...Leg rijken daarom corveebelasting op

In klassiek Athene namen de rijken verschillende publieke taken op zich. Leg ze in het hedendaagse Westen ook corveebelasting op, vindt Anton van Hooff.

Nooit zal ik aan een loterij deelnemen: stel je voor dat ik die miljoenen zou winnen. Dan kom ik te staan voor de duivelse dilemma’s waarmee de stuitend rijken worstelen. Een tweede huis in Spanje kopen? Of zijn we toe aan een nieuwe privéjet? „Je kunt het geld toch aan een goed doel geven?” zegt men. Maar zo eenvoudig is dat niet, gegeven de te voorziene perikelen met het schenkingsrecht.

Ben ik de enige die geen enkele jaloezie voelt ten opzichte van die zielige rijken? Tegenover hun conspicuous consumption past alleen een meewarig schouderophalen. Verontruster ben ik over de schaamteloze hybris, zelfoverschatting, van deze obscene graaiers: hoe kunnen zij zichzelf wijsmaken dat ze honderd of duizend keer meer waard zijn dan hun werkster die braaf belasting betaalt? Dit geloof, dat je als rijke meer betekent, is een wezenlijk gevaar voor de democratie. In dit opzicht heeft Marcel ten Hooven in het voetspoor van Piketty volkomen gelijk (Opinie & Debat, 28 augustus). Ook zijn vaststelling, dat de PvdA schandelijk in gebreke blijft in het bestrijden van de ongelijkheid die volkomen uit de hand loopt, is juist. Niet voor niets heb ik die partij na bijna vijftig jaar lidmaatschap de rug toegekeerd.

In Ten Hoovens artikel wordt de oprechte sociaal-democraat Pen aangehaald. Die heeft in zijn Willem Dreeslezing (1991) gewezen op de ‘aardige kanten’ van extreme rijkdom: „Iemand moet toch in staat zijn om een particuliere schilderijenverzameling aan te leggen of oude landgoederen in stand te houden.” Ja, ze zijn er, de mecenassen die bij hun dood hun schuld aan de maatschappij vereffenen door de vergaarde schatten aan de gemeenschap na te laten. Maar waarom zouden we in onzekerheid wachten op vrijblijvende, postume weldoenerij?

Als prototype van de democratie heeft het klassieke Athene al laten zien hoe een rechtstaar kan omgaan met de tegenstelling gelijk burgerschap versus ongelijkheid van bezit. Vermogende burgers werden daar extra aangeslagen, niet via een progressief belastingtarief, maar zij werden verplicht bepaalde publieke taken op zich te nemen. Die antieke dienstbelasting heette leitourgia – ons woord liturgie voor eredienst gaat erop terug.

Zo kon een rijk lid van de burgergemeenschap worden verplicht gedurende een jaar voor eigen rekening een oorlogsgalei in de vaart te houden. Of hij moest de opvoering van een tragedie bij de toneelvoorstellingen verzorgen. Daar kwam de hele burgerij zich dan aan vergapen – een speciaal theaterfonds keerde presentiegeld ter hoogte van het gederfde dagloon uit om iedereen in staat te stellen deel te nemen aan dit gemeenschapsgebeuren. De vermogende burger kon ook worden belast met de exploitatie van de openbare sportinrichting, het gymnasion. In Rome sprak men van lasten, munera, waarbij in het bijzonder het bieden van gladiatorenspelen aan het volk werd bedoeld.

Rijkdom was in de Grieks-Romeinse wereld niet iets om je voor te schamen. Maar het was wel een schande om het vergaarde bezit alleen voor eigen weelde te gebruiken. Rijken timmerden graag aan de openbare weg. Ze lieten zich als sponsor op de voorgevel van een badhuis of bibliotheek inbeitelen, met de formule dat het gebouw ‘door eigen geld’, pecunia sua, tot stand was gekomen.

Het systeem van liturgieën kanaliseerde niet alleen de verwachte weldoenerij, het zorgde ook voor een eerlijke verdeling van de lasten. Vond de een dat een een ander eerder in aanmerking kwam voor een bepaalde taak, en weigerde die aangesprokene, kon hij aanbieden van bezit te wisselen.

Andere voordelen van het stelsel zijn evident: de aangeslagene ziet zijn geld niet in een bodemloze schatkist verdwijnen. Hij weet waar zijn geld blijft, want hij heeft zelf de besteding in handen en kan zo de ambtenarij lekker voor schut zetten. Hij wint maatschappelijk aanzien: iedereen ziet hoe fraai zijn Jan van Speyk er bij ligt. Hij incasseert massaal applaus voor zijn muziekfestival of sporttoernooi. En zijn gymnasium heeft in zijn corveejaar eindelijk de lokalen kunnen moderniseren. Misschien kan hij de ondernemerskwaliteiten, waaraan hij zegt zijn rijkdom te ontlenen, toepassen op het beheren van de hopeloos inefficiënte vuilnisdienst.

De mogelijkheden voor de leitourgia in een moderne maatschappij zijn legio. Zo’n corveebelasting zal de ongelijkheid van bezit dienstbaar maken aan de democratie.