Logisch, ’n honkballer bij AZ leidt tot vragen

Van tophonkbal naar de eredivisie. De nieuwe directeur van AZ maakt voor zijn aantreden al kennis met de waan van de voetbalwereld. „Ik word daar niet zenuwachtig van.”

Robert Eenhoorn heeft als toekomstig directeur van AZ al met assistent-trainer Marco van Basten gesproken. „Hij is een heel prettig mens.” Foto Merlijn Doomernik

Robert Eenhoorn (46) dacht voor zijn overstap van de honkbalbond naar voetbalclub AZ nog rustig een paar dagen thuis door te kunnen brengen. „Nee, dat zit er niet in”, zegt hij lachend. Hij pendelt bijna voortdurend heen en weer tussen het Huis van de Sport in Nieuwegein en het stadion in Alkmaar. Afsluiten met een Europese honkbaltitel en beginnen met tumult na het ontslag van assistent-trainer Alex Pastoor. Het contrast kan bijna niet groter. Eenhoorn blijft onbewogen. „Ach overal gebeurt weleens wat. Denk je dat er in het honkbal nooit wat aan de hand was? Bij ieder bedrijf zijn er toch conflicten? Alleen wordt in het voetbal alles uitgelicht. Maar daar word ik niet zenuwachtig van, hoor. Als honkballer in Amerika ben ik wel gewend geraakt aan de media. De aandacht is daar nog wel even wat groter.”

Eenhoorn ontvangt in het kantoor van de honkbalbond. Aan de muur hangen shirts met handtekeningen van de beste Nederlandse spelers die met ‘het koninkrijksteam’ meededen aan de World Baseball Classic – het WK met profs. In de hoek staat een volle prijzenkast. Het zijn de tastbare bewijzen van het werk van ‘Mister Honkbal’. Onder diens leiding professionaliseerde de sport en haakte Nederland aan bij de wereldtop. Hij kijkt er met voldoening op terug. „Ik vind het mooi dat ik met een Europese titel afscheid neem. Dat symboliseert het gevoel dat ik hier heb gehad. Winnen. Blijdschap.”

‘Waarom ik?’

Het was een aangename verrassing toen AZ hem een half jaar geleden benaderde als opvolger van de inmiddels naar PSV vertrokken Toon Gerbrands. „Ik was wel even verbaasd. ‘Waarom komen jullie nou bij mij uit?’, heb ik direct gevraagd. Al snel was duidelijk dat ik in het profiel paste. Ze zochten een topcoach die niet uit het voetbal kwam. En die moest bovendien vijf jaar of langer leiding hebben gegeven aan een sportorganisatie. Daar voldeed ik aan. Ik denk dat ik ook wel openstond voor een nieuwe uitdaging. Als dat niet het geval was geweest had ik het direct afgehouden. Ik heb alles afgewogen en besloten van het honkbal naar het voetbal te gaan.”

Dertig jaar geleden maakte hij de omgekeerde keuze, als jeugdspeler van Sparta. „Ik honkbalde in de zomer en voetbalde in de winter. Dat was toen goed te combineren. Ik heb een jaar of drie bij Sparta in de jeugdopleiding gevoetbald. Op mijn veertiende moest ik een keuze maken. Dat werd honkbal. In het verleden was de verbondenheid tussen voetbal en honkbal veel groter. Bij clubs als Ajax, Feyenoord en ADO werd in de zomer gehonkbald. Ik heb weleens begrepen dat Johan Neeskens echt een talentvolle honkballer was. En Johan Cruijff. Maar ook Dick Advocaat, Willem van Hanegem, Leo Beenhakker en Guus Hiddink hebben iets met honkbal.”

Hij begrijpt desondanks best dat sommigen zijn komst naar AZ met argusogen bekijken. ‘Wat moeten ze daar nu met die honkballer?’, vroeg Johan Derksen zich op televisie af. „Ik vind het best logisch dat die vraag wordt gesteld. In het Amerikaanse honkbal was het niet anders toen in het verleden mensen van buiten kwamen met allerlei data-analyses. ‘Wat moeten die nu hier? Die weten toch niet hoe het voelt om een bal in een vol stadion te slaan? Wegwezen met die handel’, werd er gezegd. Inmiddels ziet iedereen het belang ervan in. Het gaat erom dat je wat toevoegt. Ik ga bij AZ de voetballers niet vertellen hoe ze tegen een bal moeten trappen. Of welke tactiek er toe moet worden gepast. Daar zijn anderen voor. Maar ik weet wel hoe je een sportorganisatie moet leiden.”

