‘Piloten zijn geen robots’

Vliegend boven de in 1977 door Molukkers gekaapte trein, besefte Dick Berlijn pas echt welk groot belang hij diende.

Hij was 27 toen hij als een van de zes Starfighter-piloten boven de door Molukkers gekaapte trein bij De Punt vloog in 1977. Met veel machtsvertoon moesten piloten de gijzelnemers afleiden. Oud-Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn weet nog hoe hij zich voelde. Gespannen en onder de indruk. Als kleine jongen vond hij vliegen stoer. „Bij de operatie in 1977 was ik me in een klap bewust van de serieuze kant van het vak. En van het grote belang dat wij dienden.”

Binnenkort vliegen F-16 piloten naar Irak om mee te doen aan militaire acties tegen de terreurorganisatie Islamitische Staat. Het vak van gevechtspiloot is uiterst complex, vertelt Berlijn die in 1993 commandant van de Nederlandse F-16-vliegers boven Bosnië was. „Het is niet zomaar even instappen en een bom laten vallen.”

In de cockpit van een F-16 zijn snelheid, hoogte en G-krachten te zien op een visueel display, evenals afstand en tijd tot het doel. Aan boord zitten verder grond-, radar-, wapen- en waarschuwingssystemen. Berlijn: „Een piloot moet dus niet alleen vliegen, hij moet voortdurend anticiperen op nieuwe informatie.” De piloot moet de G-krachten trotseren, contact houden met het front, andere piloten en een goed beeld hebben van de omgeving. Het is een soort driedimensionaal schaakbord, zegt hij.

„Piloten moeten zien: Is er een dreiging? Welke doelen moet ik raken? Zijn er burgers? Komt er een raket op mij af? Welke wapens zet ik in? Hoe valt de bom?”

Dat laatste is van groot belang, zegt Berlijn. „Heel nauwkeurig wordt gekeken waar de bom moet vallen, en of dat met bijvoorbeeld laserbegeleiding of gps-geleiding moet gebeuren. En dan is de vraag: wat is het doel van de bom. Moet hij snel ontploffen? Dus bijvoorbeeld vlak boven de grond, om tanks met veel scherven uit te schakelen. Of moet een bom een bunker met een dikke betonnen laag doorboren? Daar hoort een andere tactiek bij.”

De beslissingen die gevechtspiloten nemen, brengen een grote verantwoordelijkheid met zich mee. „Als je een brug moet bombarderen en je ziet er burgers staan, is het je plicht om de juiste keus te maken en te zeggen: dat doe ik niet.”

Piloten vertrouwen elkaar in de lucht hun leven toe, zegt Berlijn. „De piloten vormen dan ook een hechte gemeenschap, waar je als buitenstaander niet zomaar tussenkomt.”

Het beroep is zwaar. Fysiek en emotioneel, weet Berlijn. „Piloten hebben ook gezinnen, het zijn geen robots.” Maar het is een opdracht waarvan je weet dat je er de rechtsstaat mee dient. „En over die missie is goed nagedacht, door de regering. De samenleving staat erachter, dat jij ervoor zorgt dat leed in een gebied ophoudt. En walgelijke wreedheden stoppen.”