Flik iets en lach het duister weg

Joyce Roodnat

Over Hilary Mantel; Ann Van den Broek; Mark Rothko; 40x40 cm herman de vries.

Hilary Mantel is een held. Twee keer achter elkaar won ze de Man Booker Prize. Dat is al uniek, maar bovendien kreeg ze die prijzen voor boeken over koning Henry VIII en zijn hof. Ze flikte het dus in een genre waarvoor nogal wat literatoren hun neuzen ophalen: de historische roman.

En nu slaagde ze erin de Britten te choqueren met een kort verhaal.

Een kort verhaal! Het stiefkind van de literatuur, de winkeldochter van de boekhandel. Het heet The Assassination of Margaret Thatcher: August 6th 1983. Het dagblad The Guardian publiceerde het, nadat een andere krant het niet had aangedurfd. Het staat op de Guardian-website, lees het vooral. Het vertelt over een welgestelde vrouw en een arbeideristische IRA-hit man met een vuurwapen op zijn knieën, samen in haar slaapkamer. Nee, geen gevrij. Het is omdat haar raam uitkijkt op de binnenplaats waar premier Thatcher zich zo dadelijk zal vertonen. Wat er staat te gebeuren laat zich raden. En de vrouw realiseert zich dat ze niet voor moord is, maar wel tegen wat Thatcher aanricht in haar land. En dus is ze misschien wél voor haar dood. Of nee. Of ja, toch. Of...

Enfin, ik vind het prachtig. Scherp. Huiselijk van stijl. Vol van paradoxaal vastberaden twijfel, Mantels handelsmerk.

Schande! De hele reutemeteut aan sociale media en opiniepagina’s rolt over Mantel heen. Een Lord dringt aan op politieonderzoek naar deze fictieve aanslag op iemand die trouwens al dood is. Kalmpjes wees Mantel erop dat zij niet samenvalt met haar personages. Maar ze maakt ook geen geheim van haar „kokende afschuw” van Thatcher. En ze staat pal voor de literatuur die, zo zei ze, „zich niet uit de voeten [kan] maken voor de geschiedenis”.

De storm raast door, Mantel geeft geen krimp. Haar strategie twitterde ze al in april, met haar enige tweet: „When rumors swirl, bold girls twirl; and laugh the dark away”.

Ze lacht het duister weg. Nu bewonder ik haar nog meer.

De Vlaamse choreograaf Ann Van den Broek lijft in haar voorstelling The Black Piece de duisternis juist in. Haar dansers en danseressen horen we op een pikkedonker podium stampen, hijgen, schuiven. Van den Broek sluipt rond en bespiedt ze her en der met een zaklantaarn. Dan zien we hun gezichten, hun spieren, hun zweet. Hun magnifieke stuiptrekkingen. Dan zien we hoe mooi ze dansen, en hoe eng. Onfatsoenlijk heftig. Van den Broek geniet van hen. Wij genieten mee.

In het Haags Gemeentemuseum lever ik me uit aan de schilderijen van Mark Rothko. Banen kleur. Even kijken gaat niet, ze kosten tijd. Eerst zie ik horizonnen. Uitzichten. Ik droom weg, mijn blik verliest zijn focus. Nu bubbelen de oranjes, de rozes, het rood. Ik duik onder en verheug me.

Maar niets haalt het bij de poelen bruin van dat ene doek: ‘Untitled, 1963’. Er is geen zaklamp die aanwijst waar ik moet kijken. Ik moet het duister in, en aanvankelijk zie ik niks. Het donker van de aardekleuren begint te kolken. Het doek gooit een lasso, vangt me, haalt aan. Rothko zet het denken stil, ten gunste van het kijken.

Van het donker in het licht. Van Den Haag naar Schiedam, naar het Stedelijk Museum voor herman de vries. Geen hoofdletters in zijn naam, want als 83-jarig kind van de jaren vijftig en zestig erkent hij geen hiërarchie. Grijze haren overal, zover het oog reikt. Nulkunstenaar: zijn werk verwijst alleen naar zichzelf. Dus graait herman de vries in de natuur en laat die naar zichzelf verwijzen. Hij verzamelde de groeisels op een stukje grond maat stoeptegel, 40 bij 40 centimeter. 467 soorten trof hij. Hij rubriceerde ze, droogde ze, verdeelde ze ingelijst in rijen over de wand. Koel, nuchter, zakelijk. Maar het geheel verraadt de vries’ geloof in het pure mooi van élk plantje en élk kruidje. Van de schepping.

herman de vries is uitverkoren om volgend jaar Nederland te vertegenwoordigen in het Rietveldpaviljoen op de Biënnale van Venetië. In de wandelgangen hoor ik gemor: hoe hebben ze dat kunnen doen? De jury had een jónge kunstenaar moeten nemen. Dat is leeftijdsdiscriminatie. Maar los daarvan, klim in Schiedam naar de vijfde etage, naar rosa damascena, een vloer die overstroomt van rozenknoppen, een zaal vol geur. Nulkunst als idee, maar inhoudelijk helemaal niet nul. Venetië zal versteld staan van de gedachte van de roos. De mens kruipt waar hij niet gaan kan. herman de vries kruipt voorop.