Column

Woedend worden

Toen ik laatst van een vakantie per trein terugkeerde naar Amsterdam, zette ik onze koffers op een lege plek bij de deur van het compartiment. Met mijn vrouw ging ik een paar stoelen verderop zitten. Daardoor ontstond de schijn dat de koffers onbeheerd waren, want even later kwam een reiziger ons met een angstige blik vragen of ze misschien van ons waren. „Je weet maar nooit, in deze tijden”, zei hij.

Als de tekenen niet bedriegen, gaat deze meneer nog veel angstiger tijden tegemoet – en wij met hem. Onze minister-president heeft het nu ook zelf gezegd, nog wel in de VN-Veiligheidsraad, in zijn beste Engels: „The direct threat posed by foreign terrorist fighters concerns us all. Both our international and our national security are at risk. As a country of origin for such fighters, the Netherlands raised its terrorist threat level to the second highest level eighteen months ago.”

Jammer dat John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, nou net opstond en de zaal verliet toen Rutte deze ernstige woorden sprak. Alsof hij tegen Rutte wilde zeggen: „Zorg jij nou eerst maar dat de PvdA ophoudt met dat krampachtige gedoe over wél in Irak, maar níét in Syrië bombarderen.”

Zullen we in Nederland het hoofd koel houden onder deze dreiging, of krijgen we toestanden zoals in 2005? Toen ontstond er in een trein paniek door de aanwezigheid van twee in djellaba gehulde moslims. De mannen bleken later volmaakt onschuldig.

Niettemin schreef toen een commentator in HP/De Tijd dat „islamitisch uitziende personen” voortaan preventief gefouilleerd moesten worden „omdat van baardmannen met een djellaba een intimidatie uitgaat die niet in het openbaar vervoer thuishoort. Zulke griezels worden pas minder griezelig als het publiek erop kan vertrouwen dat ze eerst door een detectiepoortje zijn gegaan. Niet alle monniken dragen gelijke kappen.”

Hysterie, ook in de media, is in Nederland nooit ver bij dit onderwerp. We zagen het ook weer na de Abel Herzberg-lezing van burgemeester Eberhard van der Laan. Het ging over verdraagzaamheid en onverdraagzaamheid, dé thema’s van Herzberg. Haatgevoelens bij jezelf moest je onderdrukken, vond Herzberg, want „als je woedend wordt stik je in die woede”. Over religie zei hij: „Je kunt alle kerken sluiten, alle dominees aan de boom hangen, je kunt de rabbijnen wat mij betreft begraven, of wat mij betreft natuurlijk niet, maar je kunt er een eind aan maken, en wat zal het resultaat zijn? Dat de mensen naar huis gaan en bidden.”

In die geest hield Van der Laan zijn toespraak. „Hoe kunnen we vechten”, vroeg hij zich af, „tegen de haat en onverzoenlijkheid die Herzberg aanhaalt, zonder zélf onverdraagzaam te worden, en zonder te meten met verschillende maten?”

Prompt brak er een snel ontsporende discussie los (met name bij Pauw) over Van der Laans opmerking dat je niet van alle Nederlandse moslims kunt verlangen dat ze publiekelijk afstand nemen van de barbaarse moorden door IS. „Niemand wil over één kam geschoren worden met extreme anderen.”

Als ik zijn critici goed begrijp mogen wij voortaan elke Nederlandse moslim aanspreken op de wandaden van IS. Dat wordt nog een hoop werk, te meer omdat het niet bij moslims alleen kan blijven. Ik heb nogal wat katholieken in de familie, dus ik zal hun nu ook wel moeten vragen: „Jullie zijn toch wel tegen al dat seksuele misbruik door jullie geestelijken, hoop ik?”