Een veilig land is een bang land

Militairen hebben het advies gekregen niet meer in uniform te reizen. Anders zouden ze een makkelijk doelwit zijn voor terroristen. Hoe reëel is de angst voor aanslagen?

Leven is dodelijk. We stappen in de auto (verkeer: 570 doden per jaar). We fietsen langs slootjes en riviertjes (verdrinking: 81). We klauteren op het keukentrapje (valpartijen: 2.795). We begeven ons tussen andere mensen (moord en doodslag: 162). En nu stuurt Nederland ook nog F16’s richting IS, waarmee de dreiging van terroristische aanslagen in Nederland zeker zal toenemen.

Nu maakt dat misschien iets uit voor militairen die in uniform in de trein zitten – wat officieel is afgeraden door Defensie – maar voor ons, alledaagse burgers, zal het de kans dat we de avond halen niet merkbaar verlagen.

Wie levens wil redden, moet niet investeren in antiterrorismemaatregelen. Wil je echt jaren toevoegen aan de levensverwachting van de Nederlandse bevolking, dan moet je zorgen dat niemand met drank op achter het stuur zit. Je moet zorgen dat laagopgeleiden meer groente en fruit eten. Dat het aantal zelfmoorden (1.753) omlaag gaat. Dáár, in verkeersveiligheid en volksgezondheid, zit de winst. Niet in het voorkomen van terrorismedoden, dat waren er in 2013 in Nederland nul, in de hele EU zeven.

Maar die kille rekensom wint het zelden van de angst. We zijn banger (of ons wordt verteld banger te zijn) voor die ene onwaarschijnlijke bomaanslag op Amsterdam Centraal, dan voor de snelweg waar we elke dag bellend en koffielurkend overheen zoeven. Waarom? Daar zijn verschillende redenen voor.

De veiligheidsparadox

We zijn bang, omdat we niet meer gewend zijn aan geweld. Een scheldpartij in de trein is al genoeg om ons de hele dag van slag te laten zijn. Nederland is veiliger dan ooit. In de jaren 70 hoorde je nog over moorden door de Duitse RAF, over Japanse terroristen die een Haagse ambassade gijzelden, over Molukkers die een trein kaapten en een schoolklas gijzelden. Een hele schoolklas – het is een echo uit een ver verleden.

Geweld en dood zijn natuurlijk niet uit Nederland verdwenen – denk alleen al maar aan MH17. Maar Nederland is zo rustig dat de veiligheidsparadox die Hans Boutellier in zijn boek De Veiligheidsutopie beschreef, in werking is getreden: hoe veiliger een land, hoe banger de mensen zijn.

We zijn bang, omdat we ons niet kunnen verweren tegen terrorisme. In de auto, waar we vrijwillig instappen, kunnen we een gordel omdoen, we kunnen de lampen aanzetten, langzamer rijden als het regent. We hebben een heel klein beetje zeggenschap over ons lot. Terreurdreiging is als een zware donderwolk die boven ons hoofd hangt. We vragen ons bezorgd af wie binnenkort als door de bliksem (2 doden) door een aanslag zal worden getroffen.

Ja, je kunt natuurlijk ontslag nemen, de trein vermijden en je in een keukenkastje verstoppen (let op, vergiftiging: 21 doden). Maar daarmee ruïneer je je eigen leven. En de terroristen bereiken wat ze willen: het land lamleggen.

En ja, we kunnen ook veel meer geld besteden aan terreurbestrijding. Taskforces opzetten, afluisterapparatuur installeren, mogelijkheden voor inlichtingendiensten verruimen. Maar terreurbestrijding heeft een prijs die betaald wordt in burgerrechten en privacy. We hebben simpelweg niet heel veel geschikte verdedigingsstrategieën tegen terroristen.

We zijn bang omdat een aanslag op een willekeurige Nederlander ook een aanslag op ons persoonlijk is. Op ons land, onze samenleving, op wat wij belangrijk achten. De kans dat ik slachtoffer van een aanslag word is klein, maar de kans dat Nederland een keer slachtoffer wordt, is helemaal niet zo klein. En wat als het politie en Defensie niet lukt om het gevaar van terrorisme te beteugelen? Waarom zouden we ze dan nog vertrouwen voor andere zaken? Wat blijft dan precies overeind van de maatschappij?

Het is de angst voor ongrijpbare

En we zijn ook bang omdat het gevaar van buiten komt. We snappen niet wat de terrorist beweegt. Het is angst voor het onverwachte, onbekende, ongrijpbare.

Nu is een angstig land een perfect werkterrein voor terroristen. Hoe banger, hoe meer effect. Reageert een land hysterisch op een provocatie, dan is dat, in de woorden van hoogleraar terrorisme Edwin Bakker van de Universiteit Leiden, „een uitnodiging om geterroriseerd te worden”. Maar hoe beteugel je angst? Hoe incasseer je als land bedreigingen en aanslagen? Hoogleraar Bakker bestudeerde de manieren waarop verschillende landen dat doen en trok daar lessen uit.

Manier één, „maar die wil je niet”, is simpel. Je leert er vanzelf mee omgaan, als je vaker met terrorisme wordt geconfronteerd. Bakker: „We zijn dit niet gewend. Dat is natuurlijk een luxeprobleem dat we moeten waarderen.”

Manier twee: geef betekenis aan dreiging en acties. Bakker vindt dat leiders beter moet uitleggen waarom er dreiging is, en waarom een land bereid is risico’s te nemen. Wat staat er op het spel? „Nederland vindt recht en bescherming van burgers belangrijk. Ik kijk hier in Den Haag uit over het Vredespaleis, het Internationaal Strafhof, het Joegoslaviëtribunaal. Blijkbaar vinden we het terecht dat die instituten in Nederland staan. Maar vertél dat dan ook als je uitlegt waarom je meedoet aan militaire acties tegen IS. Hou niet een of ander technisch verhaal. Als je goed uitlegt waarvoor je het doet, dan kunnen mensen zeggen: ja, ook ik ben bereid daar risico’s voor te nemen.”

Bakker vindt het advies van Defensie aan militairen om niet in uniform te reizen daarom helemaal niet slim. „We sturen ze wel in F16’s naar het Midden-Oosten om te schieten, maar we zeggen: ze mogen hier in Nederland geen enkel risico lopen. Wat willen we daar nou mee zeggen?”

Britten na de metroaanslagen

Dat deed Ken Livingstone, burgemeester van Londen, een stuk beter na de metroaanslagen in 2005. Livingstone hield een toespraak waarin hij het woord ‘terrorisme’ niet noemde. Hij zei wel dat Londen de plek was waar mensen kansen hadden, vooruit konden komen, samen konden leven. En dat de stad zich dat niet zou laten afpakken. Bakker: „Hij wist als een jiujitsu-expert de negatieve emotie om te zetten in positieve. Ja, er is gevaar. Maar je kunt trots zijn dat je je daar niet door laat intimideren.” Wat zou het motto, de slogan voor zo’n veerkrachtige samenleving moeten zijn? Het waren ook de Britten die in 1939 – mochten de steden gebombardeerd worden – alvast miljoenen posters lieten drukken met de tekst Keep Calm and Carry On.