Geef hardnekkig falende accountants maar een boete

De Nederlandse accountants, althans de zogeheten big four, zijn stevig op hun nummer gezet. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft in ruim een jaar veertig controles van jaarrekeningen onderzocht en achttien daarvan, 45 procent, het predicaat ‘onvoldoende’ gegeven. Dat is maar iets minder slecht dan vier jaar geleden, toen deze negatieve score op 52 procent uitkwam.

Het verschil met toen is dat de AFM zich ditmaal niet beperkt tot generieke ‘shaming’ maar ook doet aan ‘naming’ – die bevoegdheid had de toezichthouder in 2010 nog niet. Met als resultaat dat KPMG de zwaarste onvoldoende heeft gekregen. „Gewoon onacceptabel”, zegt KPMG-topman Hommen vandaag elders in deze krant. De andere drie, PwC (PricewaterhouseCoopers), Deloitte en EY (Ernst & Young), moeten het ook met een slecht rapportcijfer doen. Samen doen deze vier 90 procent van de wettelijke controles bij beursgenoteerde ondernemingen, banken en verzekeraars. Goedkeuring van de jaarrekening van een bedrijf door een van de vier grote accountantsorganisaties wil dus niet zeggen, zo is de conclusie, dat die jaarrekening ook inderdaad in orde is. Dat is ernstig.

Met de openbaarmaking per organisatie van haar negatieve rapportages hoopt de AFM dat de accountants de kwaliteit van hun werk zullen verbeteren. Dat hebben ze, vanzelfsprekend, nu opnieuw beloofd. Tevens denkt de toezichthouder dat de antireclame die zijn bevindingen voor de accountants feitelijk vormen, beleggers en crediteuren te denken zal geven en dat bedrijven er bij hun keuze voor een accountant rekening mee zullen houden.

Dat laatste is maar te hopen. Behalve de kwaliteit zijn ook de kosten van de accountancy een overweging. En voor de minder professioneel opererende accountant geldt allicht het spreekwoord ‘wiens brood men eet, diens woord men spreekt’. Toch moeten bedrijven de waarde van kwalitatief goede accountancy inzien; dat kan ze behoeden voor (voortgezet) wanbeleid.

Aan accountants is de uitvoering van een wettelijke taak toevertrouwd, waarmee ze het algemeen belang horen te dienen. Falen zij daarin, dan dienen daar financiële sancties tegenover te staan. Dat is al het geval wanneer fouten in goedkeurende verklaringen over individuele bedrijven aan het licht komen. Maar dat zou ook het geval moeten zijn wanneer de AFM de volgende keer constateert dat hun werk in het algemeen tekortschiet, zoals nu is gebeurd. De AFM zinspeelt in haar verslag op „formele handhavingsinstrumenten” en voegt er in een voetnoot aan toe wat die kunnen zijn: een dwangsom of een boete. Dat is inderdaad de logische volgende stap als blijkt dat de schandpaal niet effectief is.