Hij met pensioen, zij in de stress

Als de man met pensioen gaat, komt het stel in een hele nieuwe levensfase. Dat gaat lang niet altijd goed. „Nog nooit gekookt, maar nu gaan ze dat eens ‘lekker’ voor hun vrouw doen.”

Dat de pensionering van mannen een negatieve invloed heeft op de mentale gezondheid van hun vrouwen, heet in de wetenschap het ‘retired husband syndrom’. Foto Arjen Born

Een uur voor Goof van Vliets eigen afscheidsreceptie, zat hij nog ‘achter zijn bureau alsof hij nog minstens tien jaar voor de boeg had’, vertelt zijn vrouw Lies Kersten. Het verbaasde haar niet. Haar man had – net als zijzelf – een verantwoordelijke managementfunctie bij de gemeente, die hij vol enthousiasme bekleedde. „Allebei gingen we vol voor ons werk, en we praatten er graag over. De laatste jaren hadden we zelfs dezelfde werkgever.”

Kersten zag een schrikbeeld op haar afkomen. Zou haar man nog intellectueel worden uitgedaagd, nu hij met pensioen ging? „Zouden wij samen nog wat te bespreken hebben?” Kersten was bovendien bang ‘het huis kwijt te raken’. Voorheen gingen de twee altijd samen de deur uit. Bij thuiskomst was het huis precies zoals ze het hadden achtergelaten. „Ik kende de verhalen van vriendinnen: als ze na een lange dag thuiskwamen was hun man met van alles bezig, maar de ontbijtspullen van die ochtend stonden nog op het aanrecht.”

Kersten is niet de enige echtgenote die zich zorgen maakt. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt zelfs dat de pensionering van mannen een negatieve invloed heeft op de mentale gezondheid van hun vrouwen. Het wordt in de wetenschap ook wel ‘retired husband syndrom’ (RHS) genoemd: de man gaat met pensioen, de vrouw krijgt last van stress, depressie en slapeloosheid. Het ‘syndroom’ werd al vaker beschreven, maar voor het eerst is nu wetenschappelijk het causale verband bewezen.

De Italiaanse economen Marco Bertoni en Georgio Brunello gebruikten data uit jaarlijks bevolkingsonderzoek van de Japanse universiteit van Osaka, waaruit ze gegevens haalden van 836 Japanse getrouwde vrouwen geboren tussen 1942 en 1950. Ze concludeerden dat ieder jaar dat een man langer met pensioen is, de kans op RHS-symptomen bij de vrouw toeneemt met 5,8 tot 13,7 procentpunt.

Bertoni en Brunello vermoeden dat de gepensioneerde man meer beroep doet op de tijd van zijn vrouw dan voorheen, waardoor de vrouw in de stress schiet. Het negatieve effect van de pensionering van de man is dan ook sterker voor werkende vrouwen dan voor huisvrouwen. Werkende vrouwen hebben het sowieso al druk, nu moeten ze ook nog tegemoet komen aan de verzoeken die hun man ineens voor hun heeft.

Trainer Willy Dekker merkt dat gepensioneerde mannen ‘een claim’ leggen op de tijd van hun vrouw. Dekker geeft al zeventien jaar Pensioen in Zicht-trainingen waarin ze pensionado’s en hun partners leert omgaan met de ‘nieuwe levensfase’. In veel sectoren is deze meerdaagse cursus opgenomen in de cao, om de werknemers te behoeden voor het beruchte ‘zwarte gat’. Dekker: „Van de ene op de andere dag raak je alles kwijt: je dagritme, het gevoel nuttig te zijn, je collega’s. Ik leer mensen dat ze afscheid moeten nemen van hun werk, en hun leven opnieuw moeten inrichten.” Veel mannen hebben het idee dat ze iets moeten inhalen, merkt Dekker. „Ze hebben een leven lang hard gewerkt, en vinden het vanzelfsprekend dat ze nu meer met hun vrouw samen doen. Maar vrouwen vinden dat benauwend. Zij zijn gewend hun eigen bezigheden en tijdsindeling te hebben.”

