De laatste van de Mitford-zusjes

Deborah Mitford (1920-2014)

Kasteelvrouwe

Ze trouwde in eigen kring, maar behield het landgoed Chatsworth voor het volk.

Deborah Vivien Cavendish (geboren Freeman-Mitford), Duchess of Devonshire in 1938 Bassano Ltd © National Portrait Gallery, London

Ze dronk thee met Hitler, was bevriend met John F. Kennedy, werd geschilderd door Lucian Freud, en door schrijver Evelyn Waugh bejubeld. Ze was de laatste van de zes Mitford-zusjes, een van de meest kleurrijke en excentrieke Britse adellijke families van de twintigste eeuw. Woensdag overleed Deborah Vivien Cavendish, douairière van de hertog van Devonshire, op 94-jarige leeftijd.

‘Debo’ gold als de verstandigste en minst schandaalgevoelige van de zes dochters van de – eveneens zeer excentrieke – David Freeman-Mitford. Maar het was dan ook niet moeilijk gewoner te zijn dan de rest: Nancy – de oudste – schreef met fijne ironie over het verval van de aristocratie, onder meer in Love in a Cold Climate, en leerde de Britten het verschil tussen ‘wc’ zeggen, zoals de middle classes doen, en de ‘plee’ van de adel. Diana, de mooiste van de zes mooie zusjes – trouwde de fascist Oswald Mosley, met een receptie in het huis van Goebbels, en bracht de oorlog door in de cel (langer dan oorspronkelijk bedoeld omdat Nancy vrijlating tegenhield). Unity was hopeloos verliefd op Hitler, rivale van diens minnares Eva Braun, en schoot zichzelf in de Engelse tuinen in München neer toen de Britten Duitsland de oorlog verklaarden (ze zou uiteindelijk negen jaar later sterven). Jessica (‘Decca’) was communist, en ging er vandoor met een neef van Churchill – samen vochten ze in de Spaanse burgeroorlog mee met de Internationale Brigades tegen Franco. Pamela wilde een paard worden, en trouwde een jockey.

Debo had minder met politiek dan de anderen. De thee met Hitler maakte geen indruk: in een brief aan Decca schrijft ze over een violist die ze dezelfde dag ontmoette. „Ik herinner me vooral Hitlers handdoeken met de initialen A.H. geborduurd”, zei ze in 2007 nog. „Zo níet wat je verwachtte van zo iemand.”

Niet dat Debo gewoontjes was. In All in One Basket beschrijft ze dat ze per trein van Schotland naar Oxfordshire reisde met twee honden en een geit. De geit moest gemolken. „Ik deed dat in de wachtkamer voor de Eerste Klas. Wat ik beter niet had kunnen doen, want ik had slechts een derde klas-treinkaartje.” Prins Charles, een goede vriend, noemde haar „een unieke persoonlijkheid met een fantastische originele levenshouding, en gedenkwaardige, rake uitspraken die bij die uniciteit pasten.”

De dag dat Debo werd geboren, was men minder van haar onder de indruk. In haar autobiografie Wait for Me! schrijft ze dat haar moeder niets in haar dagboek schreef: „Een zesde meisje was niet de moeite van het noteren waard.” Nancy schreef: „Hoe afschuwelijk van het arme kind dat ze een meisje is geworden.”

De Mitford-girls gingen niet naar school. Dat was voorbehouden aan enige zoon Tom, die in 1945 in Birma omkwam. Die tijd brachten ze door in familiehuizen, met name een ijskoude cottage in Swinbrook, waar ze in de linnenkast hun eigen geheime genootschap, de Society of Hons bedachten, met eigen talen, Honnish en Boudledidge. Maar vooral werden ze geacht een (rijke) man te vinden.

Dat lukte Debo. Ze trouwde met Andrew Cavendish, zoon van de schatrijke tiende hertog van Devonshire. Na diens dood in 1950 erfde Andrew de hele vastgoedportfolio, waaronder het 126 kamers tellende Chatsworth, in Derbyshire, met een schitterende tuin en schilderijen van Rembrandt en Thomas Gainsborough.

Met de lusten kwamen de lasten. De successierechten beliepen, omgerekend, 270 miljoen euro nu; kunst en land werden verkocht om Chatsworth draaiend te houden. Net als veel landgoederen dreigde het ten onder te gaan. Maar Debo transformeerde het tot een toeristische attractie, die jaarlijks 600.000 bezoekers trekt.

Als eerste opende Chatsworth een winkel waar jams, cakes en eieren werden verkocht. In de jaren zeventig werd erop neergekeken, nu doen de meeste landeigenaren het. Toch duurde het tot 2002 voor Chatsworth uit de rode cijfers was. Haar echtgenoot – een tijd lang alcoholist, een familietrekje – deed niet veel: „Ik ben goed in geld uitgeven [aan zijn minaressen, red.], Debo in het verdienen ervan”, zei hij. De laatste tien jaar woonde Debo in een kleiner huis op Chatsworth. Met één, ook al pensioengerechtigde butler en vele kippen.

Met haar zusjes bleef ze altijd bevriend, ook al kwam de politiek tussenbeide. Ze schreven elkaar bijna om de dag, tot Diana in 2003 stierf. „U bent de laatste Mitford-zus. Bent u nu niet eenzaam?”, vroeg The Daily Telegraph toen de brieven werden gepubliceerd. „In mijn hoofd schrijf ik haar nog altijd brieven”, zei ze.