De kakofonie van een VN-jaarmarkt

De grondtoon van de Algemene Vergadering van de VN is zwaar: oorlog, migratie, klimaat. Wat zijn de lichtere tonen?

Politiek is geen muziek, maar de jaarvergadering van de Verenigde Naties in New York roept op een vreemde manier de Amerikaanse componist Charles Ives in herinnering. Over Ives (1874-1954) gaat het verhaal dat hij eens als jongetje met zijn vader naar het topje van de kerktoren klom, midden in hun dorp in Connecticut. Vader Ives, die in de Amerikaanse Burgeroorlog een militaire kapel had geleid, had geregeld dat orkesten van plaatsjes in de omgeving al musicerend vanuit verschillende richtingen zouden opmarcheren naar hun dorp.

Boven in de toren hoorden vader en zoon de verschillende melodieën steeds dichterbij komen. Alle musici speelden stug hun eigen stuk door, ook al vermengden de klanken zich steeds met elkaar en steeg er van het vollopende kerkplein allengs een aanzwellende kakofonie op. Maar wie goed luisterde kon veel moois horen – in majeur en mineur – en natuurlijk ook regelmatig een hele valse noot.

Zo is het ook bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ieder jaar komen daarvoor in september staatshoofden, regeringsleiders en ministers van de 193 lidstaten naar New York. Allemaal hebben ze een boodschap uit te dragen – voor de wereld en voor hun publiek thuis. En allemaal hebben ze een programma dat zich niet beperkt tot de formele zittingen in het VN-hoofdkwartier.

Verspreid over Manhattan vinden recepties, diners, onderonsjes en andere bijeenkomsten plaats om ervan te profiteren dat er zoveel hoogwaardigheidsbekleders in de stad zijn. En dat trekt weer vertegenwoordigers van grote bedrijven, organisaties en lobbygroepen, die ook hun stem willen laten horen in het politiek-diplomatieke Gesammtkunstwerk dat hier wordt opgevoerd.

Koning Clinton

De koning van alle netwerkers, Bill Clinton, heeft dat als geen ander begrepen. Al bijna veertien jaar is hij geen president meer, maar op zijn manier draait hij nog volop mee. In een groot hotel organiseert zijn eigen liefdadige organisatie, de Clinton Global Initiative, een conferentie met een gastenlijst vol presidenten, premiers, Nobelprijswinnaars, filmsterren en grote namen uit het bedrijfsleven.

Vanzelfsprekend maakte Obama er zijn opwachting. En ook al had hij juist dezer dagen nogal wat brandhaarden aan zijn hoofd, vanzelfsprekend hield hij er een speech – met complimenten voor de gastheer en zijn vrouw, en een grapje om het ijs te breken. „Mochten tijdens mijn toespraak bij Chelsea de weeën beginnen”, zei hij over de hoogzwangere dochter van de oud-president, „dan mag ze m’n motorcade nemen om naar het ziekenhuis te gaan.”

In de VN-week zit het verkeer in de stad door alle beveiliging en presidentiële colonnes voortdurend muurvast, tot ergernis van veel New Yorkers. Maar „ik begrijp niet waar de mensen over klagen”, grapte Obama, „ik heb nooit ergens last van.”

Ondanks de lichte klanken nu en dan, was de grondtoon deze week somber. „De wereld beleeft een tijd met een ongekend aantal crisissituaties”, zei VN-chef Ban Ki-moon. Het geweld in Irak en Syrië, de enorme vluchtelingenstromen, de toestand in Oekraïne en de om zich heen grijpende ebola-epidemie droegen bij aan een sfeer van intense bezorgdheid.

Volle baard

Om een impuls te geven aan de onderhandelingen over een klimaatakkoord, dat volgend jaar in Parijs bereikt moet worden, had Ban voor dinsdag een speciale klimaattop belegd. Het ging er vooral om dat presidenten en premiers hun politieke wil toonden om de crisis serieus en gezamenlijk aan te pakken. Onderhandeld werd er niet – „the meeting is the message„, aldus een diplomaat. Een klinkende opmaat werd geleverd door een grote demonstratie voor maatregelen tegen opwarming van de planeet: een rivier van tienduizenden mensen stroomde zondag tussen de wolkenkrabbers van Manhattan door. Ook Ban Ki-moon en Leonardo DiCaprio (met volle baard) liepen even mee.

