Column

Een werknemer is geen kleuter

Als werknemer in loondienst, hoe goed, slim of hoogopgeleid ook, heb je niks te zeggen. Niet over de regels rondom je werk. Niet over de verzekerde bescherming die je graag geniet bij ziekte, arbeidsongeschiktheid of ontslag. En al helemaal niet over één van de allerduurste arbeidsvoorwaarden die er bestaan: je pensioen. Of het nou gaat om het fonds waar je voor je pensioen spaart, de hoogte van je premie, de mate van risico in je beleggingen – je gaat er individueel niet over.

Die beslissingen hebben veel wijzere mensen al voor je genomen, te weten de overheid (sociale zekerheid) of de vakbonden en werkgevers in de sector waar je werkt (pensioen en collectieve arbeidsovereenkomst). Want zeg nou zelf, de gemiddelde werknemer zou deze verantwoordelijkheid toch nooit aankunnen! Ja, hij kan computersystemen repareren, infusen aanleggen, kinderen opvoeden, demente bejaarden en psychiatrische patiënten verzorgen, brandgevaarlijke fabrieken in Moerdijk bewaken, maar zelf iets beslissen over zijn arbeidsvoorwaarden? Neeee.

Wat de werknemer wel kan: afdragen. En lekker veel graag. De belasting- en premiedruk op werknemers in loondienst is hoog, zo constateert het kabinet in de Miljoenennota. In belastingminnend Europa staan we op de achtste plaats, net onder Frankrijk en België, net boven Duitsland.

Het is alsof elke volwassene voordat hij het water induikt door morsige vakbondsmannen en overijverige parlementariërs een knellend dik zwemvest omgesnoerd krijgt. Hoe hard hij of zij ook roept dat hij vier zwemdiploma’s heeft, dat zwemvest moet aan. Daar moet verplicht flink voor worden betaald. Beetje raar of niet?

Een steeds grotere groep mensen wil het zwemvest niet. Eind jaren negentig was één op de vijftien werkenden zelfstandige of zzp’er, constateert de Miljoenennota. In 2010 was dat al 1 op 8. Dat wordt 1 op 5 in 2030 volgens het Centraal Planbureau. Eenvijfde!

Wie stapt er uit die collectieve bescherming? Grofweg drie soorten mensen. Allereerst een grote groep (hoogopgeleiden) die er zelf voor kiest om minder beschermd te worden en in ruil daarvoor veel meer te verdienen. De belastingdruk is voor een zelfstandige makkelijk 10 procentpunt lager dan voor een werknemer in loondienst. Dan is er een aanzienlijke groep die gedwongen wordt eruit te stappen, bijvoorbeeld omdat ze worden ontslagen en op een andere manier niet aan werk komen. De derde groep bestaat uit Oost-Europeanen. Zij hebben nooit te maken gehad met onze bescherming en zijn bereid voor minder te werken.

Deze ontwikkeling is een schreeuw om een ander sociaal stelsel. Want in elk geval een groot deel van die groeiende groep vrijzwemmers kiest zelf voor minder bescherming. Hoe dat andere stelsel eruit moet zien, is onderzoek en debat waard. Meer keuzevrijheid bij pen-sioen lijkt mij sowieso logisch.

Maar de oplossingen die ik vanuit Den Haag hoor, beogen het omgekeerde: die cao-vluchtelingen moeten terug in het collectief. Dus wordt er gesproken over wettelijke minimumtarieven voor zzp’ers en over een verplicht zzp-pen-sioenfonds. U wil eruit? Dat mag niet! Terug!

Dat is misschien te begrijpen voor de groep die gedwongen zelfstandig werd, maar niet voor de rest. Waarom denken politici over volwassen mensen met een baan te moeten waken als kleuters? Ik denk dat het te maken heeft met geld. Het kabinet heeft een ‘Interdepartementaal Beleidsonderzoek’ op de groeiende groep zzp’ers gezet. In de Miljoenennota wordt duidelijk waarom: ‘De groei van het aantal zelfstandigen gaat gepaard met minder belastingopbrengsten’. Hier dreigt de nationale melkkoe geen melk meer te geven.