Moordenaar te huur: wie wilde Thomas dood?

Met de verklaringen van kroongetuige Fred Ros probeert justitie de opdrachtgevers van liquidaties te pakken. Dinsdag beslist het Amsterdamse hof of zijn verklaringen mogen worden gebruikt. Ros: negen van de tien slachtoffers hadden een conflict met Holleeder.

FOTO ANP

De samenvatting van het criminele leven van kroongetuige Fred Ros telt precies 365 pagina’s. Tegen de politie vertelde hij een treurig relaas over moord en doodslag in de onderwereld. Het verhaal van een dienstverlener; Fred heeft niet voor niets de bijnaam ‘moordmakelaar’. Hij was de man in het midden. Hij kreeg te horen wie er wanneer moest worden omgelegd. En, belangrijker, hij zegt te weten wie de moorden bestelden en wie de liquidaties uitvoerden.

In Fred’s wereld waren de verhoudingen helder. Drie mannen maakten de dienst uit: Dino S., Willem Holleeder en de in 2011 vermoorde crimineel Stanley Hillis, een voormalig bankovervaller die in 1985 landelijke bekend kreeg na een televisie-interview met VARA-coryfee Sonja Barend. Zij gaven de moordopdrachten, droegen de informatie aan om de liquidaties uit te voeren en regelden het geld. Die pot met geld werd beheerd door Willem Holleeder, aldus Ros. Het gaat om misdaadgeld dat door meerdere criminelen werd gestald bij vastgoedbaron Willem Endstra, beter bekend als de bankier van de onderwereld.

Het verhaal van Fred Ros heeft ook een andere kant. Fred vertelt over zijn vriendinnen, frequente reisjes naar Spanje, Albert Heijn-tassen vol met cash en snelle auto’s. Fred had iets met auto’s – zijn andere bijnaam is niet voor niets Fredje Hummer. „Ik had er een heleboel: een ML, een Sl, een Audi, een Mercedes. Van alles.”

De 46-jarige Hilversummer Ros – donkerblond, blauwe ogen, grote wenkbrauwen en een postuur dat frequent sportschoolbezoek verraadt – vertelt op basis van zijn eigen ervaringen over de verhoudingen in het criminele milieu. Hij heeft geen bezwaar tegen het gebruik van zijn achternaam.

Boeven vangen doe je soms met boeven. Met het relaas van Fred Ros, die begin 2013 werd veroordeeld tot 30 jaar cel voor zijn rol bij een aantal onderwereldmoorden, hoopt het Openbaar Ministerie de opdrachtgevers voor verschillende huurmoorden te ontmaskeren. Dat is voor justitie de rechtvaardiging om de celstraf van Fred Ros te halveren tot 15 jaar.

Die opdrachtgevers zijn de dans ontsprongen in de zogenoemde Passagezaak, het langlopende onderzoek naar liquidaties en diverse pogingen daartoe. De rechtbank veroordeelde begin 2013 drie moordenaars tot levenslang, maar sprak de vermeende opdrachtgevers wegens gebrek aan bewijs vrij. Dat bewijs, zo hoopt justitie, wordt geleverd door Fred Ros, de moordmakelaar die contact had met uitvoerders én opdrachtgevers.

Het Amsterdamse gerechtshof, waar de zaak nu dient in hoger beroep, zal komende dinsdag een eerste oordeel vellen over de verklaringen van de nieuwe kroongetuige. Is hij betrouwbaar en geloofwaardig? En dragen zijn verklaringen bij tot het bewijs in het onderzoek naar onderwereldmoorden dat al sinds begin 2007 loopt?

Gemakkelijk wordt dat niet. Want in tegenstelling tot wat de term georganiseerde misdaad doet vermoeden, gaat het er alles behalve georganiseerd aan toe in de onderwereld, zo blijkt uit het relaas van Fred Ros. Niets is wat het lijkt in het ondergrondse spiegelpaleis van de misdaad. Iedere crimineel vertelt een verhaal waar zijn eigen waarheid achter schuilgaat.

Thomas van der Bijl

Hoe is Fred Ros in zijn rol van kroongetuige terechtgekomen? Voor het antwoord op die vraag moeten we terug naar 20 april 2006.

In zijn zilvergrijze Mercedes ML brengt Ros die donderdagochtend rond half negen zijn kinderen naar school in Leidschendam. Op hetzelfde moment rijden twee huurmoordenaars met een zilveren Audi A4 Amsterdam-West binnen. De twee mannen, Dwight S. en Remy H. hebben een opdracht: ze moeten de geblondeerde en ietwat vadsige eigenaar van café De Hallen vermoorden. Het is kroegbaas en hasjhandelaar Thomas van der Bijl, de man die Cor van Hout en Willem Holleeder hielp bij hun vlucht uit Nederland na de ontvoering van Freddy Heineken in 1983.

