Column

Tien jaar en twee films na de dood van Theo

Als Theo van Gogh hem zelf had gemaakt, hadden er minstens twee achtervolgingen met auto’s ingezeten, verwijzingen naar niet verder uitgewerkte sub-plots, en bekende Nederlanders in overbodige bijrollen – dacht ik tijdens de première van de speelfilm 2/11 Het spel van de wolf. Maar Theo is dood, al tien jaar, en de tijden zijn veranderd. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat een regisseur nu nog financiering zou vinden voor bijvoorbeeld een uitbundige, en eigenlijk niet zo geslaagde film als 0605, Theo’s film over de moord op Pim Fortuyn.

Toch doet 2/11 Het spel van de wolf, over de moord op Van Gogh, in opzet sterk denken aan 0605. Voor de makers van beide films is de moord een onverteerbaar gegeven, zodat zij zich niet neerleggen bij de officiële versie: dat zowel Fortuyn als Van Gogh slachtoffer was van verdwaasde eenlingen. Er moet meer zijn. In 0605, naar een roman van Tomas Ros, moest het hele politieke establishment het ontgelden, dat Fortuyn tot elke prijs buiten de deur wilde houden. 2/11 Het spel van de wolf, naar een scenario van Theodor Holman, heeft een nauwere focus: de stelling dat de inlichtingendienst AIVD, die de moordenaar al langer in de smiezen had, de moord had kunnen verhinderen, en dat deze omstandigheid door de politiek en in het moordproces aan het oog is onttrokken.

Zou het echt waar zijn, vroeg ik me tijdens de film steeds maar af. Ondenkbaar is het niet – zie de recentelijk uitgesproken vermoedens van een officier van justitie dat Van Goghs moordenaar minder alleen heeft gehandeld dan in het proces leek. De film – geen geringe artistieke verdienste – maakt de verdoezeling van de rol van de AIVD heel aannemelijk. Maar echt waar? Op het feestje na afloop van de première vonden twee lieftallige premièrebezoeksters van de AIVD in ieder geval de oerlelijke binnenhuisarchitectuur van het AIVD-hoofdkwartier in Zoetermeer goed getroffen. Het was allemaal nog veel spannender geweest, zei een hoge ambtenaar. We zullen het wel nooit weten.

2/11 Het spel van de wolf is een veel betere film dan 0605. Het is ook heel erg een Nederlandse film zoals ze nu gemaakt worden: gestroomlijnd scenario, prima regie, goed geacteerd, zonder rare uitschieters en de zonderlinge, onuitspreekbare zinnetjes die de Nederlandse cinema zo lang hebben geteisterd.

Op het eind komt op archiefbeeld Theo nog even zelf in beeld, bezig met regisseren. Zou hij de stroomlijning en verzakelijking van de Nederlandse film van nu hebben meegemaakt? Of zou hij – naar gewoonte beledigingen, vuige roddels en ruwe grappen rondstrooiend – wegen hebben gevonden om door te gaan met films die hém bevielen, en die soms prachtig, maar soms ook rondweg mislukte curiositeiten waren? Helaas zullen we ook dat nooit weten. We hebben op die rotdag in november 2004, toen een begaafd regisseur met een mes in zijn pens op straat lag, van veel afscheid genomen.