De comeback van de kerk

In de participatiesamenleving kan de burger minder hulp verwachten van de overheid. De kerken hervatten gretig hun verwaarloosde rol van barmhartige samaritaan.

Fietsenspreekuur in De Wijkplaats in Leiden Foto’s Olivier Middendorp

Deel door mij uw liefde uit aan een medemens die lijdt Leer mij meer vervuld te zijn met uw bewogenheid Mijn verlangen is alleen Heer, maak mijn hart bereid dat door heel mijn leven heen uw liefde wordt verspreid.

Het gezang stijgt op langs de bakstenen muren van de Bethelkerk te Veenendaal. Mannen en vrouwen, rij na rij, begeleid door een blinde jongeman op keyboard.

Een doodgewone dienst, zo op het oog. Maar het is niet zondag, het is zaterdag. Het woord is niet aan de dominee, maar aan dagvoorzitter Esmé Wiegman, directeur van de Nederlandse Patiënten Vereniging. En ze roept niet alleen op tot zingen, maar ook tot speeddaten.

De hele kerk staat op, 125 man sterk, en gaat met elkaar in gesprek – rij één met rij twee, rij drie met rij vier – en na twee minuten klinkt de bel en wacht de volgende date. Ping! Hallo, ik ben Marrie Boshuis, ouderling in een baptistengemeente in Arnhem, ik wil vandaag te weten komen wat kerken zoal kunnen betekenen voor burgers die zorg nodig hebben. Ping! Freek van Holten, aangenaam, beleidsmedewerker van de Nederlandse Patiëntenvereniging. Wij helpen kerken bij het opzetten van vrijwillige thuishulp. We ondersteunen al tachtig kerken, maar meer is altijd welkom. Ping!

‘De kerk staat klaar’, zo heet dit symposium. Het kabinet zal zijn vingers erbij aflikken: predikanten, ouderlingen en diakenen van veertig kerkelijke gemeenten zoeken deze dag contact met medewerkers van 35 zorgorganisaties. Met slechts één reden: het vormgeven van de participatiesamenleving. Het kabinet bezuinigt vanaf 2015 fors op zorg voor thuiswonenden – 11 procent op een budget van 3,6 miljard – zorginstellingen moeten op zoek naar vrijwilligers die hun medewerkers kunnen ondersteunen. Kerken hebben niet alleen die vrijwilligers, kerken hebben ook de christelijke opdracht om te zien naar hun naasten.

Een hemelse match.

Kerken zien de participatiesamenleving, in 2013 geproclameerd door de nieuwe koning, alom als kans om maatschappelijk relevanter te worden. „Er wordt nogal eens cynisch gedaan over de participatiesamenleving”, zegt Wieger Sikkema, pastor zorgbeleid van de vrije baptistengemeente Bethel in Drachten, „maar positief bezien is het een kans om terug te keren naar een samenleving zoals God die bedoeld heeft. Een samenleving van omzien naar elkaar.”

De naderende participatiesamenleving – zij gaat officieel van start op 1 januari 2015, bij de overheveling van ouderen-, jeugd- en ziekenzorg naar gemeenten – leidt tot tientallen initiatieven van kerken. De Protestantse Kerk Nederland (PKN) start deze weken ruim tien pilots. Kerken, met sluiting bedreigd, worden omgedoopt tot buurtcentra. Kerkelijke vrijwilligers ondersteunen hulpbehoevenden, chronisch zieken en hun mantelzorgers. Gelovigen én ongelovigen. Andere vrijwilligers stellen levensvragen – hoe staat u in uw leven? wat inspireert u? – aan bezoekers van de voedselbank. De animo voor de pilots is boven verwachting groot, zegt projectleider Jenneke Span van de PKN. „We hoopten dat twaalf tot vijftien kerken zich zouden aanmelden. Dat zijn er nu veertig.”

Medemens

Wie je het ook vraagt, de communis opinio bij kerken luidt: wij hebben onze maatschappelijke, barmhartige functie jarenlang verwaarloosd. Zeker, eeuw na eeuw waren kerken het centrum van barmhartigheid – vrijwel alle verpleeghuizen, rusthuizen en weeshuizen kennen een christelijk begin. Maar de Algemene Bijstandswet, ingevoerd in 1965, maakte een einde aan die hoofdrol. De overheid werd de barmhartige samaritaan. De kerk stond erbij en keek ernaar, zegt Jan Wessels, directeur van de missionaire netwerkorganisatie EA-EZA, waar zo’n driehonderd kerkelijke gemeenschappen onder vallen. „De houding van de kerk was: oké, als de staat die rol overneemt, spaart ons dat geld en moeite.” Bisschop Gerard de Korte, van het bisdom Groningen-Leeuwarden: „De vele miljarden die de sociale voorzieningen vergden, had de kerk niet ter beschikking.”