Lies Kerstens schrikbeelden werden niet bewaarheid. Haar man vond zijn intellectuele uitdaging voortaan in vrijwilligerswerk voor onder andere een milieu- en natuurclub. Het huis werd ook geen bende. Sterker nog: „Die kleine klusjes die we voorheen altijd samen in het weekend propten, doet hij nu doordeweeks. Goof kookt en doet de boodschappen: heerlijk, dat ik niet meer onderweg naar huis langs de supermarkt moet.”

Hij voelt zich een zeurpiet

Toch is er iets wezenlijks veranderd: „Er is altijd iemand. Op vrijdag ben ik bijvoorbeeld altijd vrij. Voorheen was Goof dan op zijn werk; vrijdag was mijn dag. Maar nu, als ik een telefoongesprek beëindig, hoor ik: ‘Goh, wie was dat?’ Mijn vriendin komt geregeld op vrijdag lunchen, zegt ie: ‘Ah gezellig, ik schuif even aan’. Natuurlijk is dat gezellig, maar ik wil ook tijd alleen met haar.”

Kersten voelt zich soms „een zeurpiet”, vertelt ze. „Goof heeft graag mensen om zich heen. En tegenwoordig heeft hij meer tijd en energie. Onze kleinkinderen wonen in de buurt, dus ‘kom maar langs’, zegt Goof dan. De dag erna zitten er bijvoorbeeld weer mensen van zijn milieuclubje thuis. Hoe leuk ik het ook vind, voor mij is dat na een lange werkdag soms echt te veel. Maar hoe geef je je grenzen aan zonder te zeuren?” Op de pensioentraining leerde Kersten dat ze die irritaties toch moet uitspreken. „Het klinkt kinderachtig, maar we hebben nu afgesproken dat doordeweeks iedereen mag langskomen, als ze maar om zes uur weer weg zijn.”

Verwachtingen en wensen uitspreken is het redmiddel van de relatie, zegt Dekker stellig. „Dat kan ook gaan over iets concreets als de taakverdeling. Een stofzuiger in het midden van de kamer zetten in de hoop dat de ander het huis zuigt, werkt dus niet.” Onderzoekers Bertoni en Brunello denken dat het huishouden een belangrijke bron van stress is voor de vrouw, omdat hun gepensioneerde man ineens óók een mening heeft over het huishouden. Dekker: „Nog nooit gekookt, maar nu gaan ze dat eens ‘lekker’ voor hun vrouw doen. Terwijl ze zelfs water nog laten aanbranden. Dat wekt irritatie.”

Van stunteligheid had Goof van Vliet geen last. Hij deed altijd al taken in het huishouden, en koken kon hij ook al. Toch had zijn vrouw de indruk dat hij taken liet liggen. Kersten: „Als ik opsta, ga ik het liefst meteen aan de slag. Hup, meteen de bedden afhalen. Vroeger ging Goof daarin mee, nu heeft hij zijn eigen ritme. Rustig opstaan, de krant lezen. Staat er goede wind? Dan gaat ie zeilen. Logisch ook. Maar intussen zit ik me af te vragen wanneer de tuin wordt gedaan.” Van Vliet: „Kijk, als ik zeg dat ik iets doe, gebeurt het ook. Maar ik hou er niet van als ik iedere keer wanneer ik even zit, de opmerking krijg: je zou toch dit en dat? Tijdens de cursus heb ik dit met de andere mannen besproken. Wat bleek: alle acht hadden we hetzelfde probleem! We hebben onze vrouwen toen een voorstel gedaan: één keer per week houden we een uurtje werkoverleg. Werkt perfect. Daarna hebben we het er niet meer over. Pas na een week kijken we of ieder zijn woord heeft gehouden.”