspel voor luisteraars van acht tot tachtig jaar en ouder. Het was niet mis wat Ome Keessie en zijn trouwe makker Ome Daan allemaal beleefden, maar voorzover ik weet heeft het niemand van mijn generatie ooit tot navolging geïnspireerd.

De periode die voor mijn generatie in de loop van de Tweede Wereldoorlog geleidelijk maar tenslotte radicaal is geëindigd was een tijd van meegaandheid en gehoorzaamheid. Agenten deden op de fiets hun ronde en als ze iets zagen dat niet in de haak was, herstelden ze de orde met hun bel. Ping-pang. Tegen alle vreemde mensen en ook je vader en moeder zei je u. Karl Marx had het al goed begrepen. In Nederland komt geen revolutie, zei hij, want daar mag je niet op het gras lopen.

Na 1940 hebben we twee grote revoluties meegemaakt: vijf jaar oorlog en internet. In de Hongerwinter heeft de jeugd korte metten gemaakt met de zeden en gewoonten van de ouders, en door internet is de nieuwe praktijk tenslotte algemeen aanvaard. Alleen het voetbal is niet veranderd.