Lange jurken, grote bloemen

Milaan is een modestad van instituten: de modeweken draaien er om de grote, bekende merken. Jonge ontwerpers gaan liever naar Parijs of Londen, waar meer ruimte en aandacht is voor experiment. Maar dankzij inspanningen van onder meer modeorganisatie Camera Moda bloeien tegenwoordig ook in Italië af en toe nieuwe labels op.

Een voorbeeld is Stella Jean, het merk van de gelijknamige, 35-jarige ontwerper van Italiaans-Haïtiaanse afkomst. Jean is snel naam aan het maken met uitbundige, vrouwelijke ontwerpen van stoffen met Afrikaanse waxprints, waarvoor ze samenwerkt met vrouwen uit Burkina Faso en Mali. Die kledingstukken vult ze aan met klassieke items als gestreepte overhemden en pumps, waardoor een vrolijke, multiculturele stijl ontstaat, die ze zelf omschrijft als wax & stripes.

Haar collectie voor voorjaar 2015 is grotendeels opgebouwd volgens deze formule: jassen en rokken met Afrikaanse prints, gecombineerd met geruite overhemden en basketbalshirts. Nieuw zijn stoffen met Haïtiaanse taferelen: beschilderde bussen, vrouwen in traditionele kleding, ezels. Jean maakte er onder meer uitstaande rokken tot over de knie van en elegante jasjes en wijde, lange jurken met stroken.

Zo’n losse, lange jurk was in Milaan bij meer shows te zien. De meeste van die jurken verwezen naar de stijl van de late jaren zestig en de jaren zeventig, voor veel ontwerpers dit seizoen een belangrijke inspiratiebron. Bij Roberto Cavalli waren deze posthippiejurken gemaakt van banen van verschillende gedessineerde zijdes, bij Missoni van tricot in zachte tinten.

Ook bij Marni, dat het twintigjarig bestaan zondagmiddag vierde met een eenmalige markt waar voor een goed doel bloemen, tassen en kunstnijverheid werden verkocht, waren veel jurken lang. Maar met nostalgie hadden ze niets te maken. De show opende met rigide kledingstukken van wit en naturelkleurig katoen, met om de taille een ceintuur die deed denken aan een judoband. Gaandeweg de show kwam kleur in de collectie, alsook bloemdessins, maar de stoffen bleven stevig en de grote bloemen waren verre van klassiek, en leken vaak met de hand op de asymmetrische kledingstukken te zijn geschilderd of geborduurd.

De collectie was eerder interessant en artistiek dan sensueel, maar dat hoeft verkoop niet in de weg te staan; Marni is nooit een merk geweest voor vrouwen die zich kleden om mannen te behagen.

Eenzelfde voorkeur voor stevig materiaal en grote bloemen was te zien bij Tod’s, dat zich van conservatief schoenen- en tassenmerk aan het ontwikkelen is tot modemerk. Zeker de helft van de ruimvallende, sportieve collectie was van leer , waarop bloemen waren gedrukt of met de laser uitgesneden.

Een van de succesmerken van dit moment is Bottega Veneta, dat zeer prijzige, maar ingetogen en draagbare kleding en accessoires verkoopt. Ontwerper Tomas Maier had de voorjaarscollectie een dansthema gegeven. Over ‘balletpakjes’ en leggings werden grote vesten gedragen, pumps hadden gekruiste bandjes, jurken wijde rokken. Die jurken – die hoorden tot het mooiste wat op de modeweek in Milaan te zien was – waren gemaakt van dunne katoen, of van verticale banen van denim in verschillende tinten, en versierd met macramé, kralen en borduursels.

Bij Jil Sander, het modehuis dat na het plotselinge vertrek van Jil Sander een tijdje zonder hoofdontwerper zat, liet Rodolfo Paglialunga zijn eerste collectie zien. Zoals dat hoort, was het debuut een eerbetoon aan de oprichter, die bekendstaat om haar sobere, tikje strenge mode. Maar met stoere shorts, overhemden onder sweaters en leren sokken in sandalen wist Paglialunga al een veelbelovend cool gevoel in het merk te brengen.

Eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad. Fotografie: Peter Stigter (teampeterstigter.com)

Roberto Cavalli

Missoni

Marni

Tod’s

Bottega Veneta

Jil Sander