Ik werk omdat ik altijd gewerkt heb, ik weet niet beter

‘Strandfotografie is uitgegroeid tot mijn niche.’ Foto’s Els Bax

Vrijwel elke dag ben ik op het strand. Het is een geweldig theater voor fotografie: de lege achtergrond, waartegen de spelers en decorstukken scherp afsteken.

„Je zou me ’ns aan het werk moeten zien. Ik fotograaf veel vanuit het kikvorsperspectief, ik rol en kruip door het zand. Ik speel een spel met mensen: ik vraag of ze nog een keer over die golf willen springen, of ze naar me toe willen komen rennen. Ik ensceneer weinig, ik regisseer des te meer.

„Strandfotografie is uitgegroeid tot mijn niche. Ik stuur mijn werk vrijwel dagelijks naar de meteorologen van de tv-journaals. Ik heb een pagina op NU.nl. Daarop sta ik wisselend nummer 1 of 2 in de lijst van best bekeken fotografen; er is nu al bijna zes miljoen keer op mijn werk geklikt.

„Ik krijg geen geld voor het werk dat ik opstuur. Ik doe het voor de lol en m’n naamsbekendheid. Mensen op het strand spreken me erop aan: ‘Bent u soms Els Bax van de foto’s op internet?’

„Mijn geld verdien ik hier in Noordwijk en in de regio. Ik werk voor een promotie-glossy hier, voor de VVV, de gemeente, bedrijven, ik doe theatervoorstellingen, tentoonstellingen – ik neem alles aan wat ik leuk vind en wat redelijk betaalt.

„In 2006 heb ik mijn bedrijfje als fotograaf opgericht. Ik heb altijd gefotografeerd, maar dat was liefhebberij. Vanaf 2002 begon ik zo af een toe een betaalde opdracht te krijgen. Na een paar jaar werd het zoveel dat ik me heb ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en een serieuze boekhouding ben gaan bijhouden en zo.

„Ik werk omdat ik het geld echt nodig heb. Of wacht, is dat eigenlijk wel zo? Ja, want ik geef het allemaal ook weer uit, dus ’t zal wel. Maar je kunt ook zeggen: ik werk omdat ik altijd gewerkt heb. Ik weet niet beter. Ik hyper maar door. Zeker acht uur per dag ben ik met fotografie bezig. Ik ben ook persfotograaf, met m’n telefoon altijd binnen handbereik: een brand, een groot ongeluk – ik ga erop af.

„Mijn man overleed vier jaar geleden, plotseling. Hij was beeldend kunstenaar. Hij is z’n hele leven invalide geweest. Na zijn dood kwam ik in een opruim-flow terecht: traplift weg, scootmobiel inleveren, z’n atelier ontruimen. Zijn werk is naar het museum hier gegaan. Ik heb toen ook vrijwel alle schilderijen weggegooid die ik zelf ooit heb gemaakt. Een bouwcontainer vol is hier het huis uit gegaan.

„Weg ermee, opgeruimd. Zo ontstond er weer ruimte in mijn hoofd, kreeg ik nieuwe energie – de fotografie kwam nog centraler te staan in mijn leven. En daarmee groeit ook mijn zelfvertrouwen bij wat ik maak en doe. Tot dusver had ik me altijd nogal op de vlakte gehouden over het werk dat ik in het verleden heb gedaan.

„Als kind heb ik amper de kans gehad om te leren. Ja, lagere school, huishoudschool. Ik wist van mezelf dat ik niet stom was. Maar ontwikkeling, ontplooiing – dat geluk heb ik van huis uit niet meegekregen.

„Na school kon ik meteen gaan werken, als ‘kantoorhuppeltje’. Ik had al jong vriendjes, snel zwanger, jong getrouwd, vlug gescheiden. Na die tijd kwam ik in Nijmegen in de scene van kunstenaars terecht. Ik kreeg een baantje in een crèche die werkte volgens de principes van de anti-autoritaire opvoeding. Ach ja, dat was toen...

„Later heb ik van alles gedaan: bestelbussen schoongemaakt bij een transportbedrijf, een HBO-studie inrichtingswerk gevolgd, in de gehandicaptenzorg gewerkt – en intussen ook twee kinderen groot gebracht.

„Begin jaren ’90 ben ik van Nijmegen naar Noordwijk verhuisd. De liefde, hè. Ik heb daar eerst nog wel een tijdje over nagedacht. Wil ik dat wel, m’n leven delen met een man die weliswaar een hele mooie en geweldige vent is, maar die ook gehandicapt is, zodat ik veel praktische dingen toch alleen zal moeten opknappen. Maar toen dacht ik: ach, ik hou van ’m, de rest is bijzaak, we zullen ’t wel rooien samen.

„In het begin hebben we ook wel werk samen gemaakt. Maar onze stijlen ontwikkelden zich toch te ver uit elkaar. Hij was van het precieze, van het fijne werk, ik meer van de grotere greep. Toen ik omstreeks 2000 een tennisarm kreeg, heb ik de penselen neergelegd. Toen is de camera mijn gereedschap geworden.

„En nu is er in de loop der jaren echt een Els Bax-collectie ontstaan. Binnenkort ga ik naar de notaris om die in een stichting onder te brengen. Een bevriende fotograaf krijgt het beheer. De inkomsten zijn voor hem, m’n twee kinderen en m’n kleinkind. Dat is dan de erfenis die ik zal nalaten, aan hen, aan Noordwijk. Mooi idee vind ik dat – dat ik na mijn dood op deze manier kan voortleven.”