Iedereen heeft ebola onderschat

Directeur Unicef Sierra Leone

De komende vier tot zes weken zijn cruciaal voor de bestrijding van ebola in het West-Afrikaanse land. „Anders loopt het echt uit de hand.”

„Deze week nog: in een dorp overleed een imam aan ebola. Een hele wijze man die door de gemeenschap op handen werd gedragen. Zijn lijk werd gewassen en om zijn wijsheid door te geven zijn de gezichten van alle kinderen in het dorp met dat water gewassen. Gruwelijk. Die kinderen zijn nu allemaal met ebola besmet.”

Roeland Monasch, directeur van Unicef in Sierra Leone en de afgelopen maanden vooral ebolabestrijder, is even in Nederland. Hij vertelt hoe die dodelijke ziekte wordt bestreden in een van de drie zwaar getroffen West-Afrikaanse landen. De begrafenisrituelen zijn een belangrijke oorzaak van de doorgaande besmettingen. Die moeten veranderen: „Daarvoor moet je echt samenwerken met de traditionele leiders.”

Vorige week moesten alle mensen in Sierra Leone drie dagen thuis blijven. Hulpverleners kwamen deur aan deur langs. Ze gaven voorlichting over ebola, keken of er zieken of doden waren en lieten een stuk zeep achter. Het ebolavirus kan niet tegen zeep. Gisteren is een opnieuw een groot gebied met anderhalf miljoen inwoners in quarantaine geplaatst.

De lock up kreeg internationaal veel kritiek. „Maar ik heb enorm aangedrongen het te doen”, zegt Monasch. En dan vertelt hij wat die stuurlui aan de wal waarschijnlijk níet wisten. De regering in Sierra Leone en Unicef gaan wel vaker in korte tijd met veel getrainde hulpverleners bij iedereen thuis langs. „Nationale vaccinatiecampagnes organiseren we ook zo. In één week gaan we het hele land af, huis aan huis, en geven we alle kinderen bijvoorbeeld poliovaccin. Dat werkt heel goed. We hebben een bereik van meer dan 90 procent. In juni hebben we zo nog drie miljoen muskietennetten tegen malaria uitgedeeld.”

Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, zit niet voor niets in Sierra Leone. Dit is het land met de hoogste kindersterfte ter wereld. Eén op de zes kinderen sterft er voor zijn vijfde verjaardag. „Door schadelijke gewoonten”, zegt Monasch. „Weinig moeders geven borstvoeding.”

Sinds 2010 is de gezondheidszorg gratis voor zwangere vrouwen en kinderen tot vijf jaar. Naast 25 ziekenhuizen zijn er intussen 1.200 kleine klinieken opgezet, een soort eerstehulpposten geleid door verpleegkundigen. Overheid en hulporganisaties zorgen voor voorlichting, training en voor voldoende medicijnen, tegen malaria, diarree en longontsteking.

„Ik had de hoop”, zegt Monasch, „dat er een flinke daling van de kindersterfte zou volgen. Maar dat ligt nu helemaal op zijn gat. Door de ebola-uitbraak gaat niemand meer naar die klinieken. De symptomen van de kinderziekten lijken sterk op die van ebola: hoge koorts, overgeven, diarree. Ouders zijn bang dat hun kind met ebola wordt gediagnosticeerd. Dan wordt het afgevoerd naar een van de vier ebola-behandelcentra in het land. De bevolking heeft het beeld dat een kind door die diagnose meestal voorgoed verdwijnt. Maar daardoor gaan er nu waarschijnlijk veel meer kinderen dood aan andere ziekten dan aan ebola.”

Sierra Leone had eind mei zijn eerste ebolapatiënten. Nu zijn er patiënten in 13 van de 14 districten. „Het zijn nog steeds lokale haarden”, zegt Monasch. „Na de lock up concentreren we ons nu op die haarden. We gaan er met mobiele hospitaaltenten en interventieteams naar toe. Daar zitten een paar getrainde gezondheidswerkers, een epidemioloog en voorlichters in. De mensen geven daar dan zorg onder begeleiding. Dat is de aanpak, want er zijn niet meer genoeg bedden in de vier behandelcentra. De komende vier tot zes weken zijn cruciaal. Anders loopt het echt uit de hand.

„We hebben nog steeds problemen. Er zijn nu mensen die drie tot vier dagen op een testuitslag wachten. Dat is niet goed. Die mensen worden zenuwachtig en lopen weg. En het bemoeilijkt het opsporen van contacten. We hadden twee testlabs in het land. Op een gegeven moment kwam er een aanbod om er twee bij te krijgen. Dat is toen afgeslagen, maar het was waarschijnlijk een van de beste investeringen geweest.”

Op de kritiek dat de WHO te slap heeft gereageerd reageert Monasch emotioneel: „Ik hoor die verhalen en ik vind het heel oneerlijk. Twee maanden voordat de ziekte eind mei vanuit Guinee naar Sierra Leone oversloeg waren we al bezig met preventie en bewustwording. Iedereen heeft dit onderschat. Misschien hebben we het te veel als medisch probleem gezien. Maar het probleem is veel groter. Het gaat ook om gedragsverandering.”

Ebola doodt 30 tot 50 procent van de patiënten. Er zijn inmiddels ook mensen genezen. Zij zijn immuun. Ze worden niet nog eens ziek. Monasch: „Die mensen zou je kunnen inzetten voor de verzorging van zieken, maar in hun bloed zitten ook afweerstoffen. Hun bloed kan, via bloedtransfusie, een medicijn zijn voor patiënten. Er is veel discussie over de vraag hoe je deze mensen kan inzetten. Op dit moment worden kinderen waarvan de ouders net aan ebola zijn overleden verzorgd door ebolasurvivors. Veel van die wezen zullen zelf nog ebola krijgen.”