Het boek van de Paus

Je kunt lang geloven dat alle sympathieke berichten over de nieuwe, bescheiden en oprechte paus bestaan uit window dressing, maar toen vorige maand bleek dat hij de vermoorde Salvadoraanse bisschop Óscar Romero zalig wil laten verklaren begon ik toch te twijfelen. (Romero was in 1980 al voor de armen, maar volgens zijn toenmalige bazen was hij voor de verkeerde armen – hij werd tijdens de mis doodgeschoten).

Dus toch maar het boek van Jorge Mario Bergoglio (1936) bekeken , op zoek naar Romero (die staat er niet in), geboortebeperking (ook niet), Messi (Messias wel), aids (nope) en ontucht (nada). Zoveel glasnost heerst er dus niet in de kerk van Franciscus. Maar Lampedusa staat er dan weer wel in De kerk der barmhartigheid.

Bergoglio begint met een betoog dat God geduldig is en dat de Kerk dat ook moet zijn, wat saillant is in een tijd waarin nogal wat katholieken hun geduld met die kerk verliezen. Eerlijk gezegd vergen de vele zalvende woorden ook wat van het lezersgeduld. Interessant wordt het als hij het over armoede heeft: ‘Armoede is voor ons christenen geen sociologische of filosofische of culturele categorie, nee, het is een theologale categorie.’ Ik zou zeggen: een morele categorie – en daar kun je het bezwaarlijk mee oneens zijn.

Tegen het einde van het boek staan de aardigste stukken, wanneer de paus tekeergaat tegen de afgoderij van het geld en van de wereldsheid in het algemeen. Dat leidt tot verderf dat wordt geformuleerd in vooroorlogs aandoende uitroepen: ‘Geestelijke wereldsheid doodt! Doodt de ziel! Doodt de mensen! Doodt de kerk!’

Maar vooral tot de oproep aan iedereen in de kerk om zich, ‘uit te kleden’ (no pun intended), zoals Christus aan het kruis. Want wat zouden we anders zijn? ‘Op die manier zullen we banketbakkerschristenen worden, mooie taarten, met mooie zoete dingen erop! Prachtig, maar bepaald geen christenen!’ Paus Franciscus als de man die de banketbakkers de tempel uit ranselde. We zijn er nog niet, maar het is een begin.