Gejengel om een ‘vrije’ eigen regio blijft kinderachtig

Identiteitspolitiek floreert – en niet meer alleen op de campus, stelt Stephan Sanders vast. Maar echte onvervreemdbare identiteit is een veelvraat. En gaat gepaard met een gevoel van achterstelling.

illustratie sebe emmelot

Het was de rigueur aan westerse universiteiten tijdens de laatste decennia van de twintigste eeuw: identiteitspolitiek, oftewel identity politics. Van Melbourne tot New York en Berkeley en ja, ook in Amsterdam en Tilburg braken studenten van vooral de humaniora zich het hoofd hoe ze het menselijke (humanus) in zoveel mogelijk factoren konden ontbinden. Natuurlijk, er was al veel langer aandacht voor verschil in klasse, religie en ‘ras’, maar de nieuwe academische versnipperaars richtten zich bij voorkeur op vraagstukken rond etniciteit, gender, seksuele gerichtheid, om juist als minderheid voor vol aangezien te worden, en niet langer als aanhangsel.

Ik heb die tijd meegemaakt, het was een verademing na het stenen tijdperk van het marxisme dat zo lang de geesteswetenschappen heeft bepaald, maar achteraf moet je toch concluderen: het was vooral een hobby voor de radical chic, die met hun eigen apostelen (Lyotard, Irigaray, Baudrillard, Saïd ) een nieuw evangelie uit de grond stampten in een moeilijk toegankelijke, postmoderne taal. Als distinctie de hefboom is voor het klassenverschil, waren die postmoderne identiteitspropagandisten wel extreem deftig.

Nooit gedacht dat twintig jaar later de arbeider die net werkeloos was geworden in Glasgow zich op een heel praktische manier die identiteitspolitiek eigen zou maken. Ja, Schotland moet onafhankelijk, want dan gaan de uitkeringen omhoog en komt er gratis geld dankzij de Schotse olie.

Mag ik van een gezonken cultuurgoed spreken?

Ik doe trouwens die Schotse onafhankelijkheidsbeweging onrecht, want het is wel degelijk zo dat de Engelse conservatieven een onevenredig grote politieke invloed hebben in Schotland; en het waren heus niet alleen de laagstbetaalden die zich voor onafhankelijkheid uitspraken, ook de brede middenklasse liep er voor een niet onbelangrijk deel warm voor.

Mij verbaasde dat, als Nederlander, omdat wij altijd hebben geleerd dat we maar een klein landje zijn – maar o zo fijn, hoor! – waardoor het moeilijk te begrijpen valt dat grote naties vrijwillig zichzelf de kop of de benen willen afhakken. In de beschouwingen over het Schotse referendum leerde ik dat er ook zoiets bestond als een Groot Friese Gedachte, met vergezichten tot aan de Duitse en Deense waddenkust – dus niet alle Nederlanders deelden mijn verbazing.

En dan heb ik het nog niet eens over al die andere volkeren van Basken, Catalanen, Bretons en Galiciërs, Vlamingen en Quebecois, die zich ogenblikkelijk herkenden in het onafhankelijkheidsstreven van de Schotten en daar een belangrijk voorschot zagen voor hun eigen toekomst. De identiteitspolitiek floreert – en al lang niet meer uitsluitend op de campus.

Een van de meest ontroerende en trouwens ook behoorlijk onwaarachtige zinnen die ik ken, stamt uit het schuldbewuste West-Duitsland van na de oorlog maar voor de Wiedervereinigung: de arbeidsmigratie was een feit, delen van Berlijn waren de facto Turks geworden en er waren Duitsers die dat met lede ogen aanzagen. Maar dat waren niet de goede Duitsers, de progressieven, die onuitputtelijke verzameling van vastberaden antifascisten die Duitsland na de oorlog is geworden. En die mensen smeekten: ‘Lasst uns mit den Deutschen nicht allein’. Dat was precies het omgekeerde dus van wat die Schotten, Catalanen, Basken et cetera nu vragen: ‘Laat ons nu eindelijk eens alleen zijn met onszelf.’

Ik hoorde een Pakistaanse Schot, die over Engeland sprak zoals zijn voorouders over India moeten hebben gesproken: weg ervan, weg ermee, we willen op onszelf. Die nieuwe identiteitspolitici zijn dus niet perse xenofoob op de traditionele manier. Als de Mexicaanse Bask maar Bask genoeg is, mag hij ook meedoen met het eigene en vervalt zijn status van vreemdeling. Had ik behoorlijk Twents geleerd, ik zou me full blown Tukker mogen noemen.

