Het is niet goed om alles uit te spreken

Het werk van kunstenaar herman de vries (1931) (met kleine letters) is nu te zien in Schiedam en volgend jaar op de Biënnale van Venetië. Hij maakt minimale kunst met wat hij opmerkt in de natuur.

Tekst Joyce Roodnat Foto Robin de Puy

herman de vries

„Al heel lang gebruik ik alleen kleine letters. Dat is mijn anarchistische instelling. Ja, ik had het ook op kapitalen kunnen houden, blijkbaar koos ik voor bescheidenheid. Ik houd niet van hiërarchieën. In de natuur bestaan ze niet. Alles is even belangrijk, dat leerde ik daar. Grote bomen zien er machtig uit. Maar zonder micro-organismen kunnen ze niet leven.”

Baard

„Ik zou niet weten waarom ik iets dat groeit, zou moeten afsnijden, dus ik heb een baard. In 1953, toen ik in Wageningen ambtenaar was bij de Plantenziektekundige Dienst, werd ik apart genomen. Of mijn baard ‘nodig’ was. Ik zei dat ik in het reglement had gelezen dat we ‘ordelijk gekleed’ moesten gaan. Maar dat het niks voorschreef over een baard. Ik kreeg te verstaan dat er voor mij geen promotie inzat. Zo heeft mijn baard indirect bijgedragen tot mijn keuze voor de kunst.”

Lsd

„Ik leed heftig aan astma en had een lage levensverwachting. Ik gebruikte zware medicijnen. Ik zat vast, ik wilde zo niet bestaan. Er moest iets veranderen maar ik wist niet hoe en ik wist niet wat. Mijn vrijheid heb ik moeten veroveren. In Arnhem ontmoette ik een hippie-achtig stel dat me over lsd vertelde. Ze regelden het voor me, ik nam het. Ik vond het een bijzondere ervaring dus ik nam het opnieuw, nu in een grote dosis. Ik kreeg het benauwd, ik voelde een astma-aanval. In mijn verruimde bewustzijn kwam ik op het idee om te denken: ik ga daar niet op in. Het leek of ik een tunnel in werd gezogen. En daar schoot ik weer uit, een bloeiend landschap in, vol kleuren. Daarna heb ik nooit meer last van astma gehad, ook al zijn mijn longen voor 50 procent geblokkeerd en loop ik bij iedere helling te hijgen. En in plaats van de verwachte 50 bereikte ik nu al de 83 jaar.”

Aandacht

„Mijn werk is nu te zien in Schiedam. In de lente in Kröller-Müller op de Veluwe. In de zomer in het Stedelijk Museum in Amsterdam – dat is verbazend bevredigend. Wat ik deed is niet niet altijd waargenomen. Ik lever mijn bijdrage aan het handelen en denken in de wereld. […]. Merkte je? Ik zei even niks toen je vroeg wat die bijdrage is. Het is niet goed om alles uit te spreken. Kijk naar mijn werk, daar zit het antwoord.”

Biennale

„Het is heel belangrijk voor me dat ik volgend jaar naar de Biennale van Venetië mag. Ik heb veel te zeggen en te laten zien en ik hoopte al jaren dat ik Nederland mocht vertegenwoordigen. Ik toon er heel groot een tekst van mij uit 1974: To Be All Ways To Be. Het is ook de titel van de tentoonstelling. Hamlet? Ik weet niets van Shakespeare. O ja, nu begrijp ik je. Hamlet stelt met zijn ‘To be or not to be’ de vraag of de mens bestaat of niet. Ik zeg: Ik ben er.”

108 pond gedroogde rozen

„Op de vijfde etage van het museum in Schiedam ligt mijn vloer vol rozenknoppen. Je ziet rozen, maar éérst ruik je ze. De neus staat direct in contact met de hersenen. De ogen kijken daarna waar de geur vandaan komt. We hebben geen woord voor geuren, we zeggen bijvoorbeeld ‘als koemest’. Of ‘als rozen’. Ook het Nederlandse paviljoen in Venetië zal naar rozen geuren, daar maak ik opnieuw zo’n vloer. Voorlopig met 108 pond gedroogde rozen, maar ik hoop op 80 kilo. Nieuwe oogst, uit Marokko. Of uit Turkije. Of uit Egypte. Ze dragen geur voor maanden bij zich, dat vind ik zo mooi. Ik heb thuis nog een schaaltje staan, het restant van de oude voorraad.”

