Met coco’s beleg je in een kameleon

Coco’s, obligaties die in aandelen kunnen worden omgezet, zijn zo populair dat de extra risico’s niet worden omgezet in extra rente.

De coco klinkt als een exotische zuidvrucht. Maar je kunt ’m tegenwoordig ook gewoon op het Europese vasteland vinden. Sterker nog, de contingent convertible is aan een opmars in Europa bezig.

Coco is een bijzonder type obligatie dat onder bepaalde omstandigheden verandert in een aandeel. Meestal zijn dat omstandigheden van het vervelende soort. Als de onderneming die ze uitgeeft in problemen komt, vindt de omwisseling plaats.

Voordeel voor de onderneming: bij problemen zijn ze ineens een schuldeiser armer en een aandeelhouder rijker. Of nog beter, ze hebben helemaal geen crediteuren meer. Er zijn ook coco’s die in noodsituaties worden afgestempeld, geheel of grotendeels.

Voordeel voor de koper: omdat ze zo riskant zijn, is de rente erop in principe hoog. In principe, want vanwege de enorme vraag zijn de rentes op coco’s de afgelopen maanden sterk gedaald. Waar de gemiddelde rente op een Europese coco twee jaar geleden nog boven 10 procent lag, is dat nu circa 6 procent. Ruim onder de rente op de gemiddelde (diep) achtergestelde obligatie. Terwijl de typische coco daar toch niet zo gek veel van verschilt.

Grote beleggers, zoals pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders, zijn naarstig op zoek naar nieuwe manieren om toch wat meer rendement te behalen. De internationale rente is extreem laag. Coco’s zijn een van die manieren.

Het zijn vooral banken die ze uitgeven. Voor hen is het een handige manier om aan de nieuwe, strengere kapitaaleisen te voldoen. Coco’s worden gerekend tot het bufferkapitaal, het minimum aan vermogen dat banken tegenwoordig moeten aanhouden om crises te voorkomen.

Volgens onderzoeksbureau Dealogic hebben Europese banken dit jaar al voor 13,8 miljard euro aan coco’s verkocht, tegen 11,5 miljard in heel 2013. Dat is veel meer dan in eerdere jaren, toen coco’s net waren geïntroduceerd. Banken als Barclays deelden de coco’s destijds als bonus uit aan medewerkers, om het begin van een markt te creëren.

Vooral sinds vorige zomer is de markt voor coco’s in een stroomversnelling geraakt. Banken hebben gewacht tot de regels over coco’s definitief waren. Dat zijn ze sinds 1 januari. Het was enige tijd onzeker of ze wel als bufferkapitaal mochten tellen.

Coco’s zijn ook gewild vanwege het boekenonderzoek dat de ECB op dit moment uitvoert bij Europa’s grootste banken. Banken willen laten zien dat ze al hun best hebben gedaan om hun kapitaalposities te versterken.

Halverwege vorig jaar slaagde de Spaanse Banco Popular erin om meer dan 1 miljard euro op te halen met coco’s terwijl er onrust was op de financiële markten over de Portugese Banco Espírito Santo. De Britse bank HSBC haalde begin deze maand 5,6 miljard euro op. Als HSBC had gewild had zij zelfs 30 miljard kunnen binnenhalen. Zo veel vraag was er.

Nederlandse banken hebben tot nu toe geen coco’s uitgegeven. Met uitzondering van Rabo, die in 2010 een kleine hoeveelheid uitgaf. Volgens Rabobank ging dat om „een testcase”.

Nederlandse banken vrezen nu dat ze de boot gemist hebben. Het momentum zou inmiddels voorbij zijn. In het Financieele Dagblad wezen de banken vorige week naar de politiek. In Nederland zou de rentevergoeding op coco’s, in tegenstelling tot in andere Europese landen, niet fiscaal aftrekbaar zijn. De politiek zou traag zijn met dit regelen. Of dat klopt, is de vraag. Bij de Tweede Kamer ligt een wetsvoorstel van staatssecretaris Wiebes van Financiën waarin dit geregeld wordt.

Iedereen blij? Coco’s blijven uiterst riskant. Het grote nadeel is dat een obligatie meestal wordt omgezet in een aandeel op een zeer ongunstig moment. In feite heeft de uitgever bij een omwisseling net aangegeven dat hij in problemen zit. Dat doet de beurskoers doorgaans geen goed. En naar de vaste rente kan een belegger voortaan fluiten. Maar aan de andere kant: het is beter dan niks.

Directeur Bankentoezicht Danièle Nouy van de ECB waarschuwde onlangs dat coco’s eigenlijk „rampkapitaal” moeten heten. Ze is vóór coco’s, maar vindt de naam te eufemistisch. Zo’n ‘vriendelijke’ naam kan particulieren trekken, terwijl coco’s zouden zijn voor met name professionele beleggers, die tegen een stootje kunnen.

Hoe riskant coco’s zijn hangt uiteindelijk af van de voorwaarden waaronder ze worden omgezet in aandelen. Bij banken is dat meestal als de kapitaalbuffers onder een bepaalde kritische grens beland zijn. In veel gevallen is dat nu als de buffers minder dan 5 procent zijn geworden ten opzichte van alle risicovolle activa. Veel banken, zeker de Nederlandse, zitten daar ruim boven. Dus geen vuiltje aan de lucht, lijkt het. Totdat er een nieuwe financiële crisis uitbreekt. De ondergrens kan al bereikt worden bij economisch ontij. „Het huidige positieve sentiment over coco’s kan in één klap omslaan als er ook maar één bank een rentebetaling mist”, waarschuwde een analist deze maand in de Financial Times.