Waarom de VS weer de strijd aanvoeren in de wereld

Tegen wil en dank is hij nu oorlogspresident. In de Algemene Vergadering van de VN zette Barack Obama woensdag uiteen waarom hij met militair geweld laat ingrijpen in het Midden-Oosten. Dat deed hij zo.

De leiders die de Verenigde Naties hebben opgericht, waren niet naïef – ze dachten niet dat dit orgaan alle oorlogen zou kunnen uitbannen. Maar na miljoenen doden en continenten die in puin lagen, en met de ontwikkeling van atoomwapens die een planeet konden vernietigen, zagen zij in dat de mensheid een voortzetting van de gevolgde koers niet zou overleven. En dus schonken ze ons dit instituut, in de overtuiging dat dit ons de gelegenheid zou bieden geschillen op te lossen, gedragsregels op te leggen en samenwerkingsverbanden op te bouwen die allengs sterker zouden worden.

De huidige crisis in Syrië en de destabilisatie van de regio raken de kern van de uitdagingen waarvoor de internationale gemeenschap zich nu gesteld ziet. Hoe moeten we reageren op de conflicten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika – conflicten tussen, maar ook binnen landen? Mogen we harteloos toekijken als kinderen aan zenuwgas worden blootgesteld, of moeten we ons in andermans burgeroorlog mengen?

Vrije export van energie waarborgen

Laat mij aangeven wat mijn beleid voor de rest van mijn presidentschap zal zijn. De Verenigde Staten van Amerika zijn bereid om alles wat in onze macht ligt, waaronder militair geweld, in te zetten om onze belangen in de regio veilig te stellen. Net als in de Golfoorlog zullen wij optreden tegen externe agressie tegen onze bondgenoten en partners. We zullen de vrije export van energie uit de regio naar de wereld waarborgen. Ook al vermindert Amerika gestaag zijn eigen afhankelijkheid van de olie-invoer, de wereld is nog altijd afhankelijk van deze regio en een ernstige verstoring zou de hele wereldeconomie kunnen destabiliseren. Wij zullen de terroristische netwerken die onze bevolking bedreigen ontmantelen. Waar mogelijk zullen we de slagkracht van onze bondgenoten verhogen, de soevereiniteit van landen eerbiedigen en de onderliggende oorzaken van het terrorisme trachten aan te pakken.

Als het nodig is de Verenigde Staten tegen terreuraanslagen te verdedigen, dan zullen wij onmiddellijk tot actie overgaan. Geen enkele ontwikkeling of gebruik van massavernietigingswapens zullen wij toestaan.

Toen in Tunesië en Egypte een vreedzame overgang begon, was de wereld vervuld van hoop. En ook al werden we getroffen door de snelheid van de overgang en ook al konden wij de gebeurtenissen niet regisseren, we besloten wel degenen die tot verandering opriepen te steunen. Daarbij was ons uitgangspunt de overtuiging dat zo’n overgang moeilijk zal zijn en tijd zal kosten, maar dat een samenleving die berust op democratie en openheid en op de waardigheid van het individu, uiteindelijk stabieler, welvarend en vreedzamer zal zijn.

Onze benadering van Egypte weerspiegelt een algemenere kwestie: soms zullen de VS samenwerken met regeringen die – althans in onze ogen – niet voldoen aan de hoogste internationale verwachtingen, maar toch partner zijn in dienst van onze belangen. Niettemin zullen wij de beginselen blijven uitdragen die stroken met onze idealen, of het nu gaat om de afwijzing van geweld als middel om afwijkende meningen te onderdrukken, of ondersteuning van de beginselen die vervat zijn in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Wij blijven afstand nemen van de gedachte dat deze beginselen gewoon een westers exportartikel zijn dat onverenigbaar is met de islam of de Arabische wereld. Naar onze mening horen ze, als een geboorterecht, toe aan ieder mens.

Het zware werk voor vrijheid en democratie is de taak van een hele generatie. En dit omvat ook de moeizame oplossing van de sektarische spanningen die steeds weer aan de oppervlakte komen in landen als Irak, Bahrein en Syrië. Wij begrijpen dat zulke langdurige problemen niet door buitenstaanders op te lossen zijn, maar door de moslimgemeenschappen zelf moeten worden aangepakt.

Bescheiden door schade en schande

De Verenigde Staten zijn, door schade en schande, bescheiden geworden over hun vermogen de gebeurtenissen in andere landen te bepalen. Het idee van een Amerikaans imperium is misschien nuttige propaganda, maar het wordt niet gedragen door de huidige Amerikaanse politiek of de publieke opinie. Sterker nog, zoals duidelijk blijkt uit de recente debatten over Syrië in de Verenigde Staten is het gevaar voor de wereld niet een Amerika dat zich maar al te graag bemoeit met de zaken van andere landen of elk probleem in de regio als zijn eigen probleem beschouwt. Het gevaar voor de wereld is dat de Verenigde Staten zich na tien jaar oorlog misschien wel terugtrekken en daarmee een leiderschapsvacuüm zullen scheppen dat geen enkel ander land bereid is op te vullen.