Het is dus te gemakkelijk om al die onafhankelijkheidsbewegingen enkel te verdenken van etnische bekrompenheid en slinkse rassenwaan. Ik geloof dat de Vlaamse beweging medestanders met een bruine of zwarte huidskleur van harte verwelkomt – al was het maar om zich het verwijt van racisme van het lijf te kunnen houden.

En toch blijf ik het onbegrijpelijk en ook wel kinderachtig vinden, dat gejengel om een onafhankelijk Baskenland, Catalonië en Vlaanderen. Ja, dat eigen dialect, of zelfs die eigen taal, het streekgerecht, de unieke balsport, altijd iets met kogels of met kloten, de unieke manier van omgang, de lokale ambachten. Het is allemaal van een oneindig belang.

Maar nog belangrijker blijkt altijd het gevoel van achterstelling: die Walen laten zich onderhouden door het nijvere Vlaanderen, de Catalanen moeten dokken voor die lui in Sevilla en de Schotten zijn in potentie de Noren van het eiland, mits die andere eilandbewoners zich die schatten niet toeeigenden.

De identiteitspolitiek gaat dus nooit over de eigen identiteit alleen, maar minstens zozeer over de parasitaire identiteit van de Ander, die jou en jouw volk eronder houdt. Eigenliefde gaat altijd hand in hand met sentimenten rond achterstelling en uitbuiting. In die zin lijkt het grote, maatschappelijke verhaal sprekend op een familiegeschiedenis, waarin het ene kind zich benadeeld voelt omdat het andere alles krijgt - geld, aandacht en ook nog eens het door de ouders betaalde rijbewijs. Voorgetrokken, achtergesteld: dat is in het kort de familierancune die we bijna allemaal herkennen. Maar de vraag is of dit familiedrama zich zomaar laat vertalen naar een groter, maatschappelijk geheel.

Er was een tijd dat Wallonië het economisch florerende deel van België was, met zijn industrieën, en zijn elegante Franse manieren. En het is niet onvoorstelbaar dat over vijftig jaar Liège het weer wint van Gent en Charleroi van Antwerpen. Landen moeten over het algemeen wat langer bestaan dan gezinnen en de machtsverhoudingen kunnen dus ook flink fluctueren in de tijd.

Dat je het even helemaal hebt gehad met vader of moeder – je moet zoiets niet bagatelliseren, maar het drama valt te overzien. Maar dit soort interlandelijke scheidingen dragen de volle belofte van een catastrofe in zich – hoe lang duurt nu al de animositeit tussen Pakistan, India en Bangladesh? En waar eindigt het? Eerst denken de Pakistanen nu lekker met elkaar te zijn, dan ontdekken ze toch weer een Pakistaanse groep die anders eet, praat en bidt, en moet het eigenlijk weer tot een splitsing komen, want die echte, onvervreemdbare eigen identiteit – dat is een veelvraat, die is nooit bevredigd.

Je kan nog denken: al die regionale verlangens naar onafhankelijkheid zijn mogelijk geworden juist dankzij het Europese Project, waardoor het zeer grote (de EU) kan bestaan naast het zeer kleine (Bretagne). Maar zo werkt het toch niet helemaal. Stel dat er in Oekraïne een Noors vliegtuig uit de lucht was geschoten – hoe verantwoordelijk denkt u dan dat de EU zich had gevoeld? Ja, mededogen kost niets, maar sancties tegen Rusland doen dat wel.

Het werkt trouwens ook omgekeerd: nu Cameron de Schotten gesmeekt heeft niet te vertrekken uit het Koninkrijk, en Great te blijven in plaats van small and beautiful – hoe wil de Britse premier over een tijdje dan een Brexit verdedigen?

Als de Schotten het grotere geheel moeten koesteren, telt dat dan ook niet voor het Verenigd Koninkrijk als het om Europa gaat?

Tot slotte: er is dat ene, krankzinnig grote Project dat de Verenigde Staten van Amerika heet. Genoeg interne problemen, daar niet van, maar je hoort eigenlijk nooit dat Arkansas of Missouri zich wil afscheiden. Het valt ze ook niet aan te raden, want het worden ogenblikkelijk Midden-Amerikaanse landen, die zich moeten zien te meten met Guatamala.

De uiteindelijke vraag is: waar draait het om, een volk of een verbond? Een volk heeft een eigen identiteit, een verbond kent vele identiteiten, bij elkaar gehouden door het idee dat zo’n geheel groter is en meer oplevert dan de som der delen.

Ik ben van de verbondsgedachte – in politiek en ja, zelfs in religieus opzicht.