Het getemde fysica-pandemonium

Over de hele wereld werken duizenden natuurkundigen die elkaar wel eens ontmoet hebben in Cern, bij Genève. Het is de geheime kracht van een van de belangrijkste wetenschapsinstituten ter wereld. Maandag bestaat het 60 jaar.

De buitenstaander ziet van dat Europese instituut voor deeltjesonderzoek vooral foto’s van enorme apparaten (‘Kathedralen van de Wetenschap’) en krantenstukken over prachtige ontdekkingen en Nobelprijzen (het Higgsdeeltje!). En we horen van vreemde vergissingen, zoals toen storing in een kabel de indruk wekte dat deeltjes sneller konden gaan dan het licht. Cern is ook vereeuwigd in de massacultuur als bron van een (fictieve) antimateriebom waarmee in Dan Browns ‘Angels and Demons’ bijna het Vaticaan werd opgeblazen.

Maar in de wereld van de natuurkunde zelf is Cern vooral een intensieve draaischijf van mensen, waar jaarlijks ruim 12.000 wetenschappers zich als visiting scientists, guest professors, fellow, associates, studenten, leerlingen, stagiairs of ‘gebruikers’ voegen bij de ruim 2.500 vaste krachten van Cern. En allemaal zijn ze op de een of andere manier betrokken bij experimenten in de indrukwekkende nieuwe Large Hadron Collider of het dozijn andere apparaten om de atomaire deeltjes te onderzoeken. Cern heeft een jaarbudget van een miljard euro (waarvan bijna 38 miljoen uit de Nederlandse rijksbegroting en nog eens 11 miljoen uit het budget van NIKHEF, het Nationaal instituut voor subatomaire fysica). De helft van dat geld gaat op aan personeel.

In het jubileumstuk in deze bijlage maakt Margriet van der Heijden (die als promovendus ooit zelf onderzoek deed in Cern) duidelijk hoe zorgvuldig en beheerst dat potentiële pandemonium van wetenschappelijke ego’s wordt bestuurd. Kort samengevat: op de trage Hollandse poldermanier. En het werkt. Van Cern kunnen we meer leren dan de precieze samenstelling van materie.

En zo was het instituut ook bedoeld: als een vehikel voor Europese samenwerking, negen jaar na een bijna alles vernietigende oorlog. Die doelstellingen zijn belangrijker dan ooit, al blijft ook kennis van de samenstelling van het heelal best interessant.

Cern begon zestig jaar geleden niet met een Big Bang, maar met een simpel plan om samen te werken in de atoomwetenschap. De toen nog extreem populaire kernenergie lieten de betrokken wetenschappers overigens gauw schieten. De politici leek dat belangrijk, maar de fysici zagen meer perspectief in de zuivere wetenschap van de deeltjesfysica. Hadden politici toen moeten protesteren? Had Europa dan misschien meer ‘valorisatie’ gescoord? Waarschijnlijk heeft Cern meer vele kleine en grote technische innovaties opgeleverd dan de Europese ruimtevaart, die overigens in de ESA ruim 4 miljard euro per jaar kost.