Meesterwerken, beter dan die van Balzac

Vijfentwintig jaar na zijn overlijden wordt het werk van Georges Simenon opnieuw uitgegeven. Niet alleen zijn Maigret-detectives, maar ook zijn psychologische romans, die pijnlijk tot op het bot zijn en vooral prachtig geschreven.

Georges Simenon steekt in 1984 een van zijn pijpen op. Foto Getty Images

‘Maigret onbemind in geboortestad,’ zo meldt de webpagina van de ChristenUnie Afdeling Delfzijl op 9 september 2003, na een week vol evenementen ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van de Belgische auteur Georges Simenon. Maigret is hoogstpersoonlijk zelf ter plaatse en houdt naast zijn in 1966 geplaatste Delfzijlse standbeeld ‘een geestige voordracht’. Er is een sfeervolle boottocht over het Eemskanaal, met aan boord van een afgeladen platbodempje de inspecteur, vergezeld door het voltallig Delfzijlster Harmonie Orkest. De eregast wordt vervolgens ontvangen door de locoburgemeester, waarna een triomftocht wordt gehouden, met als einddoel de Eemsdijk, waar een speciaal ontworpen Maigretvlag zal worden gehesen. Feestelijk zou je zeggen, maar de ChristenUnie-webreporter constateert een sneue vertoning: voorop de Harmonie, dan een demonstratief pijprokende Maigret-vertolker en de locoburgervader, gevolgd door zo ongeveer niemand. Het winkelend publiek kijkt bevreemd toe.

Maigret en Delfzijl? Vanzelfsprekend. Hij is er geboren. Zo beweerde althans de geestelijk vader van deze breedlijvige, in zichzelf teruggetrokken politiecommissaris. Simenon: ‘Ik zie mezelf weer terug op een zonnige ochtend in een Delfzijls café. Ik heb een paar glaasjes jenever gedronken, en een beetje slaperig zie ik hoe de massieve, onverstoorbare gestalte van een heer zich begint af te tekenen die een aanvaardbare commissaris zou kunnen zijn. Gedurende de rest van de dag voegde ik aan deze figuur een paar voorwerpen toe: een pijp, een bolhoed, een zware jas met een fluwelen kraag.’

We mogen deze ter aardeverschijning in 1930 van de legendarische commissaris tot de fictie rekenen. Het in Delfzijl gesitueerde Een misdaad in Holland (1931) is niet de eerste Simenon-policier waarin Maigret figureert. Hij trad al op in een vroeger boek, zij het als arts. Misschien geïnspireerd door Watson, de rechterhand van Sherlock Holmes. Het zou op zijn minst de Engelse bolhoed verklaren.

Zwerftocht

Delfzijl. Men moet er willen zijn. Simenon moest wel, toen hij op een zwerftocht in 1929 er zijn houten scheepje de ‘Ostrogoth’ opnieuw moest laten breeuwen. Een zomer lang in Delfzijl – wat doet men de hele dag? Simenon schreef een boek, niet zijn eerste, en zeker niet zijn laatste – zijn onder eigen naam verschenen productie telt 193 romans, 158 novelles, verscheidene autobiografische werken, en dan nog eens onder 27 pseudoniemen uitgebrachte, uiteenlopende romans (176 stuks) en tientallen korte verhalen. Een flink aantal daarvan wordt nu in nieuwe Nederlandse vertaling opnieuw uitgebracht. Maigrets, en wat de schrijver zelf romans durs noemde, het steviger, psychologische werk. Uit deze reeks vertalingen verschenen nu de eerste vier: twee romans durs (De blauwe kamer en De premier) en twee Maigrets – De danseres van Le Gai-Moulin en Een misdaad in Holland.

Laatstgenoemde Delfzijl-Maigret is een merkwaardig verhaal. Niet zozeer om de (enigszins voorspelbare) plot – zeevaartschoolleraar vermoord, overzichtelijk aantal verdachten, who dunnit? We leren Maigret beter kennen. Geen moralist, onbetrokken (zij het niet van steen als het om vrouwen gaat), beleefd als het kan en bot zo nodig. Met name de couleur locale doet de lezerswenkbrauwen echter nu en dan rijzen. Delfzijl bij Simenon is überproper, de huizen lijken allemaal pas geverfd, alle boeren zijn lang en breed, alle schippers in hun joppers groot en sterk, iedereen drinkt bier of jenever, en – wie had dat gedacht in het Delfzijl van 1930 – opmerkelijk veel inwoners weten zich voldoende in het Frans te redden om Maigret naar de oplossing toe te doen bewegen. Eigenaardig ook is dit: er wordt een kalf geboren en Simenon laat een boerendochter zeggen: ‘Ik moet naar de stad, naar de burgemeester voor het stamboek. Dat is heel belangrijk.’ De Delfzijlse magistratuur houdt haar stamboekbewoners kennelijk in den brede bij. Maigrets waarnemingsvermogen wisselt daarbij nogal abrupt van scherpte. Hij kijkt naar een schip, we focussen even mee: ‘Een kleine kajuit met eikenhouten wanden was vaag te onderscheiden, met een cardanische lamp en een kompas.’ En dan nog het waddeneiland ‘Workum’, dat bij helder weer vanuit Delfzijl als ‘een streep rood zand’ zichtbaar is. Nu is Workum een Friese stad aan de (toen nog) Zuiderzee, en ligt boven Delfzijl een blank Waddeneiland dat Borkum heet. En een auteur mag met plaatsnamen rommelen. Maar wonderlijk toch dat rode zand.

