Klimaattopje in New York had echt wel zin

Klimaattop? Neem de belangen van landen met een voorraad fossiele brandstoffen serieus, schrijft Heleen de Coninck.

Foto AP

Klimaat-praatcircussen hebben geen enkele zin. Daarom heeft Ban Ki-Moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, van de fouten van de klimaatconferentie in Kopenhagen geleerd. Hij had ruim honderd staatshoofden uitgenodigd om afgelopen zondag in New York, waar ze al voor de VN waren, informeel over het klimaat te praten. Dit als voorbereiding op de officiële VN-klimaattop, eind 2015 in Parijs.

De lijst met aanwezigen deed denken aan het in 2009 mislukte Kopenhagen. Maar door de staatshoofden nu in alle rust naar elkaar te laten luisteren voor de echte top begint – een fase die in Kopenhagen werd overgeslagen – hoopt Ban Ki-Moon straks in Parijs succes te boeken. Tegelijkertijd kon hij peilen hoe ver de landen willen gaan.

De agenda van afgelopen zondag weerspiegelde de tijdgeest. Verdwenen zijn omstreden voorstellen rond nationale doelstellingen voor emissiereductie en burden sharing. De klimaatverandering wordt niet langer als een moeizame en dure aangelegenheid neergezet. In plaats daarvan gaat het vooral over kansen.. Dat lijkt effect te hebben. China deed uitspraken die verder gaan dan ooit; Obama suggereerde dat de Verenigde Staten er samen met China uit moeten komen.

Het Kyoto protocol in 1997 was volgens internationaal recht juridisch bindend voor de landen die het ratificeerden. Die tijd is voorbij, lijkt de secretaris-generaal te onderkennen. De VN is geen organisatie meer die harde afspraken afdwingt vanaf de moral higher ground, maar die faciliteert en motiveert. Er moeten kansen zijn voor zowel de individuele staten als het collectief. Ban Ki-Moon mocht in zijn openingstoespraak nog wel oproepen tot mondiale CO2-beprijzing en verregaande nationale doelstellingen; de beslissing wordt volledig aan de landen overgelaten.

En daar ligt ook het probleem. Want de belangen van afzonderlijke staten en het mondiale collectief lopen niet altijd parallel. Weliswaar concluderen deskundigen van onder andere het internationale klimaatpanel dat het economisch voordeel oplevert om beneden twee graden mondiale gemiddelde temperatuurstijging te blijven en om mondiaal vrijwel volledig tot duurzame energie over te gaan. Sterker nog: zij constateren dat het dom is om dat niet te doen.

Maar voor Saoedi-Arabië of Canada pakt de uitkomst anders uit. Voor deze landen is het zelfs erg dom om akkoord te gaan met een andere mondiale energievoorziening. Die ondergraaft de basis voor de huidige economie, grotendeels gebaseerd op fossiele brandstoffen, de bron van de meeste klimaatellende.

En wat te denken van opkomende ontwikkelingslanden waar net grote hoeveelheden gas en olie zijn gevonden, of die op veel kolen zitten – Mozambique, Kameroen, Tanzania, Indonesië, Botswana, bijvoorbeeld. Die kunnen hun ontwikkeling financieren met de verkoop en het eigen gebruik van fossiele brandstoffen. Ik noem de grote, machtige kolen-, olie- en gasbedrijven nog niet eens.

Zullen de lichtpunten uit New York leiden tot een betere uitkomst in Parijs? Wellicht tekent zich een zone of possible agreement af; de overlap in onderhandelingsruimte die landen zichzelf stellen, als het echt menens wordt. Tenzij de VS en China elkaar in New York echt hebben gevonden en die relatie in het komende jaar kan worden bestendigd in een gemeenschappelijke visie op een strenge klimaataanpak, zal die ‘zone’ verontrustend klein zijn, vrijwel zeker te klein om de mondiale temperatuurstijging beneden de twee graden te houden.

Die positieve agenda van Ban Ki-moon zal niet voor ieder land werken. Misschien moeten landen die een sterk belang zien in duurzame energie, landen compenseren die hun fossiele brandstoffen in de grond laten zitten. Of dat er deelafspraken worden gemaakt met landen, een soort ‘coalitions of the willing’ over bepaalde industriële sectoren, duurzame verstedelijking of energiebesparing in elektrische apparaten. Als die agenda het komende jaar maar open blijft voor creatieve ideeën met oog voor elkaars redelijke belangen. Dan heeft de top van zondag wel degelijk zin gehad.