De opdracht hebben Dwight en Remy kort daarvoor gekregen van Fred Ros, die ze kennen uit het Haagse nachtleven. Bovendien heeft Ros het een tijdje gedaan met het zusje van Dwight. Ros heeft ze 60.000 euro beloofd als ze de moordopdracht uitvoeren. Dat bedrag komt niet van hem, maar weer van zijn opdrachtgevers. Ros is tussenpersoon. Hem is gezegd dat er haast bij is. Van der Bijl weet dat er op hem gejaagd wordt. Bij een eerdere poging om hem te vermoorden, keek Van der Bijl de moordenaars in de ogen.

Maar dat weten de twee jonge mannen niet als ze hun auto parkeren aan de Rijpgracht op nog geen honderd meter van café De Hallen. Vanwege hun gebrek aan ervaring worden ze in het milieu ‘kamikazes’ genoemd. Dwight en Remy voelen zich bedreigd. Fred heeft tegen Dwight gezegd dat zijn zus iets overkomt als de moord niet snel wordt uitgevoerd.

De twee jonge Surinamers gaan tegen negen uur op een bankje tegenover de kroeg zitten. Remy heeft vlak voordat hij uit de auto stapte een pistool uit het dashboardkastje van de Audi gepakt en in zijn jaszak gestopt. Het is een Ruger, type P95. Als de rolluiken van het café opengaan herkennen ze hun doelwit. Op weg naar het café beginnen de handen van Remy te beven. Hij „durft niet”. Dwight pakt de Ruger en stopt het pistool in zijn jaszak voordat hij naar de openstaande deur van het café loopt. Gedekt door het lawaai van een stofzuiger schiet Dwight S. Van der Bijl twee keer in de borst. Als de kroegbaas zwaargewond op de grond ligt schiet hij het slachtoffer nog een paar keer door het hoofd. Precies zoals Fred Ros hen in de voorbereidingen had opgedragen. Thomas van der Bijl overlijdt ter plekke.

Op de terugweg slingert Remy het pistool in de Rijpgracht. Een fout: getuigen zien het voorwerp verdwijnen in het water. Remy en Dwight schenken er geen aandacht meer aan. In grote haast rijden ze weg. Missie voltooid. Thomas van der Bijl is dood maar Dwight en Remy hebben veel fouten gemaakt. Te veel. In tegenstelling tot vrijwel alle liquidaties, wordt deze moord snel opgelost. In de zomer van 2006 worden Dwight, Remy en nog twee andere verdachten aangehouden.

Als ze eenmaal vastzitten, wordt pijnlijk duidelijk dat het geen doorgewinterde criminelen zijn. Ze slaan bijna meteen door en verraden Ros. De moordmakelaar wordt op 2 augustus 2006 in Spanje aangehouden.

Fred Ros weet dat hem een zware straf boven het hoofd hangt en kiest voor de vlucht naar voren. Nog voordat Dwight en Remy in 2008 worden veroordeeld voor de moord op Van der Bijl, stapt Ros naar justitie met de vraag of hij een deal kan krijgen in ruil voor zijn verklaringen. De eerste onderhandelingen in 2007 mislukken. Het zal tot december 2013 duren voordat hij echt gaat praten.

Rechercheurs T052 en T055

Het verhoren van een kroongetuige is een subtiel spel, zo blijkt uit de uitgewerkte verklaringen van Ros. Hier botsen twee werelden. De rechercheurs willen het verhaal waarmee ze verdenkingen tegen opdrachtgevers van liquidaties kunnen bewijzen. De kroongetuige wil een deal waarmee hij eerder vrijkomt. Maar hij moet daarvoor wel zijn vrienden verraden. Het is een kwestie van genoeg vertellen zonder te veel weg te geven. Ros kent het immense dossier van zijn strafzaak goed. De rechercheurs die hem ondervragen – ze gebruiken voor hun veiligheid de codenamen T055 en T052 – moeten er voor waken dat Ros zijn eigen werkelijkheid niet laat samensmelten met de papieren werkelijkheid van het dossier.

Het verhoor van Ros is een balanceeract. De rechercheurs moeten vertrouwen winnen en tegelijkertijd scherp zijn. Goed doorvragen, maar niet te veel irriteren. Zorgen dat hij blijft praten. Rechercheurs T052 en T055 zijn ervaren: het gaat om de details. Die zijn nodig om de versie van het verhaal van Ros te toetsen. De kleur van een auto, het contactslot van een motor, de precieze route die werd gereden.

Rechercheur 1: „Nou, nog even over vanmorgen, de zaak Van der Bijl. Weet je nog op welke dag hij is geliquideerd?”

Fred Ros: „20 april.”

