Er is heus genoeg criminaliteit, als je het maar weet te vinden

Sinds het aantreden van het kabinet in 2012 is Nederland veiliger geworden en daar is hard aan gewerkt en daar gaan we de komende jaren krachtig mee verder.” Zo, die zit, dat eerste zinnetje van de Justitiebegroting 2015. Verder niet lullen maar poetsen.

Veiliger en veiliger, gevolgd door veiliger en daarna wordt het nog weer veiliger. De bewindslieden Teeven en Opstelten kan geen gebrek aan focus worden verweten. Eigenlijk kan dat begrip ‘justitie’ best helemaal vervallen. Officier van Veiligheid, Paleis van Veiligheid– het heeft wel wat.

En dan volgen vele tientallen bladzijden justitieproza. Prestaties die ‘verbeterd’ worden, ‘intensiveringen’ die er komen, evenals kwalitatieve versterkingen en natuurlijk de nodige kwaliteitsslagen. De prioriteiten vliegen je om de oren – als het héél belangrijk is, dan is het een topprioriteit. De begroting leest als een dwingende verkiezingstoespraak. De nieuwe eenheden van de nationale politie worden consequent Robuuste Basisteams genoemd. Regeren per bijvoeglijk naamwoord – als je het zo noemt zal het vanzelf zo worden. Vermoedelijk was men eerst van plan ze DeMeerBlauwOpStraat Teams te noemen. Zie ook de nieuwe snelrechtpraktijk van OM en politie. Dit initiatief, met een selectietafel op het politiebureau en instant sancties, gaat door het leven als ZSM. ‘Zo Snel, Slim, Selectief, Simpel, Samen en Samenlevingsgericht Mogelijk’. Het staat er echt. Als Opstelten pindakaas moest verkopen werd het ongetwijfeld ‘Zo Smeerbaar, Smeuïg, Smakelijk, Smijdig en Boterhamgericht als maar Mogelijk’.

Inhoudelijk staan de bewindslieden in een spagaat. Ze beweren tegelijk dat alles beter gaat én dat de zaak instort als we niet ingrijpen. Het wordt tegelijk veiliger en onveiliger. De burger moet én bang zijn én gerustgesteld. Anders hoeft er namelijk ook niks te worden verbeterd, aangepakt, geïntensiveerd etc. Het is een puinhoop, nee, het gaat juist fantastisch. Staan we nu in brand of wordt er geblust?

Ronduit intimiderend is de passage over ‘ondermijnende criminaliteit’. Het gaat dan om mensenhandel, drugscriminaliteit, fraude en motorbendes. Daar „is sprake van flagrant normoverschrijdend gedrag waaruit een schijn van onaantastbaarheid voortvloeit. Er is bovendien bijna altijd sprake van een verwevenheid tussen boven- en onderwereld.” Er vormen zich criminele ‘machtscentra’ die met geweld, afpersing en bedreiging de maatschappij fundamenteel aantasten. Alleen met een ‘strakke samenwerking’ van alle relevante overheden kunnen die bestreden worden. Er zou sprake zijn van 950 criminele samenwerkingsverbanden.

Over deze formulering is vast nagedacht. Natuurlijk gaat het kabinet de Kamer niet letterlijk schrijven dat we hier een onaantastbare maffia hebben waar de overheid geen raad mee weet. Maar daar riekt het wel naar. Vorig jaar kondigde Opstelten al een wetsvoorstel aan dat criminele infiltranten weer mogelijk moet maken en gebruik van betaalde kroongetuigen vergemakkelijkt. Dat ging over deze categorie onaantastbaren. Toen werd de noodklok duidelijker geluid. Politie en justitie „kunnen onvoldoende doordringen tot deze groepen” heette het. Justitie kan daar niemand aan de praat krijgen. Het risico op represailles is veel te groot. De grootste, meest bedreigende groepen zijn ook het meest effectief in het zichzelf afschermen. Door ambtenaren om te kopen, te intimideren en te bedreigen. Of door de politie te observeren, te schaduwen en zelfs af te luisteren. Het is „uiterst moeilijk en soms onmogelijk om bewijsmateriaal te verkrijgen” heette het. Er is ‘onvoldoende zicht’ op hun activiteiten. Greep krijgen op hun geldstromen is ‘kansloos’.

Dat klinkt dus niet als het almaar veiliger Nederland dat net blij is verkondigd. De problemen zijn fors en blijven dat ook. Om ze niet nog groter te laten worden moeten de rechtstatelijk meest dubieuze instrumenten, het kopen van getuigen en het mee plegen van criminaliteit, kennelijk worden toegestaan of uitgebreid.

Dus hoe gaat het nu werkelijk? Te oordelen naar het aantal benodigde politiemensen en cellen gaat het dan weer voortreffelijk. De nieuwe Nationale Politie mag in operationele sterkte achteruit; van 51.598 arbeidsplaatsen naar 49.802. Dat zijn 1.796 agenten minder. De samenvoeging moet bovendien eind 2015 een besparing van 5.000 administratieve krachten opleveren. Opstelten en Teeven kondigden vorige week aan dat de komende vijf jaar nog 700 cellen overbodig zijn „vanwege vermindering van de geregistreerde criminaliteit”. Er worden ook 400 elektronische enkelbanden afbesteld. Er zullen ook 2.700 bewaarders afvloeien. Het kabinet werkt aan de sluiting van drie tbs-klinieken en negentien gevangenissen. Zes staan er nu leeg te koop.

Is een daling van de geregistreerde criminaliteit hetzelfde als een daling van de criminaliteit als zodanig? Daar lees ik dan weer niks over. Elders in de begroting blijkt dat er meer dan genoeg criminaliteit te registreren valt, als je het maar weet te vinden, nietwaar. Het ophelderingspercentage van woninginbraken moet stijgen naar 11,5 procent in 2018. Volgend jaar hoopt de politie op 9,9 procent te zitten. Dat is van vrijwel niks naar bijna niks. Inbreken blijft hier feitelijk onbestraft. Voor straatroof is de pakkans beter, maar nog altijd slecht. De politie neemt zich voor volgend jaar er 28,9 procent van op te lossen. Krap een derde. En van alle roofovervallen 48,7 procent. De ‘ambitie’ is om dat met wel 2 procent te verbeteren. In 2018! Kunnen we dat wel serieus nemen? Veiligheid – mij lijkt het kletskoek. De overheid kan er niet voor zorgen en moet het dus ook niet beloven.