Ook dikkere mensen mogen weleens op tv

Onze professoren, onze topzakenlieden en bestuurders: ze zijn bijna altijd belachelijk slank. Ook tegen discriminatie op basis van gewicht moeten we ten strijde trekken, zegt Rosanne Hertzberger.

Ik ging naar een optreden van Roxane Gay. Ze is essayist, activist, feminist en tegelijkertijd professor in de Engelse fictie. In St. Louis las ze op een podium in een volgepakt zaaltje stukken voor uit haar nieuwe boek Bad Feminist. Ik vond haar grappig, interessant, provocerend, ze zei zinnige dingen en het was een bijzondere ervaring om haar te zien optreden. Pas op de weg terug naar huis realiseerde ik me waarom. Dit was de eerste keer dat ik echt onder de indruk was geweest van iemand met ernstig overgewicht. Dit was mijn eerste ontmoeting met een obese intellectueel.

Het is lastig om dat soort vooroordelen toe te geven aan jezelf. Ik verzet me er krampachtig tegen, maar de realiteit is dat ik barst van de vooroordelen over obesitas. In mijn wereld zijn dikke mensen vrachtwagenchauffeur of bijstandsmoeder. Ze geven in ieder geval geen college Engelse fictie.

Nu is Roxane Gay ook echt een zeldzaam geval. In de westerse wereld is obesitas voornamelijk een probleem van de laagste sociaal-economische groepen. Vooral in de statistieken over heel dikke mensen (bmi 30+, dan weeg je als je 1.70 meter lang bent, meer dan 87 kilo) zie je dat terug. Meer dan één op de vijf mensen met alleen basisonderwijs heeft ernstig overgewicht, één op de achttien met een universitaire opleiding. Obesitas komt drie keer zo vaak voor bij jongeren in de laagste inkomensklasse als in de hoogste. Dat obesitas nog steeds „welvaartsziekte” wordt genoemd, is nogal dubieus.

Roxane Gay schrijft over de hartverscheurende gevolgen van haar overgewicht, de zelfhaat, de ongemakken, de schaamte. Als student arriveert ze als eerste voor college, en vertrekt als laatste zodat niemand ziet hoe ze zich in de bankjes moet wurmen. Ze durft niet in het openbaar te eten, ze is bang voor wiebelige stoeltjes. En bij elke stap die ze buiten de deur zet, krijgt ze een vrachtlading aan discriminatie en vooroordelen over zich uitgestort (door mensen zoals ik).

Er zijn talloze voorbeelden: dikke dokters krijgen minder vertrouwen. Dikke patiënten krijgen minder respect. Dikke verdachten krijgen langere gevangenisstraffen. Dikke kinderen worden vaker gepest. Dikke mensen krijgen minder salaris en minder waardering, en de kans dat een dikke sollicitant wordt aangenomen is klein.

Gewichtsdiscriminatie is misschien nog wel ernstiger dan die op basis van ras en geslacht, omdat er zo weinig uitzonderingen zijn. Een rechter of een arts is nog weleens een vrouw. Een minister of burgemeester nog weleens een moslim. Maar diversiteit is in geen velden of wegen te bekennen als het gaat om gewicht. Onze professoren, onze topzakenlieden, onze bestuurders, ze zijn vooral belachelijk slank. Eén op de tien Nederlanders heeft tegenwoordig ernstig overgewicht. Maar dat hele deel van de bevolking, is vrijwel onzichtbaar. Ze zijn nauwelijks te zien op televisie, in de krant, op de universiteit; ze leven in een parallelle wereld.

Gewoon een probleem van ‘te veel vreten’

De kans dat die situatie verandert is nihil. Er zijn geen actiegroepen, emancipatie-initiatieven of demonstraties voor gelijke behandeling als het gaat om obesitas. De meerderheid vindt dat obesitas een kwestie is van te veel eten. En als je er zelf iets aan kunt doen, dan ben je niet zielig, dan moet je niet om betere behandeling zeuren, maar gewoon afvallen. Ook al laten talloze studies nu zien dat overgewicht al ontstaat tijdens de vroege jeugd, dat wat je ouders aten een cruciale factor is voor overgewicht, dat obesitas ontstaat in een bepaalde omgeving, door stress, door geldtekort – al die kennis verandert niets. De algemeen heersende opvatting is dat obesitas gewoon een probleem is van te veel vreten. De enige toegangsweg tot een volwaardig leven als burger van de Nederlandse maatschappij, is afvallen.

Daar is wel iets mis mee. Terwijl we alle discriminatie in Nederland te vuur en te zwaard bestrijden, doen zelfs heel intelligente Nederlanders de volledige uitsluiting van dikke mensen in onze maatschappij af als hun eigen probleem. Dat is té makkelijk. Het gaat om té veel mensen. Zelfs als er een uitweg bestaat voor mensen met obesitas, zelfs als het een enkeling daadwerkelijk lukt om af te vallen, dan nog verdient deze groep een betere kwaliteit van leven, een betere behandeling.

En er zijn waarschijnlijk effectievere manieren om dat te bereiken dan alleen maar méér dieetprogramma’s over de schutting te gooien. Misschien is emancipatie niet eens zo’n heel gek idee. We zouden ernaar kunnen streven dat mensen met overgewicht iets minder worden weggehoond, iets vaker gelijk behandeld worden, iets meer gaan verdienen, iets vaker op de universiteit komen.

Misschien moeten er gewoon iets meer mensen komen zoals Roxane Gay.