Een markt is een magneet

Sushi en friet, olijven en vlaai. De Markhal stapt op een nieuwe manier in een buitenlandse traditie.

Varkensvlees in vijftig tinten roze. Zeebeesten van zilver tot koraal. Groente en fruit in een palet waar de regenboog een puntje aan kan zuigen.

Het geroep van de verkopers. Het geroezemoes van de bezoekers. De klappen op het hakblok van de poelier. Tsjak, daar rolt een kop van een kalkoen. En daar gaat de klant, koploze vogel in de tas.

Wie waar dan ook ter wereld een stad bezoekt en zich wil mengen onder de bevolking, loopt het beste de lokale markthal binnen. Daar speelt het leven zich af. Daar ontmoeten mensen elkaar. Zulke hallen, imposante gebouwen vaak, zijn steevast te vinden in het centrum van een stad. De oude Grieken beschouwden de Agora niet voor niets als de belangrijkste plek van Athene. Een markt is een magneet.

Tijdens een rondleiding door een nog gesloten Markthal vertelt Carin Leenders de Vries over hoe alles er uit zal gaan zien. Ze is general manager van De Wereld van Smaak en betrokken bij de inrichting van de markt. Leenders de Vries legt uit dat er 96 ‘versunits’ zijn, verdeeld over 24 paviljoens. De versunits (kramen) zijn verhuurd aan slagers, kaasboeren, groenteboeren, bloemenverkopers. Deels zijn het nieuwe ondernemers, deels dezelfde kooplui die ook al op de buitenmarkt stonden. Zo verhuist een Marokkaanse familie met een noten-, zuidvruchten- en olijvenkraam naar binnen en zal maar liefst vier units onder haar hoede nemen. Er komen dependances van bekende plaatselijke detaillisten, zoals wildhandel Treuren, vishandel Schmidt en banketbakker Van Beek & Specker. Maar er komt ook een kraam van Multivlaai. En uiteraard eentje van Bram Ladage, de ongekroonde frietkoning van Rotterdam.

Op de daken van een aantal paviljoens komt horeca. Langs de binnenrand van de hal, ‘de plint’, komen winkels en nog meer eetgelegenheden. Een kookwinkel. Een Chinese supermarkt. Een wijnhandel. Een tapasbar. En wie in het midden van de hal de roltrap naar beneden neemt, kan in een moeite door wc-papier halen bij Albert Heijn, een fles wodka bij Gall&Gall en tandpasta bij Etos. De parkeergarage zit nog lager.

Leenders de Vries: „Er komen themaweken en een kok die bijpassende gerechten kookt. Het winkelend publiek mag alles proeven en kan met het recept direct door naar de markt.”

Ondanks de nog lege versunits, ronddansend stof en bouwkabaal is het niet moeilijk je voor te stellen hoe de hal er straks, in vol bedrijf, uit zal zien. Hoe het er zal ruiken. Zal klinken. De Rotterdamse Markthal heeft alles in zich om net zo’n magneet te worden als de Boqueria in Barcelona en andere beroemde markthallen in het buitenland. We hoeven er alleen maar naartoe te gaan en boodschappen te doen.