Een Terminator in zijn milde fase

Bas van Putten vraagt zich af voor wie de BMW i8 bedoeld is? Het is een seniorenbak waar senioren niet in mogen.

Foto Peter de Krom

In het voorname gezelschap van de McLaren P1 en de Porsche 918 Spyder behoort de BMW i8 tot de eerste generatie sportwagens met een via het stopcontact oplaadbare hybride aandrijflijn. Dit is het beest dat zuinig geil moet maken. Een elektromotor en een driecilinder turbobenzinemotor leveren samen meer vermogen dan een basis-911. Met 362 pk en een gewicht van net onder de 1.500 kilo schiet je in 4,4 seconden naar de honderd.

Doe het gerust, want hij is poeslief voor de ozonlaag. Op stroom alleen kom je met de i8 al 37 kilometer ver, voldoende voor forensen met een laadpaal op de zaak. Wie optimaal bespaart, moet bijna 1 op 50 kunnen rijden. Van zijn theoretisch minimale CO2-uitstoot van 49 gram per kilometer – over de praktijk veroorloof ik mij enig pessimisme – profiteren topinkomens vorstelijk, tot de dringend noodzakelijke herziening van het autobelastingstelsel. Een bijtelling van 7 procent op een aanschafprijs van anderhalve ton is een douceurtje voor vermogenden. Pure klassenjustitie.

Maar ik begrijp dat het storm loopt. De ontwerper schiep een verbluffend gestileerde imitatie van natuurgeweld. De sleuven die in het verlengde van de zijruiten half open gangen graven tussen de achterschermen en de beide vinvormige spoilers, lijken uitgehold door weer en wind. Bij tweekleurig uitgevoerde i8’en kleven de donker gespoten carrosseriedelen als resten van een afgeworpen tweede huid aan de carbon koets. In wit met zwarte panelen lijkt de i8 een uit zijn vel knappend insect, het scifibeest dat ons komt redden.

Rijden doet hij minder gevaarlijk dan hij oogt. Het is een bijna zacht, mensvriendelijk ding, een Terminator in de verzoeningsfase. De voor de mannen elektronisch aangedikte grom van de benzinemotor is een platte stijlbreuk.

Dit is dus een te gek vet kinderspeeltje voor jeugdige, betrokken vrije creatieven op wie, denk ik, de fabriek besloot te mikken. Maar gaan die anderhalve ton steken in een versierpoging van BMW? Die vliegen of fietsen!

Ik heb de theorie dat BMW mijn twijfels deelt. Hier klopt namelijk iets niet. De i8 behoort als grote coupé tot een genre dat per definitie moeilijk ligt bij mannen die nog seks hebben. Die begeren iets wilders dan de rentenierende big spender. Maar die mag er niet in; voor je het weet hangt er een MAX-sfeer rond het revolutionaire format. BMW heeft het ondervonden met de 6-serie coupé. Hoe hip ze hem ook maakten, de Zwitserlevensenioren kwamen als vliegen op de stroop af. Het is dus zaak die spelbrekers buiten de deur te houden.

Daarom heeft het merk een handicap voor ongewenste leeftijden geschapen. Achter de vleugeldeuren werpen hoge dorpels de onneembare drempel op die ouderen genadeloos inprent dat hun houdbaarheidsdatum is verstreken. Jichtige zeventigjarigen zullen met een snik de handen van dit sieraad aftrekken.

Filosofisch manifest

Ziezo, nu nog de hipsters binnenharken. Die lok je met het grote verhaal dat beleving heet. Mij wordt het BMW iMagazine aangereikt, dat de i8-formule griezelig doortastend neerzet als het beloofde land. Het voorwoord leest als een filosofisch manifest met Lutheraanse stellingen vol impliciet gestook tegen de hersenlozen die de tweedehandsjes van het merk aftrappen. ‘Speed isn’t everything; a new paradigm for the sports car’. ‘Luxury and motion; a change in values’. Mijn vrees dat we in deze context niet aan denkers van het slag De Botton of Foucault zullen ontkomen, wordt bewaarheid. Het wordt De Botton, wiens edele gedachtengoed het vertrekpunt vormt voor een essay met vijf scenario’s over de vraag wat reizen tot kunstvorm maakt.

BMW flirt zo openlijk met de cleane, weldenkende, hoogopgeleide Apple-mens dat het haast pijnlijk wordt. Het ongetwijfeld onbedoelde Übermenschgehalte stemt opstandig. Wat nou ‘change in values’, met 362 pk onder de kap – kom op zeg. Is de oude strijdkreet ‘Freude am Fahren’ BMW te min geworden? Mag ik er met havo nog wel in?

Het kan geen toeval zijn dat de makers van de auto eerder aan galeriehouders dan constructeurs doen denken. Ik vrees dat ze zich ook zo voelen. Ze hebben een adembenemend kunstwerk gecreëerd. Ze hebben één fout gemaakt. De i8 neemt zijn gewenste territorium te gulzig in. Hij stigmatiseert zijn doelgroep en als sportwagen is hij mislukt. Hij rijdt bezadigd als een 6-serie, de seniorenbak die hij juist niet had mogen worden. De i8 lijkt me een schitterend gestrande utopie.