Huiveringwekkend ‘Requiem’ en ‘Kyrie’ met twintigstemmig koor

Een gebed uit de diepste diepten, aanzwellende storm, het gehuil van verdoemden: huiveringwekkend is het Requiem van György Ligeti, waaruit Stanley Kubrick met veel succes het Kyrie leende voor zijn science fiction film uit 1968, 2001: A Space Odyssey.

Het Requiem staat centraal in ‘Het Sublieme’, de nieuwste aflevering van het multidisciplinaire AAA-festival van het Koninklijk Concertgebouworkest in het Concertgebouw in Amsterdam.

De vraag, wat het ongrijpbaar ‘sublieme’ dan precies inhoudt, wordt hier natuurlijk niet letterlijk beantwoord.

Maar door Ligeti’s ultracomplexe Requiem (1965) vooraf te laten gaan door een al even knap 15de-eeuws Kyrie van Johannes Ockeghem, krijgt één aspect nadruk: een ontzagwekkende ervaring kan ontstaan als verbluffende techniek pure emotie wordt.

Dat was in de uitvoering van het KCO, Groot Omroepkoor en Vlaams Radio Koor onder leiding van Jonathan Nott zeker het geval.

De soms twintigstemmige koorpartij kroop als een troep insecten onder de huid.

Een unicum was bovendien de keuze, hier Arcana van Edgard Varèse op te laten volgen.

In dit massieve orkestwerk worden flinters van Stravinsky’s Le sacre vermaalt, al klinken ook jazzy loopjes door.

Nott liet de fragmentatiebom sissen en knetteren, zonder veel aandacht aan de fijnmazigheid van het werk te besteden. Ravels orgastisch ontsporende La valse kwam na zoveel gesublimeerd geweld als een bijna vriendelijke finale.

De roes van de wals werd goed getroffen, leidend van dronken oprispingen tot gespierde vuistslagen.