In de decennia die volgden – jaren zestig, zeventig, tachtig – voltrok zich de ontkerkelijking. Kerkgemeenschappen keerden zich naar binnen: ze probeerden de zondagsdienst zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Jongerenwerk, ouderenzorg: het waren taken vóór kerkleden, door kerkleden. Of het diaconaat oversteeg de landsgrenzen juist: opkomen voor de noden van de medemens bezuiden de Sahara.

Voor alle duidelijkheid, zeggen kerkelijke vertegenwoordigers in koor: het is niet zo dat de kerken pas wakker zijn sinds de Troonrede van 2013. Kerk en vrijwilligerswerk zijn nooit gescheiden. Zo leidden de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) in 2007 en de financiële crisis vanaf 2008 al tot tal van maatschappelijke initiatieven. Zoals Schuldhulpmaatje, een initiatief van de landelijke kerken tezamen: vrijwilligers die mensen met schulden gingen bijstaan. Ook de Voedselbanken die de afgelopen jaren in getal zijn toegenomen, zijn vaak een kerkelijk initiatief.

Maar het besef van de mogelijke, maatschappelijke meerwaarde van de kerk is met 2015 voor de deur sterker dan in jaren.

De politiek klopt ook vaker dan voorheen op de deuren van de kerk, zegt Joost Smit, predikant van de Gereformeerde Kerk in Amersfoort-Vathorst. „De gemeenteraad nodigt mij uit om mee te denken over de problemen in de wijk.” Wethouder zorg in Amersfoort Fleur Imming (PvdA) bevestigt: „Amersfoort vraagt kerken om een rol op zich te nemen. We doen een steeds groter beroep op het eigen netwerk van burgers. De kerk kan daar onderdeel van uitmaken.”

Ook ambtenaren in Ridderkerk zijn ‘actief met de kerk in gesprek’ over hun rol bij het leveren van ‘informele’ zorg per 2015, zegt wethouder zorg Tineke Keuzenkamp (CDA) desgevraagd.

Opdringerigheid

Kleeft er ook een risico aan de maatschappelijk actievere christen anno 2015? Dat de goede werken ontaarden in evangelisatie? Geestelijk verzorger Marcel Wielhouwer van de christelijke zorg- en welzijnsorganisatie Oppella zegt dat kerkelijke vrijwilligers in gesprek met zijn zorgcliënten weleens blijk gaven van ‘een bepaalde opdringerigheid’. „Het moest dan per se over God gaan.” Wieger Sikkema van de Drachtense Bethelgemeente zegt dat „een kleine categorie vrijwilligers het alleen in geestelijke oplossingen zoekt”. Zoals bij een vrouw die leed aan waanvoorstellingen. De vrijwilligers beperkten zich tot bidden.

Maar breed gedeeld wordt die zorg niet: elke kerkelijke vertegenwoordiger noemt de diaconale, barmhartige taak een belangrijke opdracht op zich. „Vermeng je die met een motief om als kerk te groeien, dan word je hulpverlening onzuiver”, zegt Govert Buijs, bijzonder hoogleraar politieke filosofie en levensbeschouwing aan de Vrije Universiteit en spreker in Veenendaal. Projectleider Anneke van der Velde vertelt dat de vrijwilligers voor de nieuwe pilots van de PKN worden getraind om níet te evangeliseren. Maar verlegen over de kerkelijke achtergrond hoeven ze ook weer niet te zijn, zegt ze. „Vraagt iemand die hulp ontvangt naar de inspiratiebronnen van de vrijwilliger, dan kan God natuurlijk ter sprake komen.”

Wel is er een andere, acutere zorg over de actievere rol van kerken: mankracht. „De actieve achterban is ouder geworden”, zegt bisschop Gerard de Korte. „En we zijn met veel minder dan vroeger.” Jongere kerkleden hebben het druk genoeg met hun eigen leven. Oudere kerkleden zetten zich vaak al volop in bínnen de kerkgemeente. Sommige kerkkringen zijn zo vergrijsd dat ze een participatiesamenleving op zich vormen.

Het einde van de ochtend is in zicht, in Veenendaal. De blinde jongen zit klaar achter zijn keyboard. Tijd voor een nieuw gezang. De 125 predikanten, ouderlingen, diakenen en zorgprofessionals in Veenendaal zingen mee, eerst verlegen, dan overtuigd:

„Wij mogen bidden voor wie ziek is koken voor wie honger heeft steunen wie de kracht mist troosten wie gevangen leeft Jezus deed het ons voor de Vader geeft, wij geven door.”