Zo’n aftocht zou naar mijn mening een vergissing zijn. Ik denk dat Amerika voor zijn eigen veiligheid internationaal betrokken moet blijven. Maar ik denk ook dat de wereld daarmee beter af is.

Tegelijk ik moet wel eerlijk zijn. Wij zullen onze energie veel eerder investeren in de landen die met ons willen samenwerken, die investeren in hun volk in plaats van in een corrupt groepje, die een visie op de samenleving omarmen waarin iedereen kan bijdragen – mannen en vrouwen, sjiiet of soenniet, moslim, christen of jood. Omdat van Europa tot Azië, van Afrika tot Noord- en Zuid-Amerika, landen die hebben vastgehouden aan een democratische weg hier welvarender en vreedzamer uit zijn gekomen en meer hebben geïnvesteerd in het behoud van onze gezamenlijke veiligheid en onze gezamenlijke menselijkheid. En ik denk dat dit ook voor de Arabische wereld zal gelden.

Slachtpartijen binnen staten

Er zullen momenten zijn dat de afbraak van een samenleving zo groot is en het geweld tegen burgers zo ver gaat, dat de internationale gemeenschap móet optreden. Dit zal een nieuwe manier van denken en zeer moeilijke keuzes vereisen. De Verenigde Naties zijn opgericht om oorlogen tussen staten te voorkomen, maar we staan steeds vaker voor de uitdaging slachtpartijen binnen staten te voorkomen. En deze uitdagingen worden sterker naarmate we te maken krijgen met staten die wankel of mislukt zijn – landen waar gruwelijk geweld onschuldige mannen, vrouwen en kinderen in gevaar kan brengen, zonder hoop op bescherming van hun nationale instituties.

Ik heb duidelijk gemaakt dat wij bereid zijn ons aandeel te leveren om massale wreedheden te voorkomen en fundamentele mensenrechten te beschermen, ook als de Amerikaanse belangen niet rechtstreeks worden bedreigd. Maar wij kunnen en mogen die last niet alleen dragen.

(…) We leven in een wereld van onvolmaakte keuzes. Verschillende landen zullen het niet in alle gevallen eens zijn over de noodzaak in actie te komen. In onze internationale orde staat immers het soevereiniteitsbeginsel centraal. Maar soevereiniteit mag niet een schild zijn voor tirannen om moedwillig te moorden of een excuus voor de internationale gemeenschap om weg te kijken. Ook al moeten we bescheiden zijn in ons geloof dat we elk kwaad kunnen verhelpen, daarmee hoeven we toch nog niet te aanvaarden dat de wereld machteloos staat tegenover een Rwanda of Srebrenica? Als dat de wereld is waarin mensen willen leven, moeten ze dat zeggen en rekening houden met de kille logica van massagraven.

Maar ik denk dat we ook een andere toekomst kunnen omarmen. Als we niet willen kiezen tussen passiviteit en oorlog, dan moeten we ons, allemaal, inzetten voor handelen dat de afbraak van de fundamentele orde voorkomt. Door middel van respect voor de verantwoordelijkheden van volken en de rechten van personen. Door middel van zinvolle sancties tegen hen die de regels overtreden. Door middel van vasthoudende diplomatie die de onderliggende oorzaken van conflicten, en niet alleen hun nasleep, oplost. Door middel van ontwikkelingshulp de gemarginaliseerden hoop brengt. En ja, soms – ook al zal dit niet genoeg zijn – zullen er momenten komen dat de internationale gemeenschap moet erkennen dat het multilateraal gebruik van militair geweld vereist kan zijn om het ergste te voorkomen.

Dit zijn uitzonderlijke tijden, met uitzonderlijke mogelijkheden. Dankzij de menselijke vooruitgang kan een kind dat vandaag, waar dan ook op aarde, wordt geboren, dingen doen die zestig jaar geleden voor het overgrote deel van de mensheid buiten bereik zouden zijn geweest. Ik heb dit gezien in Afrika, waar landen die conflicten te boven komen nu klaarstaan voor de sprong vooruit.

Ik zie het rondom de hele Stille Oceaan, waar binnen één generatie honderden miljoenen uit de armoede zijn verlost. Ik zie het overal op de gezichten van jonge mensen die met een muisklik toegang tot de hele wereld hebben en maar al te graag willen meewerken aan de uitbanning van extreme armoede en de bestrijding van klimaatverandering, die bedrijfjes beginnen, de vrijheid uitbouwen en de oude ideologische gevechten uit het verleden achter zich laten.

Niet met angst, met hoop

Ik weet aan welke kant van de geschiedenis de Verenigde Staten van Amerika zullen staan. Wij zijn bereid de uitdagingen van morgen samen met u aan te gaan – in de vaste overtuiging dat alle mannen en vrouwen in gelijkheid zijn geschapen en dat elk individu een waardigheid en onvervreemdbare rechten bezit die hem niet kunnen worden ontzegd. Daarom bezien wij de toekomst niet met angst, maar met hoop. En daarom volharden wij in de overtuiging dat deze gemeenschap van landen een vreedzamer, welvarender en rechtvaardiger wereld aan de volgende generatie kan nalaten.