En het liefst... een andere vader

Kennelijk vond Martha Heesen (Oisterwijk, 1948) het goed toeven in het land van haar jeugd. Net als Bajaar, vorig jaar bekroond met de Gouden Lijst, speelt ook Biezel zich af op het Brabantse platteland, kort na de Tweede Wereldoorlog. Zo kort, we schrijven eind jaren vijftig, dat in de dorpsgemeenschap waar Bies (Beatrice) en haar vrijzinnige ouders sinds een jaar wonen geen ruimte is voor het heden en al helemaal niet voor de toekomst. Dit tot grote frustratie van Bies. Ze heeft geen zin in oorlog: niet in de oude en niet in de nieuwe (de Koude).

Heesen bezit het talent om overtuigend in medias res te beginnen. Ook dit keer geeft ze blijk van die kwaliteit. ‘Ik wil...’, zo begint Heesen plompverloren haar verhaal waarin ogenschijnlijk weinig gebeurt, maar tussen de regels van alles broeit. ‘Ik wil’, herhaalt Bies, die zich zo direct een karakteristiek, eigenzinnig Martha Heesen-meisje toont, waarna een intrigerend en tegelijkertijd veelzeggend wensenlijstje volgt: een vriendin, een ezel, sokken die niet prikken en ‘het liefst van alles’ – ze durft het enkel te denken – ‘een andere vader’.

Niet dat Biezel niet dol op hem is. Maar hij is anders dan de vaders van de dorpsmeisjes: niet katholiek, en, nog erger, zonder werk. Vaak vindt Bies hem als een ‘rood met groen geblokte heuvel lusteloos op de bank’, terwijl hij in aanleg een creatieve, opmerkzame man is.

Heesen laat Bies geloofwaardig worstelen met haar gevoel buitengesloten te worden. De volwassenen om haar heen worden geleefd door hun oorlogsgeheimen. Wat is er indertijd met haar vader gebeurd? Waarom wordt Sofia – haar favoriete buurvrouw – met stenen bekogeld en is er ‘moffehoep’ op haar boshuisje gekalkt? En waarom komen zoveel ‘Indische’ mensen vanuit hun vaderland in hun dorp wonen?

Met weinig woorden en bedrieglijk heldere, maar beeldende zinnen roept Heesen via Bies’ perspectief zo een onvermoede wereld van emoties op en brengt ze behalve Bies’ kinderlijke universum ook de jaren vijftig knap tot leven.

Gaandeweg komen de verschillende verhaallijnen bij elkaar en weet Bies de puzzelstukjes van het verleden te leggen. Daarbij geeft Martha Heesen haar jonge hoofdpersoon gelukkig alle ruimte een ‘gewoon’ levensecht kind te kunnen zijn: bang in het donkere bos bij hun boerderij, onbevangen in haar (kerststal)spel en kijk op het katholicisme, en fantasierijk in haar daadkrachtige aanpak ‘een nieuwe wereld uit de oude’ te creëren.