Even apart als ’t allemaaleven te veel wordt

Sinds dit schooljaar blijven ‘moeilijke’ leerlingen zo veel mogelijk op een gewone school. Op het Willem Blaeu weten ze al jaren hoe je deze leerlingen opvangt.

In het time-outlokaal kunnen leerlingen van het Willem Blaeu College uitblazen. Foto Roger Cremers

In de kantine op school is het veel te druk voor Bram. Om de ernst van de zaak wat kracht bij te zetten, zegt hij: „Het is écht veel, veel, veel én veel te druk.”

Al die scholieren in één ruimte, hij wordt er duizelig van. „Ik raak compleet gedesoriënteerd.”

Daarom gaat de 13-jarige havo-leerling van scholengemeenschap Willem Blaeu in Alkmaar in de pauze naar een ‘time-out’, een speciaal lokaal in het schoolgebouw. Bram heeft asperger. Hij maakt deel uit van wat de ‘trajectgroep’ wordt genoemd.

De leerlingen uit deze groep hebben stoornissen als ADHD of autisme en volgen de normale lessen op school. Daarnaast kunnen ze de hele dag terecht in het speciale lokaal. Daar kunnen ze even op adem komen en begeleiding krijgen van twee pedagogen. Die helpen ze, met het plannen van huiswerk tot aan het oplossen van conflicten.

Het is een bijzondere constructie, die nu op zo’n vijfentwintig scholen in het land bestaat. Het Willem Blaeu in Alkmaar begon er als eerste in de regio mee, in 2006, als voorbereiding op de invoering van het passend onderwijs.

Dat ‘passend onderwijs’ is overal in Nederland begonnen op 1 augustus, dus na de zomervakantie. Het betekent dat alle basisscholen en alle scholen in het voortgezet onderwijs nu verplicht zijn om voor elke leerling een passende plek te vinden. Dus ook voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Doorverwijzen naar speciaal onderwijs kan, maar de drempel daarvoor ligt nu hoger.

Veel scholen worstelen met het inpassen van moeilijke leerlingen in de klas. „En wij denken”, zegt zorgcoördinator Lucia Al van Willem Blaeu, „dat we iets in handen hebben wat écht werkt”. Want: „Vrijwel iedereen uit de trajectgroep haalt zijn of haar diploma. Zelfs op vwo-niveau.”

Rust, veiligheid en structuur

Dit succes komt volgens Lucia Al vooral door de begeleiding en de structuur die de school biedt. „Dat geeft rust en veiligheid.” De zeven brugklassers uit de trajectgroep zijn de eerste maanden van het schooljaar verplicht zich te melden in het speciale lokaal, nog voor de lessen beginnen.

En wat daar dan gebeurt? Begeleider Mandy Tromp: „We vertellen wat ze moeten doen. Dus hang even je jas op of trek je regenpak uit en stop je spullen in je kluisje.” Daarna kijkt ze hoe de leerlingen zich voelen. „Zijn ze gespannen? Zo ja, hoe komt dat? Was er ruzie thuis en nemen ze die boosheid mee? Of zijn ze onderweg misschien met de fiets gevallen?” Dat laatst gebeurt geregeld. „Ze moeten vaak een eind fietsen, zijn onderweg druk in hun hoofd en daardoor snel afgeleid.”

Als de leerlingen tot rust zijn gekomen, controleert Mandy Tromp of iedereen de juiste boeken bij zich heeft en of er wel pennen en schriften in de tassen zitten. „Zo niet, dan hebben we hier een kast vol met reservemateriaal.” Waarom dat zo belangrijk is? Tromp: „Je wilt niet dat er meteen gedoe in de les ontstaat omdat een scholier zijn spullen niet bij zich heeft. Dat leidt iedereen af.”

Als Bram op school komt, heeft hij vaak geen idee welk vak hij in het eerste uur heeft. „Dat is me dan gewoon te veel.” Tromp vertelt het hem. En ze neemt de roosterwijzigingen met hem door. Ze vraagt of hij zijn huiswerk heeft gemaakt en of ze hem moet helpen met de planning. Als het Bram niet lukt om een toets in de les te maken, mag hij de test ook in het speciale lokaal doen.

En dan ontploft het in de les

De prikkels stapelen zich in de loop van de dag op voor de kinderen uit de trajectgroep. Naar school fietsen, de klas in, intensieve lessen, pauzes, gangen vol kinderen. Dan kan het gebeuren, vertelt zorgcoördinator Lucia Al, dat het tijdens de les tot een ontploffing komt. „Het wordt een leerling allemaal te veel.”

Het gebeurt ook dat scholieren blokkeren en voor niemand meer bereikbaar zijn. Mandy Tromp: „In beide gevallen kan een leerkracht ons bellen. We halen de leerling dan op en proberen de spanningen en frustraties weg te nemen. Als de rust is weergekeerd, kan een kind terug naar de klas. Soms is dat na een uur, soms pas na een ochtend.”

Het is de bedoeling dat kinderen van de trajectgroep op den duur vrijwel zelfstandig kunnen functioneren. Leerlingen uit hogere klassen komen vaak nog maar twee keer per week. „Ze vinden het fijn dat er iemand is om op terug te vallen. Er is een vertrouwensband tussen ons en de scholieren.”

Bram beaamt dat: „Ik vertrouw jou volledig, mevrouw Tromp.”