Minder ambtenaren, meer advies

De rijksoverheid is licht afgeslankt. Alleen zijn nu de kosten voor externe inhuur explosief gestegen.

Het aantal rijksambtenaren was in 2013 weer afgenomen, meldde het kabinet begin deze maand trots. Maar tegelijk huurt het rijk meer tijdelijke werkers van buiten in. De kosten daarvan zijn voor het eerst sinds 2009 weer gestegen, met meer dan 10 procent. Dat blijkt uit de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk.

Een groot deel van die stijging is te wijten aan de toegenomen kosten voor automatiseringsadvies en het vaker inhuren van uitzendkrachten. Vorig jaar gaven de elf ministeries daaraan iets meer dan één miljard euro uit. In 2012 was dat nog 913 miljoen euro.

Dat nuanceert de mededeling dat het aantal rijksambtenaren vorig jaar is afgenomen – met overigens 264 voltijdbanen, een daling van 0,2 procent.

De oorzaken van de toename van het inhuren van tijdelijke werkers zijn pikant. Het Rijk heeft regelmatig grote problemen met automatiseringsprojecten. Vorig jaar gaven de ministeries 264 miljoen euro uit aan automatiseringsadvies – 96 miljoen meer dan het jaar daarvoor.

Vorig jaar werd 662 miljoen euro aan uitzendkrachten uitgegeven, 64 miljoen meer dan het jaar daarvoor. En dat terwijl coalitiepartij PvdA vindt dat de overheid mensen die voor haar werken meer zekerheid moet bieden.

Om de groei van het aantal ingehuurde krachten in te dammen, besloot de Tweede Kamer in 2010 op voorstel van SP-leider Emile Roemer dat ministeries moesten proberen niet meer dan 10 procent van hun personele uitgaven aan externen te besteden.

Er bestond ergernis over verhalen dat ex-ambtenaren zich tegen hoge tarieven als zelfstandige lieten inhuren om hun oude werk te doen. En dat ministeries de gewenste vermindering van het aantal ambtenaren probeerden te behalen door hun werk door externe krachten te laten uitvoeren.

Bij Binnenlandse Zaken wordt de overschrijding veroorzaakt door externe automatiseringsexperts bij de personeelsadministratie en bij de dienst die automatiseringsprojecten voor de hele Rijksoverheid uitvoert. Dat is beleid, zegt een woordvoerder: zo is de dienstverlening beter en heeft de overheid minder vaste lasten als die projecten weer aflopen.

Bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu – waar Rijkswaterstaat verantwoordelijk was voor bijna de gehele externe inhuur – liep de gewenste afslanking van het vaste personeelsbestand zo voorspoedig dat vacatures ontstonden die externen tijdelijk moesten opvullen. Deels is de overschrijding op dit ministerie het gevolg van het in eigen beheer nemen van automatiseringsdiensten. De vacatures daarvoor moesten eerst tijdelijk door externen worden ingevuld.

De meeste ministeries zitten rond de norm van 10 procent. Ook het ministerie van Financiën, hoewel de inhuur van externe krachten fors groeide. De oorzaak, meldt het ministerie, is dat men zo snel mogelijk wilde beginnen met een politiek gewenste krachtiger bestrijding van belastingfraude. Hier ging het dus ook om tijdelijke krachten die worden ingezet tot er vaste medewerkers zijn gevonden.