De Markthal als magneet

Sushi en friet, olijven en vlaai. De Markhal van Rotterdam stapt op een nieuwe manier in een buitenlandse traditie.

foto Robin Utrecht

Varkensvlees in vijftig tinten roze. Zeebeesten van zilver tot koraal. Groente en fruit in een palet waar de regenboog een puntje aan kan zuigen. De zilte geur van verse vis. De koude, ijzerachtige lucht die wordt uitgeblazen door de ventilatoren van de slagersnegotie.

Het geroep van de verkopers. Het geroezemoes van de bezoekers. Het geritsel van papieren zakken die worden gevuld. De klappen op het hakblok van de poelier. Tsjak, daar rolt een kop van een kalkoen. En daar gaat de klant, koploze vogel in de tas, door naar de groentekraam voor ui, wortel en selder. Om halverwege halt te houden voor een praatje, misschien zelfs een snelle koffie met een kennis.

Wie waar dan ook ter wereld een stad bezoekt en zich wil mengen onder de bevolking, loopt het beste de lokale markthal binnen. Daar speelt het leven zich af. Zulke hallen, imposante gebouwen vaak, zijn steevast te vinden in het centrum van een stad. De oude Grieken beschouwden de Agora niet voor niets als de belangrijkste plek van Athene. Een markt is een magneet.

Genoeg reden tot vreugde, zou je zeggen, over de aanstaande opening van de nieuwe Markthal. Midden in Rotterdam staat hij, precies op de plek waar al sinds jaar en dag de buitenmarkt wordt gehouden. De eerste, echte, grote overdekte markt van Nederland. Onze eigen Boqueria.

Tijdens een rondleiding door een nog gesloten Markthal – het is half september en het enige kleurenpalet wordt op dat moment gevormd door het kolossale kunstwerk dat de binnenkant van de boog siert, de voornaamste geur is die van bouwstof en in plaats van marktgeluiden is er slechts het oorverdovende gezaag, geboor en getimmer van de werklieden – vertelt Carin Leenders de Vries over hoe alles er uit zal gaan zien.

Leenders de Vries is general manager van De Wereld van Smaak – waarover later meer – en betrokken bij de inrichting van de markt. Ze legt uit dat er 96 ‘versunits’ zijn, verdeeld over 24 paviljoens. De versunits (lees: kramen) zijn verhuurd aan slagers, kaasboeren, groenteboeren, bloemenverkopers. Deels zijn het nieuwe ondernemers, deels dezelfde kooplui die ook al op de buitenmarkt stonden. Een Marokkaanse familie met een noten-, zuidvruchten- en olijvenkraam verhuist naar binnen en zal maar liefst vier units onder haar hoede nemen. Er komen dependances van bekende plaatselijke detaillisten, zoals wildhandel Treuren, vishandel Schmidt en banketbakker Van Beek & Specker. Maar er komt ook een kraam van Multivlaai. En uiteraard eentje van Bram Ladage, de ongekroonde frietkoning van Rotterdam.

Op de daken van een aantal paviljoens komt horeca. Langs de binnenrand van de hal, ‘de plint’, komen winkels en nog meer eetgelegenheden. Een kookwinkel. Een Chinese supermarkt. Een wijnhandel. Een tapasbar. En wie in het midden van de hal de roltrap naar beneden neemt, kan in een moeite door wc-papier halen bij Albert Heijn, een fles wodka bij Gall & Gall en tandpasta bij Etos. De parkeergarage zit nog een verdieping lager.

One stop shopping onder een reusachtig dak. Handiger kan bijna niet. Toch bestaat ook scepsis over het project. Gaat dit werken? Gaat men elkaar hier straks echt dagelijks ontmoeten voor een boodschap, een praatje en een glas? Volgens Baptist Brayé, oprichter van retailinformatiebureau Locatus, spreekt dat niet vanzelf. Eerdere pogingen, onder meer in Maastricht, liepen spaak op gebrek aan clientèle. Brayé: „Markten hebben bij ons een totaal andere functie dan elders. Wij gaan naar de markt om veel spullen te kopen, voor weinig geld. In het buitenland gaat men juist naar de markt voor goede spullen en is men ook bereid daarvoor te betalen. Dat is een wezenlijk verschil.”

Desalniettemin ziet hij een mooie toekomst voor Rotterdam. „Er is duidelijk een omslag gaande. Goed eten begint een levensstijl te worden. Een kleine, maar groeiende groep consumenten neemt niet langer genoegen met het aanbod van de supermarkt, of met de markt oude stijl. Ze willen betere spullen, producten met een verhaal. Als de Markthal dat weet te bieden, dan zou het weleens een groot succes kunnen worden.”

Lekkerbekkenpaleis

Betere spullen dus. Maar wordt de Markthal dan geen elitaire eettempel? Een luxe lekkerbekkenpaleis? Rotterdam kent een van de hoogste armoedepercentages van Nederland. Vormen de glazen poorten van de hal straks een waterscheiding tussen rijk en arm? Leenders de Vries is er niet bang voor. „De Markthal is er voor iedereen, van Crooswijk tot Kralingen. Van minima tot maxima, zeggen wij weleens.” Grapje; koningin Máxima zal de markt woensdag officieel openen.

En wat de Rotterdamse Markthal volgens Leenders de Vries echt bijzonder maakt is De Wereld van Smaak, een ‘inspiratie-, educatie- en informatieplatform’, zoals zij het noemt. „Er komen themaweken en een kok die bijpassende gerechten kookt. Het winkelend publiek mag alles proeven en kan met het recept direct door naar de markt.”

In een aparte ruimte op de eerste verdieping worden workshops en kooklessen gegeven, lezingen en debatten georganiseerd. De plannen van De Wereld van Smaak zijn kennelijk zo vernieuwend dat Leenders de Vries inmiddels geregeld wordt gebeld door collega-markthallen. „In Hamburg en in New York ziet men ons concept ook wel zitten.”

Ondanks de nog lege versunits, ronddansend stof en bouwkabaal is het niet moeilijk je voor te stellen hoe de hal er straks, in vol bedrijf, uit zal zien. Hoe het er zal ruiken. Zal klinken. De Rotterdamse Markthal heeft alles in zich om net zo’n magneet te worden als de Boqueria en andere beroemde markthallen in het buitenland. We hoeven er alleen maar naartoe te gaan en boodschappen te doen.