Wit

„Mijn witte schilderij, uit 1960, is mijn belangrijkste werk. Ik veroverde de leegte. Het ging me om het niets. Loop je in het bos dan is het heel stil. Maar je hoort ruis. Er knakt een tak. Dat bedoel ik. Het is een echt Zero-schilderij. Nul is het einde van een sensatie en daarmee per definitie het begin van iets nieuws. Het opent nieuwe mogelijkheden. Ik werd kunstenaar op het moment dat ik het toeval ontdekte, en geïnteresseerd raakte in hoeveel mogelijkheden er konden bestaan. Ik vroeg een mathematicus uit te rekenen hoeveel wiskundige mogelijkheden een vlak van 24 bij 24 centimeter heeft. Hij kwam tot een getal van 49 cijfers. Een over-astronomisch aantal, noemde hij dat. Het gaat het universum te buiten.”

Nul-kunst

„Op 9 oktober gaat in het Guggenheim in New York een tentoonstelling van de nul-kunst open. Met werk van mij. Ja ook van Armando. Zijn werk schat ik hoog, maar met Armando heb ik geen contact meer; eigenlijk hadden we nooit veel contact. Het is mooi dat de nul-kunst herontdekt wordt. Maar ik ga er niet voor naar New York, ik wil werken voor Venetië. Ik ga verder. Altijd, tot het ophoudt.”

De dood

„Mijn vader werd 60, mijn moeder 98. Ik heb hopelijk nog enige jaren, want ik wil nog heel veel doen. Angst voor de dood heb ik niet, sinds ik eens geslipt ben. In Duitsland, op een drukke weg. Mijn auto draaide om zijn as en ik wist: er rijden grote vrachtwagens om me heen. Maar voor angst had ik geen tijd. Ik belandde dwars, keek in de koplampen van een wagen die op een meter afstand stilstond: ‘Vistransport, IJmuiden’. Er stapten twee mannen uit. ‘Beetje blikschade’, zei de ene. ‘Die kan gewoon doorrijden’, zei de andere. Samen keerden ze mijn auto in de goede richting. Ik reed verder. Pas 40 kilometer verderop begon ik te trillen.”

Natuur

„Ik woon in Eschenau, een dorp met 180 inwoners in Beieren, op 200 meter van de bosrand. Ik ben graag in de natuur. Ik oogst alleen maar, werkelijk, en wat ik oogst presenteer ik. Ik zag een boomstronk: ik werd getroffen door zijn verrottingsproces. Steeds ging ik kijken, tot hij het stadium had bereikt waarin ik hem wilde hebben. Toen heb ik ’m meegenomen. Ik heb ’m gedroogd en de houtwurmen met azijn verjaagd. Gefixeerd. Je kunt hem zien in Schiedam. Hij is mooi.”

Houtskool

„Op een muur van de Ketelfactory in Schiedam maakte ik een tekening van vier bij zes meter, nee, niet met houtskool, ik deed het met verbrand hout – hout in overgangspositie. Zulke tekeningen zijn spontane handelingen, ik kan ze alleen maken als ik moe ben en niet meer goed nadenk. Over deze tekening deed ik 36 seconden. Ik concentreer me en doe het, en wat het moet worden weet ik niet van tevoren. Zoiets gaat altijd goed. Het loopt pas fout als ik nog even iets wil verbeteren. Ik moet er afblijven. Nee, niet mijn verkoold-houtwerk vergelijken met mijn uitwrijvingen. Dat is iets anders. Daar wrijf ik as of aarde uit op papier, van overal vandaan. Het gaat om de kleur van materie. Dus eigenlijk is het heel gewoon. Zoals eigenlijk al mijn werk.”

Esthetiek

„Het woord esthetiek komt van het Griekse woord voor waarnemen. Ik heb een oog voor schoonheid, voor de esthetiek zorgt de werkelijkheid zelf. In mijn werk verenigen we ons. Het publiek is de derde partij. Ik laat de mensen zien wat ik heb opgemerkt. Dat zouden ze zelf ook kunnen, maar ze kijken eroverheen. Ik trap graag open deuren in. Die deuren zijn al open. Niemand die het ziet. Tot ik trap.”