Jaarmarkt

Premier Rutte was voor het eerst bij een Algemene Vergadering van de VN. Eerdere jaren hielden de Algemene Beschouwingen hem in Den Haag, maar nu vielen die vroeg. Zo kon hij zijn debuut maken op deze diplomatieke jaarmarkt, met zowel een toespraak voor de Veiligheidsraad (woensdag) als de Algemene Vergadering (donderdag). Hoofdpunten op zijn agenda: de klimaattop, gesprekken over de ramp met de MH17 en de strijd tegen Islamitische Staat (IS, of ISIS). „Achter de schermen zullen we bespreken hoe we een humanitaire, politieke en mogelijk ook militaire bijdrage aan de strijd tegen ISIS kunnen leveren”, heette het maandag nog.

De koningin spinde

De pers is lang niet bij alle besprekingen welkom, maar waar dat wel het geval is draaien de camera’s bijna continu. Zo werd dinsdag een pijnlijke uitglijder vastgelegd die de Britse premier Cameron maakte tijdens een bezoek aan mediamagnaat en oud-burgemeester van New York Michael Bloomberg. Stralend vertelde Cameron Bloomberg over de uitslag van het Schotse referendum, terwijl ze door de gangen van zijn kantoor liepen en gefilmd werden door een Amerikaans tv-station. „De definitie van opluchting is premier van het Verenigd Koninkrijk te zijn en de koningin op te bellen en te kunnen zeggen: It’s allright, it’s okay.” Duidelijk nog nagenietend voegde hij er aan toe: Dat was me wat. Je kon haar door de telefoon horen spinnen – she purred down the line.”

#purrgate was geboren. Niet alleen hoort een premier niet in kattentermen over de koningin te spreken, hij wordt al helemaal niet geacht iets over hun gesprekken tegen derden te vertellen. Cameron heeft zijn excuses aangeboden en aangekondigd dat ook nog in persoon te zullen doen bij zijn volgende gesprek ten paleize.

In het midden van de diplomatieke mallemolen staat de hele week de onverstoorbare secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon. Naast alle acute politieke crises waarbij hij betrokken is, houdt hij iedere dag de ene toespraak na de andere persconferentie. En hij moet ook nog alle bezoekende notabelen ontvangen en persoonlijk welkom heten.

Dinsdag was de Nederlandse delegatie onder leiding van premier Rutte, samen met koningin Máxima, aan de beurt om Ban te bezoeken – om 15.55 uur, om precies te zijn; twintig minuten later moest de president van Zwitserland alweer binnen zijn. De Nederlanders waren die dag de twaalfde delegatie die langs kwam, waarna er nog acht zouden volgen. En daarna moest Ban natuurlijk nog naar de receptie van de Amerikaanse president in het Waldorf Astoria Hotel, een paar straten verder.

Schandalig

Minister Ploumen van Buitenlandse Handel wist niet wat ze meemaakte. Ze zat donderdagochtend in een vergadering over Zuid-Soedan, met Ban Ki-moon, verschillende hoge VN-functionarissen en ministers van de landen die de nieuwe natie die zo veel problemen heeft steunen – met geld, veel geld, met advies en de politieke en humanitaire hulp die het straatarme, door interne strijd verscheurde land zo hard nodig heeft. Maar wie ontbrak, tot algemeen ongeloof? President Kiir van Zuid-Soedan himself, de man wiens rivaliteit met zijn vicepresident het land in zo’n diepe crisis heeft gestort. „Schandalig”, zei Ploumen, een paar uur later nog hoorbaar geërgerd.

In de wandelgangen en in talloze bilaterale bijeenkomsten werd veel gesproken over de aankondiging van president Obama dat de VS nu ook in Syrië de Islamitische Staat bestrijden. Welke landen zouden zich bij de coalitie aansluiten? De Nederlandse pers vraagt premier Rutte er keer op keer naar. Gaat Nederland meedoen? Waarom duurt het zolang voor er een besluit komt? Blijft Nederland bij deze oorlog aan de zijlijn staan, zoals De Telegraaf ongerust kopt? De premier kan niets zeggen, herhaalt hij steeds. En tegen de correspondent van De Telegraaf: „Ik merk dat er bij jullie ongeduld is, dat voel ik ook.”

Een dag later, op woensdag, is de grote openingszitting van de Algemene Vergadering. De zaal is afgeladen. Premier Rutte zit naast de ministers Timmermans (Buitenlandse Zaken) en Ploumen. Een paar keer loopt hij weg om te bellen. Als president Obama het woord neemt, maakt vice-premier Asscher in Den Haag bekend dat ook Nederland een militaire bijdrage levert aan de oorlog in Irak.