De beste manager is een manusje-van-alles

Veel ondernemers en managers zijn gefascineerd door topsporters. De golfer die alle toernooien wint. De hardloper die iedereen achter zich laat. Afijn, u kent het wel. Maar hoe slim is het eigenlijk om je te spiegelen aan dit soort monomane specialisten?

In vrijwel alle sporten word je een uitblinker als je één onderdeel kiest en daar helemaal voor gaat. Niet een paar maanden, maar jarenlang. Maar voor ondernemers en managers geldt juist dat zij beter presteren wanneer ze van alle markten thuis zijn. Wanneer ze iets weten op het gebied van geld, van organisatie, van communicatie, van techniek en bijvoorbeeld Russische letterkunde. Je kunt het beste een diploma in ‘van-alles-en-nog-wat’ hebben, als je een bedrijf wilt leiden.

Bedrijfskundigen noemen dit de Jack-of-All-Trades-theorie: de manusje-van-alles theorie. De statistieken laten zien dat mensen die tijdens hun studie en hun loopbaan meerdere vakgebieden hebben verkend, meer kans hebben om te slagen als leider van een bedrijf dan mensen die zich specialiseren.

Er is veel discussie over de vraag hoe die samenhang nu precies werkt. Volgens sommige onderzoekers hebben ondernemende mensen gewoon een aangeboren behoefte aan afwisseling. Een gevarieerde loopbaan is volgens hen geen oorzaak maar gevolg van dieper liggende genetische oorzaken. Maar hoe de causale relatie ook precies ligt, de meesten zouden hun spaargeld liever in een onderneming steken die wordt gerund door zo’n duizendpoot dan in een bedrijf met een superspecialist aan het hoofd.

Als managers en ondernemers al iets willen leren van sporters, dan zouden ze eigenlijk moeten kijken naar tienkampers, merkte een goede vriend deze week op. Zoals de Amerikaanse atleet Ashton Eaton, wereldrecordhouder op de zevenkamp en de tienkamp.

Eaton kan vreselijk hard rennen, maar op de 100 meter wordt hij er toch uitgelopen door Usain Bolt. Hij komt ook erg hoog met de polsstok. Maar Renaud Lavillenie springt hoger. Wie de moeite neemt om de staatjes even door te nemen, ziet dat er geen enkele tienkamper is die een gespecialiseerde atleet op diens onderdeel verslaat. Een record-tienkamper rent, springt en gooit 5 tot 30 procent minder snel, hoog en ver dan een recordspecialist.

En toch... Er zijn geen andere sporters ter wereld die even goed zijn in het presteren op tien verschillende atletieknummers in twee dagen. Geen sporters die zo goed in staat zijn om hun kracht, hun aandacht en hun motivatie te verdelen over álle onderdelen. Niet voor niets zien atleten de tienkamp als het koningsnummer en Eaton als ’s werelds grootste sporter.

Als ik in het gevlij zou willen komen bij managers en ondernemers, zou ik nu schrijven dat we hen dienen te beschouwen als de tienkampers van onze economie. Helaas. Dat is wat te kort door de bocht. Want in veel organisaties is de Jack-of-all-Trades-theorie helemaal niet bekend. Daar wordt nog altijd de beste specialist tot baas bevorderd. In dat soort bedrijven is de lokale Bolt of Lavillenie de baas. En volgens hen draait goed werk respectievelijk om hoe snel je rent of om hoe hoog je springt. Tot grote frustratie van de plaatselijke Eaton die juist zijn aandacht verdeelt. Die daardoor zijn promotie dit jaar weer is misgelopen. En die zich daardoor steeds sterker afvraagt of het geen tijd wordt om zich eindelijk eens in te schrijven bij de Kamer van Koophandel.