Misschien verklaart deze anekdote in dit verband iets. Alfred Hitchcock belt Simenon in verband met een boekverfilming. Hij krijgt de secretaris aan de lijn: ‘Monsieur Simenon is met een boek bezig en dus onbereikbaar. Belt u later eens terug.’ ‘Nee’, zegt Hitchcock. ‘Ik wacht wel even tot hij klaar is.’

Wat de lezing Een misdaad in Holland trouwens ook niet bevordert is de krampachtige, afwisselend Frans en Vlaams gekleurde vertaling. De danseres van Le Gai-Moulin kent dat laatste bezwaar niet. Net als nog vier andere romans over de commissaris verscheen ook deze ‘Maigret’ in 1931. Locatie: Simenons geboortestad Luik. Een vervelende rijkeluispuber en diens meeloper-vriend willen de kas lichten van een nachtclub, verstoppen zich in de kelder en stuiten na sluitingstijd op een lijk. Whodunnit? De spanning is groter, de plot verrassend. Wel valt in deze Maigret een sterke gelijkenis op tussen de meeloper-vriend en de ongeveer even oude aanbidder van de boerendochter in Een misdaad in Holland. Zenuwachtige jongens, steeds op de drempel van snikken, en vaak daarover heen. Clichés: geen uitzondering in deze beide vroege Maigrets.

Maar Simenons schoorsteen ging ervan roken. Aanvankelijk schreven de Franse kranten niet over zijn Maigrets. Niet dur genoeg misschien. Hij bedacht er iets op: een bal anthropométrique in de nachtclub La Boule blanche op het Parijse Montparnasse, de eerste februari 1931 om middernacht. Alles in de sfeer van misdaad en politie. Bezoekers worden gedwongen bij de door hoer, schurk en ‘slager’ bewaakte toegangsdeur hun vingerafdrukken te laten nemen. Binnen is het snoeiheet, er wordt omgeroepen dat alle dames zullen worden gevisiteerd, de zwarte jazz is niet van de lucht. En in een hoek zit de dan 28-jarige Simenon boeken te signeren, voortdurend aankondigend dat hij elke maand een boek gaat publiceren. Een ongehoord pr-feest. Ook zijn vrouwengeschiedenissen helpen: de beroemde auteur Colette veroverd, Josephine Baker voor hem gevallen… Volgens eigen tellingen achteraf zouden er in zijn leven nog 9998 vrouwen volgen, zij het van minder allure. Neuken moet – vier keer daags. Net als schrijven – elke maand een boek.

Tractorvertegenwoordiger

Maar nu zijn romans durs. Steviger werk inderdaad, we kunnen er twee van lezen in een fraaie, nieuwe vertaling. De blauwe kamer (1964) is het verhaal van hoe een van oorsprong Italiaanse tractorvertegenwoordiger ondanks zijn verregaande inburgering (Franse vrouw, kind) via hormonale stuwing Gallisch ten val wordt gebracht door een wulpse dorps- en voormalig klasgenote. Een ragfijn ontwikkelde en psychologisch volstrekt geloofwaardige geschiedenis. Pijnlijk tot op het bot, prachtig geschreven. De roman De premier (1958) is dan vier jaar oud. Ik noem dat laatste een meesterwerk. De dankzij al zijn omzwervingen (hij woonde jarenlang in Amerika en Zwitserland) nomadisch geraakte Simenon blijkt in staat op ‘openscheurende manier’ een grand old man uit de Franse politiek neer te zetten, die op een eenzaam rotshuis in Normandië overweegt of hij zijn reputatieschade brengende memoires en een afgedwongen corruptiebekentenis gaat inzetten tegen zijn vroegere politieke onderknuppel, die op weg is naar de top. Het leven in hem wijkt langzaam, de drempel van de dood is in zicht, wat gaat hij doen? Geen clichés, alles trefzeker, met een adembenemende suspense. Een meesterwerk, eindeloos veel strakker gecomponeerd dan de werken van de negentiende-eeuwse veelschrijver Balzac, Simenons literaire held, die de neiging vertoont na een verpletterend begin zijn boek te verrommelen.

We denken aan de rokende schoorsteen in huize Simenon en vragen ons af of de latere Maigrets zo slordig bleven als Een misdaad in Holland. We gaan het zien in de komende nieuwe vertalingen. Ik verheug me toch in het bijzonder op Simenons ‘harde romans’: daar moeten meer meesterwerken tussen zitten. En verder Delfzijl, waar de culturele kachel ook moet branden? Men heeft trekpleister Maigret! Er is een fraai standbeeld van de commissaris, er is een vlag. Helaas is Delfzijl sinds 1931 dusdanig veranderd, dat men voor de verfilming in 1975 van Un Crime en Hollande moest uitwijken naar het Friese Makkum. Vanuit dit dorp kan men bij helder weer Workum zien liggen, al is dat nog steeds geen rood eiland.