IS doet Irak-trauma van 2003 vergeten

Elf jaar na de omstreden Irak-oorlog is de steun voor militair ingrijpen groot.

Bombardementen op olievelden

Terwijl de Amerikanen begin augustus de eerste aanvallen op stellingen van de Islamitische Staat (IS) in Irak uitvoerden, discussieerden de twee Europese landen met de grootste militaire capaciteit nog uitgebreid over hun strategie.

Intussen hebben Franse Rafale-gevechtsvliegtuigen een reeks bombardementen uitgevoerd. En na een stemming vandaag in het Lagerhuis kunnen de Britten ieder moment beginnen met bombarderen.

Dat is voor beide landen opmerkelijk. Nadat in 2003 premier Tony Blair met de Amerikaanse president George W. Bush ten strijde trok tegen het regime van Saddam Hussein, gingen in het Verenigd Koninkrijk miljoenen burgers de straat op tegen de Irak-oorlog. In Frankrijk werd het verzet tegen de oorlog geleid door president Jacques Chirac zelf. Zijn minister van Buitenlandse Zaken Dominique de Villepin keerde zich in de VN-Veiligheidsraad fel tegen de motieven van Frankrijks westerse bondgenoten: „Oorlog is altijd een blijk van een mislukking”.

Is het trauma van 2003 nu overwonnen? Anno 2014 ligt een casus belli meer voor de hand. Niet alleen kampen zowel de Britten als de Fransen met een binnenlands veiligheidsprobleem door uit Irak en Syrië terugkerende jihadisten. De beelden van de onthoofding van de Britse hulpverlener David Haines en de Franse toerist Hervé Gourdel hebben de geesten rijp gemaakt voor bombardementen op IS.

Hoewel De Villepin in Frankrijk tegen iedere interventie blijft ageren („een nieuwe oorlog in Irak” noemt hij „absurd en gevaarlijk”), is de steun daar net als in het Verenigd Koninkrijk opvallend groot. Een peiling van bureau Odoxa liet zien dat 61 procent van de Fransen de aanvallen tegen IS steunt; 53 procent van de Britten is er volgens YouGov voorstander van.

Dat de Franse straaljagers uiteindelijk onder Amerikaans commando vallen, ligt gevoelig. Maar met een grote Irak-conferentie in Parijs vorige week en een speciale Franse naam voor de militaire operatie (‘Chammal’, een Iraakse wind) heeft het ingrijpen een Frans tintje gekregen.

De vergelijking met ‘2003’ blijft zich in het Franse debat wel opdringen. Minister van Buitenlandse Zaken Fabius vindt de situatie nu compleet anders, zei hij deze week in een radio-interview. Was destijds nog sprake van een „leugen” over massavernietigingswapens in Irak, nu gaat het om een „bewezen gevaar” van „terroristen”.

Cameron maakte de geesten al half augustus klaar voor deelname aan de luchtaanvallen. „Als we niet handelen om de aanval van deze buitengewoon gevaarlijke terreurbeweging te stoppen, zal zij sterker worden tot zij ons in de Britse straten kan aanvallen”, schreef hij in The Sunday Telegraph. Maar in de weken daarna bleven concrete toezeggingen uit – zelfs na de onthoofding van Haines. Dat had een binnenlandspolitieke reden: tot vorige week was het belangrijker de Schotten bij het Verenigd Koninkrijk te houden, alle andere kwesties vielen daarbij in het niet. Nu de Unie is gered, schaart Cameron zich volledig achter Obama. Hij heeft de steun van Labour- oppositieleider Ed Miliband en de Liberaal-Democratische vicepremier Nick Clegg hebben hun steun al gegeven. In 2003 waren de Libdems als enige partij tegen militair ingrijpen.

De Britten en de Fransen steunen vooralsnog louter de aanvallen in Irak en beide landen sluiten de inzet van grondtroepen uit. Terwijl in augustus vorig jaar Franse straaljagers al klaar stonden om acties te beginnen tegen het regime van de Syrische president Bashar al-Assad, werd die operatie op het laatste moment door Obama afgeblazen. Cameron kampte toen met een weigerachtig Lagerhuis.

Beide landen vrezen dat aanvallen op IS in Syrië (de niet erkende) president Bashar al-Assad sterker in het zadel helpen. Cameron beloofde het Lagerhuis dat er opnieuw een debat in het Lagerhuis komt als Syrië ook een doelwit wordt. Frankrijk vindt in dat geval een VN-resolutie onontbeerlijk.