De natuur op heterdaad betrapt

Het V & A Museum in Londen wijdt een tentoonstelling aan publiekslieveling John Constable.

John Constable: Stonehenge, circa 1835 foto’s V&A

Een van de meest intrigerende werken op Constable: the Making of a Master, nu te zien in het Victoria & Albert Museum in Londen, hangt helemaal aan het einde van de tentoonstelling en is niet van de meester zelf, maar van Lucian Freud.

De Britse schilder, die drie jaar geleden overleed, kopieerde Study of the Trunk of an Elm (1824) van Constable en constateerde: „Ik vond het volslagen onmogelijk zo’n boom naar de natuur te schilderen.” Hoewel prachtig, is dat te zien. En daardoor wordt in één oogopslag duidelijk wat er zo bijzonder is aan John Constable (1776-1837). Zijn iep leeft, spat van het doek, is levensecht.

Eigenlijk moet je dan teruglopen om de tentoonstelling opnieuw te zien. Terug naar de studies van wolken, terug naar de glooiende valleien van Suffolk, het strand van Brighton, de kathedraal van Salisbury. Naar die verbeelding van idyllische Engelse landschappen (die nog altijd bestaan en zijn te bezoeken) waarmee Constable met tijdgenoot J.W. Turner wedijvert om te titel van publiekslieveling. De meer abstracte werken van de concurrent zijn in de Tate Britain te zien op de tentoonstelling Late Turner – Painting Set Free.

Het probleem van de tentoonstelling is namelijk dat het tot die laatste zaal een beetje voelt als kunstgeschiedenishuiswerk. Het Victoria & Albert wil laten zien dat de veronderstelling dat Constable louter naar de natuur schilderde – zoals hij zelf zegt „met de verfdoos op zijn knieën” – en alleen zijn eigen omgeving vastlegde, niet klopt. Nauwkeurig bestudeerde, imiteerde en kopieerde hij schilders als Rubens, Jacob van Ruisdael en Thomas Gainsborough. Zelf zei hij: „Als ik een schets maak, is het eerste wat ik probeer te doen, vergeten dat ik een kunstwerk heb gezien.”

Zoek de verschillen

Dat lukt de bezoeker nu juist niet. Het V&A verwijst expliciet naar Constable’s inspiratiebronnen door ze naast zijn schilderijen te hangen. Bij de kopieën is dat geen probleem, al wordt het snel een spelletje ‘zoek de verschillen’. Op verzoek van eigenaar sir Robert Peel voegde de Britse schilder bijvoorbeeld een hondje toe aan zijn kopie van Winterlandschap (ca 1660) van Van Ruisdael.

Maar door Rubens’ Gezicht op Het Steen in de vroege ochtend naast Constables beroemde The Hay Wain te hangen, of zijn Salisbury Cathedral from the Meadows naast Ruisdaels Joodse Begraafplaats, en uit te leggen hoe Constable zich elementen, effecten en composities toe-eigende, verlies je makkelijk zicht op wat zijn werken uniek maakt.

Datzelfde geldt voor de zaal waar het V&A laat zien hoe de schilder van schets naar olieverfschets naar schilderij toe werkte. Zijn manier van werken – overdreven nauwkeurig, met tekeningen van paard en wagen, en ploeg – wordt duidelijk, maar ook hier ga je bij Leaping Horse meer letten op welke veranderingen Constable tussen eerste idee en resultaat aanbracht, dan naar de indrukwekkende turbulente lucht en de energie die paard en berijder uitstralen.

Licht, weer en sfeer

Van zijn inspiratiebronnen leerde Constable misschien hoe een schilderij samengesteld diende te worden, van de natuur leerde hij licht, weer en sfeer over te brengen op een doek. Dat is bijvoorbeeld te zien bij minder bekende doeken als Stonehenge, en Weymouth Bay. Toen dochter Isabel in 1888 maar liefst 92 olieschetsen, 297 tekeningen en waterverfwerken en drie werken op ezel, schonk aan de voorloper van het V&A, schreef een recensent over Constables luchten: „De natuur op heterdaad betrapt.”

De tentoonstelling bevat één tot nu toe onbekend werk. Bij het samenstellen ontdekten de conservatoren dat op de achterkant van Branch Hill Pond een olieverfschets stond uit 1821. Te zien is een indrukwekkend donkere, bijna rode wolk die uit een buitenoven komt – zo’n spectaculaire wolk waaraan je kan zien dat Constable wel degelijk een groot meester was.