Kruisbestuiving

De voormalige prof van de New York Yankees denkt dat Gerbrands als oud-volleybalcoach wel baanbrekend werk heeft verricht bij de kruisbestuiving tussen verschillende sporten. „Gerbrands heeft er voor gezorgd dat ik voor deze baan kon worden gevraagd. Hij heeft zich als buitenstaander staande weten te houden. Als het fout met hem was gegaan, dan was ik niet eens in beeld gekomen. Het is niet zo dat ik me helemaal spiegel aan Gerbrands. Hij gaf om te beginnen de eerste vier jaar helemaal geen interviews. Maar dat ga ik ook echt niet iedere week doen, hoor. Ik denk dat ik mensen goed met elkaar kan laten werken. Mensen de dingen laten doen waar ze goed in zijn. Het draait om drie dingen: goede spelers, goede begeleiding en een goede omgeving. Uiteindelijk is de praktijk de beste leerschool.”

Eenhoorn begint officieel pas op 1 oktober aan zijn nieuwe baan, maar toen de club na het terugtreden van hoofdtrainer Marco van Basten en het ontslag van Pastoor vol in de schijnwerpers kwam te staan schoof hij alvast aan bij meerdere gesprekken. Ondertussen maakte hij van nabij hoe het Nederlands honkbalteam in Tsjechië Europees kampioen werd. En zaterdagavond zit Eenhoorn op de tribune bij ADO-AZ. „Ik heb ook gehoord dat er mensen waren die vonden dat ik maar eerder bij AZ had moeten beginnen. Maar die kennen mij niet. Vanaf het begin heb ik tegen AZ gezegd dat ik het EK hoe dan ook wilde meemaken. Als ze daar niet akkoord mee waren gegaan, dan hadden ze een ander moeten nemen. Ik heb misschien veel voor het honkbal betekend, maar ik heb natuurlijk ook veel aan de sport te danken. Als ik ergens veertien jaar heb gezeten dan ga ik toch vlak voor een EK niet zeggen: ‘De mazzel’. Zo zit ik dus niet in elkaar.”

Hij heeft geen behoefte zich te verdedigen naar de buitenwacht. Ook niet als oud-trainer Gertjan Verbeek in De Telegraaf spreekt van een rommeltje bij AZ. „Ach, iedereen mag zijn mening hebben toch? Dat hoort toch bij een volkssport als voetbal? Maar als het met jezelf een paar keer niet goed is gegaan, dan zou ik me niet zo uitlaten. Als honkballer in Amerika heb ik geleerd hoe je het beste met de media kunt omgaan. Als het over jezelf gaat, dan mag je zeggen wat je wilt, en gaat het over een ander, dan moet het positief zijn of je moet je mond houden. Als je je daaraan houdt, dan kom je nooit in de problemen.”

De nieuwe directeur was de afgelopen weken een luisterend oor voor Van Basten, die als trainer stopte vanwege de stress die het vak met zich meebrengt. „Dan kan je alleen maar naar iemand luisteren. Dit gaat om gevoel. Dat is iets heel persoonlijks. Dat kun je niet uitschakelen. Iedereen gaat op zijn eigen manier met bepaalde dingen om. Dat moet je respecteren. Ik heb een paar keer met Van Basten gesproken. Hij is een heel prettig mens. Van Basten heeft een beetje hetzelfde als Cruijff. Ze zijn heel puur. Alsof ze zelf niet beseffen hoe groot ze zijn. Je krijgt bijna het gevoel met een dubbelganger te praten. Zo gewoon zijn ze gebleven. Dat is een grote kracht. Mensen vinden dat prettig. Die gunnen zo iemand alles. Derk Jeter had dat ook. Die kreeg overal applaus.”

Als de naam ‘Derk Jeter’ valt gaat Eenhoorn in gedachten terug naar 1995. De korte stop van de Yankees raakte destijds zijn plek kwijt aan de levende honkballegende, die donderdag voor het laatst in zijn imposante carrière een thuiswedstrijd speelde bij de grootste club ter wereld. „Het was toen wel een teleurstelling dat hij mijn plaats overnam, maar als ik nu terugkijk kan ik niet zeggen dat het geen logische beslissing was van de Yankees. In maart heb ik Jeter nog gesproken, voelt altijd goed. Een schitterende loopbaan.”

Eenhoorn heeft als bondscoach en technisch directeur van de honkbalbond bewezen dat sporters ook buiten het veld succes kunnen hebben. „Ik denk dat ik mezelf misbaar heb gemaakt bij de honkbalbond. Tenminste, daar zit ik dicht tegenaan. Dat beschouw ik als een groot compliment. De boel zal blijven draaien. Dat wil zeggen dat daar capabele mensen rondlopen. Neem het afgelopen EK. Daar hebben nul incidenten plaatsgevonden. Van begin tot eind is daar professioneel en gedisciplineerd gepresteerd. Met de titel als resultaat. In sport wordt het succes uiteindelijk alleen op het veld bepaald.”