Zorgen over nieuw matching- systeem voor VO

Een nieuw matchingsysteem moet meer kinderen op een middelbare school van hun voorkeur krijgen. Maar belangenorganisaties hebben veel vragen en zorgen.

De Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO) en de Stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam (SVA) hebben nog veel vragen en zorgen over het nieuwe matchingsysteem dat vanaf volgend jaar voor schoolkeuze en plaatsing in het voortgezet onderwijs gebruikt zal worden.

Dat moet ervoor zorgen dat meer achtstegroepers op de school van hun voorkeur terechtkomen, al jaren een groot probleem in Amsterdam. De OCO en de SVA – beide behartigen belangen van ouders – vrezen onder andere een gebrek aan transparantie en zijn nog niet overtuigd dat het achterliggende capaciteits- en kwaliteitsprobleem genoeg wordt aangepakt.

Er is al jaren een mismatch tussen vraag en aanbod. Sommige scholen zijn veel populairder dan andere. Van de 8.000 nieuwe leerlingen werden er de afgelopen jaren consequent ruim 400 uitgeloot voor hun voorkeursschool.

Tot nu toe mochten leerlingen zich maar op één school tegelijk aanmelden. Bij te veel aanmeldingen volgde loting. Zo kwamen leerlingen vaak op een school terecht waar ze misschien niet heen wilden.

In het nieuwe systeem mogen leerlingen meerdere voorkeuren opgeven. Een computersysteem koppelt scholieren automatisch aan scholen. Mocht er te weinig plek zijn op voorkeur nummer één, dan wordt er geloot voor voorkeur nummer twee, en zo verder. Leerlingen zouden zo meer kans maken op een plek op een school die hoog op hun lijst staat.

Één van de voornaamste vragen van de OCO en de VSA: hoe werkt dit systeem precies en wat gebeurt er achter de schermen? „Ouders vullen voorkeuren in en krijgen na twee maanden bericht over plaatsing. Maar we weten niet wat er in de tussentijd is gebeurd”, zegt Kees Jongsma van de VSA.

Menno van de Koppel van de OCO vult aan: „En ze gaan ervan uit dat ouders ál hun voorkeuren aangeven, maar het kan goed dat ze er toch maar één of twee invullen. Onduidelijk is of de computer uitgelote kinderen zonder voorkeuren dan ook plaatst op scholen die bijvoorbeeld als ‘zwak’ te boek staan.” Hij benadrukt dat het nieuwe systeem wel een verbetering kán zijn. Hij is in gesprek met de OSVO, de vereniging van Amsterdamse schoolbesturen. Ook de VSA gaat haar zorgen uiten.

Van de Koppel: „De pijn verdelen, noemt de OSVO het. Als er voldoende capaciteit en kwaliteit is, de verschillen niet zo groot zijn en de alternatieven goed, dan zou er überhaupt geen pijn zijn.”