R. 1: „Weet je nog waar jij toen was?”

Ros: „In Leidschendam”

R. 1: „Waar in Leidschendam?”

Ros: „Pff, ik denk thuis. Het was heel vroeg. Dus eh, ik denk dat ik nog thuis was. Ik was in ieder geval niet in de buurt.”

R 1.: „Waarvan?”

Ros: „Van de liquidatie.”

Het is niet makkelijk voor Ros: alles vertellen dat altijd geheim moest blijven. Zeker als het over vrienden gaat. Daarom wilde Ros in eerste instantie alleen over Willem Holleeder verklaren. Met De Neus had Fred Ros geen persoonlijke band. Maar dat was niet genoeg voor justitie. Hij moest over iedereen praten. Ook over Dino S. bijvoorbeeld, bij wie hij over de vloer kwam voor etentjes en kinderfeestjes.

Nog moeilijker is het als Ros over zichzelf moet verklaren. De natuurlijke terughoudendheid moet worden overwonnen. Dat betekent: niet meteen alles vertellen maar ook niet te opzichtig informatie achterhouden. En vooral: niet liegen. Dat wil zeggen, niet controleerbaar liegen.

Maar soms is dat moeilijk. Neem het verhaal van Dwight S. Hij stelt dat Ros hem vlak voor de moord op Van der Bijl bedreigd zou hebben. Tot twee keer toe hebben rechters dat verhaal bevestigd. En ook het Openbaar Ministerie vond de lezing van Dwight geloofwaardig.

Maar wat zegt Fred Ros? „Kijk. Ik ben op een gegeven moment toen naar het bos gegaan en toen heb ik gezegd: ‘Laten we er mee stoppen. (...) Ik zeg: ‘Ik regel het allemaal zelf (...) want dit wordt niks. (...) En toen zei Dwight: ‘Nee, nee, nee, want ik wil dat geld verdienen.’ Ik zeg: Dit wordt alleen maar ellende.’ (...) En toen wilden zij dus niet meer terug. En het is niet zo geweest dat ik ze onder druk gezet heb.”

Het is een harde ontkenning van de verklaringen van Dwight S. en andere getuigen die door de rechter als geloofwaardig zijn beoordeeld.

Justitie zegt nu dat er verschillen bestaan in „interpretatie en beleving” die niet afdoen aan „de betrouwbaarheid van de verklaringen van de getuige.” Het is een variant op de stelling dat criminelen hun eigen versie van de werkelijkheid hebben. Dat kan, maar het is voor justitie wel een potentieel probleem als het gaat om echt belangrijke details. En die zijn er in twee andere zaken waarvoor Ros is veroordeeld: de voorgenomen maar nooit uitgevoerde liquidaties op George van D. (zie inzet) en Atilla Önder.

Angst in de onderwereld

Waarom moesten al die mensen eigenlijk dood? Wat hadden Atilla Önder en Thomas van der Bijl gedaan? Wat waren de motieven van de opdrachtgevers? In het geval van Atilla Önder had het volgens Ros iets te maken met drugs. En Thomas van der Bijl? Die sprak met de politie en dat was bedreigend voor Holleeder.

Maar is dat wel zo? Weet de kroongetuige echt wat er speelde rond die moorden? Het antwoord op die vraag leidt terug naar eind 2005, als vier liquidaties de onderwereld op zijn kop zetten. Op dat moment werd naast de moord op Van der Bijl ook gesproken over de liquidatie van Atilla Önder, een Turkse hasjhandelaar die in Aerdenhout woonde. Hij kende Van der Bijl en Kees Houtman, de hasjhandelaar die op 2 november 2005 werd vermoord.

Houtman is een van de mensen die werd afgeperst door Holleeder. Hij zou De Neus zeker 1 miljoen euro hebben betaald, zo luidt het verhaal. En als bepaalde mensen „leeggezogen” zijn, of „uit de school kunnen klappen” dan moesten ze dood, vertelt Ros nu. Om die reden nam eind 2005 de angst voor Holleeder toe.

Thomas van der Bijl overwon zijn angst. Hij vroeg Önder te kijken of het mogelijk was om „Holleeder aan te pakken”, zo blijkt uit geheime politiestukken. „Atilla Önder is (...) geïnteresseerd in de verblijfplaatsen van Holleeder en de door hem gebruikte vervoermiddelen”, vertelt een informant van de politie eind 2005.

Deze informatie werd heel serieus genomen. En niet alleen door de politie. Begin 2006 voelde Holleeder zich zo bedreigd dat hij contact opnam met rechercheurs van de Amsterdamse politie, zo meldde deze krant begin 2008.

Die angst van Holleeder komt niet ter sprake in de verhoren met Fred Ros. Maar ook in zijn werkelijkheid heeft Holleeder een belangrijke rol. Het gaat dan om de slachtoffers in de onderwereldoorlog. Ros: „Het zijn negen van de tien keer mensen waar Willem een conflict mee heeft.”