Winkel van Sinkel, 1840

In de winkel van Sinkel is alles te koop, dat weet iedereen. Hoeden en petten, en damescorsetten. Die tekst werd in de 19de eeuw in Amsterdam op straat gezongen, op de melodie van een duet uit de Barbier van Sevilla.

Sinkel zelf is veel minder bekend. Michael Anton Sinkel werd geboren in Cloppenburg in 1785. Hij was een van de vele Duitse immigranten die naar het westen trokken op zoek naar werk. In 1821 begon hij op de Nieuwendijk een textielzaak. Later opende hij filialen in Leeuwarden, Rotterdam, Leiden en Utrecht. In 1848 overleed hij in Amsterdam – als vermogend man.

De winkel van Sinkel viel op door de vlotte bediening, maar vooral omdat er vaste prijzen gehanteerd werden. Dat was nieuw. De Amsterdammers waren gewend om altijd en overal af te dingen. Volgens de overlevering trok Sinkel elk jaar met een wagen met vier paarden naar de jaarmarkt in Leipzig om daar inkopen te doen. Zijn opvolgers vergrootten het assortiment en zo werd de winkel van Sinkel een begrip, een uitstalling van de moderne tijd.

Op de anonieme tekening is de nieuwe voorgevel te zien die Sinkel in 1834 aan Nieuwendijk 174-176 had laten bouwen. In 1903 verdween deze echter weer, toen de winkel van Sinkel plaatsmaakte voor een ander warenhuis met een nieuwe, moderne gevel. Hier zit nu de Hema. De winkel van Sinkel zat nog wel enige tijd aan de overzijde van de Nieuwendijk, maar sloot in 1911 definitief haar deuren in Amsterdam.

De tekening laat zien hoe het er rond 1840 uitzag op de Nieuwendijk. Op de stoep staan schragen met kleurige lappen. Misschien is het wel een van de bekende ‘lapjesdagen’, waarin de winkelvoorraad in de uitverkoop ging. De slager aan de rechterzijde stalt zijn waar nog op ouderwetse wijze buiten uit. Dat Amsterdam was bezig te verdwijnen – Sinkel had de toekomst.