Kabinet kiest drie locaties voor windparken op zee

Het kabinet heeft drie locaties voor windmolens op zee aangewezen. Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) trok negen eerder verstrekte vergunningen in. Zijn eigen partij, de VVD, is kritisch.

De locaties waar het kabinet de aanleg van windmolenparken op zee nu wil toestaan, liggen voor de kust van Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Holland.

Het plan is dat in 2015 wordt begonnen met het eerste windmolenpark, voor de kust bij het Zeeuwse Borssele. Het kabinet voorziet dat twee jaar later de windmolenparken voor de kust van Zuid- en Noord-Holland aangelegd kunnen worden.

De overheid had eerder negen vergunningen voor kleinere windmolenparken op zee afgegeven. Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) heeft besloten deze in te trekken omdat hem, zei hij vrijdag na de ministerraad, was gebleken dat een lager aantal locaties kostenbesparingen oplevert.

In combinatie met de keuze om de nu drie aangewezen windmolenparken dichterbij de kust aan te leggen, leidt dat tot een projectbesparing van 4,2 miljard euro in vijftien jaar, aldus Kamp.

Economische Zaken stelt subsidie voor de aanleg van de windmolenparken beschikbaar. De uiteindelijke kosten worden door de energieproductiebedrijven doorberekend aan de consument.

Energiebedrijf Eneco reageerde geschokt op de wijziging van de plannen. Bestuursvoorzitter Jeroen de Haas zei tegen RTLZ verrast te zijn dat Kamp de vergunningensystematiek plotseling veranderde. „Bestaande vergunningen worden ingetrokken. De schade is enorm. Het gaat ten koste van bedrijven die al ver zijn”, aldus De Haas. Hij wees erop dat de voorbereidingen voor een windmolenpark op zee tussen de zes en tien jaar vergen. Hij zei te vrezen voor het investeringsklimaat door de keuze van de minister. De Haas noemde als voorbeeld dat Eneco voor een van zijn nu geschrapte windmolenparken in verregaande besprekingen was met een Japanse investeerder.

Ook in de Tweede Kamer is kritiek op de plannen van Kamp. Het Kamerlid Leegte (VVD) wijst er in een verklaring op dat zijn fractie „grote bezwaren'' heeft tegen Kamps keuze om de nieuwe windmolenparken binnen de twaalfmijlszone voor de kust aan te leggen. De minister beaamde vrijdag dat de windmolens daardoor vanaf de kustlijn te zien zullen zien.

Leegte betwijfelt ook of deze opzet werkelijk goedkoper is. „Hoe verder van de kust, hoe harder het waait en hoe minder mensen last hebben van windmolens”, aldus het Kamerlid.

Coalitiegenoot PvdA is wel positief over de plannen, terwijl ook oppositiepartij GroenLinks bezwaar maakt tegen het intrekken van de eerder verstrekte vergunningen.

De windmolens op zee moeten voor 2020 klaar zijn en in lijn met het vorig jaar gesloten Energieakkoord ten minste 3.450 megawatt opwekken. Nederland wil op grond van het regeerakkoord tot 2020 een aandeel van 14 procent “hernieuwbare energie” bereiken. In 2023 moet 16 procent van alle energie duurzaam zijn opgewekt. Tot 2020 moeten ook windmolens met een gezamenlijke capaciteit van 6.000 megawatt op land worden geplaatst.