Als je die onreine muziek wist, mag je doorrijden

Rijden van Aleppo naar Der Jamal duurde vroeger 30 minuten, nu twaalf uur. Van Assad-gebied naar het Vrije Syrische Leger. Via de IS.

IS-gebied in Syrië

Abdul Kader (39) had zijn gitaar graag willen meenemen vanuit Aleppo naar zijn familie op het platteland. Maar die krijgt hij niet langs de mannen van Islamitische Staat (IS), vreest hij. Die doorzoeken alle auto’s die ze stoppen op boeken, muziek en sigaretten. „Sigaretten breken ze. Een gitaar ook. Dat lukt echt niet.”

De rit van het zuiden van Aleppo naar Der Jamal, het dorp waar hij vandaan komt, duurde vóór de oorlog dertig minuten. Nu doet Kader er twaalf uur over. Hij moet van gebied dat in handen is van het regime van Bashar al-Assad naar territorium waar de opstandelingen van het Vrije Syrische Leger de dienst uitmaken.

Daartussenin zitten stukken waar gewapende mannen van Islamitische Staat (IS) heersen. Die worden nu vanuit de lucht aangevallen door het Amerikaanse leger. Dat geldt ook voor stellingen van de milities van Al-Nusra. Die zijn gerelateerd aan Al-Qaeda en vechten meestal aan de kant van de opstandelingen.

De situatie is voor Syriërs vrijwel net zo onoverzichtelijk als voor buitenstaanders. Straten die de ene dag nog begaanbaar zijn, zijn de volgende geblokkeerd door brokken puin na een beschieting, of door mannen met wapens van de machthebber van dat moment.

Iedere groep heeft zijn eigen gebruiksaanwijzing. Wat die is, weet je pas als je tegenover hen staat. „Het is willekeur”, zegt Kader, die op weg naar Der Jamal eerst langs checkpoints van het regime moet in het zuiden van Aleppo. Dat is een grote industriestad waar sinds 2012 hevig gevochten wordt. Een groot deel van de stad is vernield. De meeste wijken hebben geen stromend water en elektriciteit meer.

De mannen kunnen besluiten je mee te nemen als je gezicht hun niet aanstaat. „Of als ze iemand verdenken, ze dronken zijn of als iemand het stopbevel niet heeft gehoord.”

Kader voelt het altijd in zijn buik van angst als zijn identiteitspapieren worden bekeken. Hoewel hij tot nu toe ambtenaar is, biedt dat geen bescherming. Uit zijn naam en geboorteplaats kan worden afgeleid dat hij familieleden bij de opstandelingen heeft.

„Ik ben niet zo bang voor de dood. Dat is dan het lot. Gevangen worden genomen en verdwijnen in een kleine kamer met honderd mannen zonder eten lijkt me het ergste.” In de gevangenissen van Assad zitten tienduizenden, mogelijk honderdduizenden mensen. Over hun lot is weinig bekend.

„Aan de politie van het regime geef je geld om door te mogen”, instrueert Kader. Hoeveel hangt af van de auto die je rijdt. „Ik geef meestal tweehonderd Syrische pond (ongeveer een euro), maar een dikke bak betaalt vijfhonderd.”

Na de checkpoints van het regime volgen die van IS, of ‘da’esh’ zoals Arabieren zeggen. Twee weken geleden kwam Kader er drie verschillende tegen. Bij de eerste stond een Libiër, bij de tweede een Tunesiër en daarna twee jonge Syriërs.

„Ik werd gek van de zorgen. Ze pakten mijn identiteitsbewijs en telefoon, waar ze flamenco gitaarmuziek op vonden. Ik kreeg een preek van een half uur dat dit haram (zondig) is. Nadat ze het bestand hadden gewist, kon ik gelukkig door.”

De wegblokkades daarna, steeds verder noordelijk, worden bemand door milities van het Vrije Syrische Leger (VSL). Daar maakt Kader zich geen zorgen over. „Na da’esh lijkt iedereen een engel. De mannen van het VSL doen tegen mij niet moeilijk. Maar ze zijn ook een beetje dom. En er staan te veel kinderen.”

Aan het begin van de oorlog dacht hij erover zich bij het VSL aan te sluiten. Hij besloot het niet te doen. „Dit is een dilemma waarover je het in Syrië niet kunt hebben: we willen Assad niet. Maar we willen degenen die tegen hem vechten ook niet. Ze zijn veel te religieus. Als ze je niet zien bidden, beginnen ze daar meteen over te praten.”

Aan het begin bestond het VSL uit mensen die waren gedeserteerd uit het leger. „Nu gaat het om mensen die de wapens oppakken omdat ze verwanten zijn kwijtgeraakt. ‘Hij vermoordde mijn broer, nu pak ik hem’. Het zijn net straatbendes. Ze vechten voor religie en vrijheid. Democratie kennen ze niet.”

Inmiddels is Kader de grens met Turkije overgestoken en zoekt hij naar een manier om geld te verdienen in de Turkse stad Gaziantep. In vergelijking met de tocht door Syrië was de landsgrens gemakkelijk. Hij stapte gewoon in een taxi. Niemand die hem tegenhield.