DOWNTOWN

Amsterdammers doen vaak laatdunkend over de Kalverstraat, maar de helft koopt er wel zijn kleding. Een onderzoek naar het winkelgedrag van Amsterdammers geeft inzicht in de laatste trends.

Zomaar wat feiten: bijna de helft van de Amsterdammers van 18 tot 35 jaar koopt zijn kleding en schoenen in de Kalverstraat. Eén op de vijf Amsterdammers deed de laatste keer boodschappen bij de Albert Heijn, ongeacht het inkomen. De Dam is populair onder rijkere Amsterdammers: de Bijenkorf.

Het zijn op het eerste gezicht losse statistieken. Flodders, waar niet veel samenhangends over te zeggen valt. Maar het tegendeel is waar, zegt onderzoeker Rogier van den Groep van bureau Onderzoek & Statistiek (O+S). Elk jaar brengen zij het winkelgedrag van Amsterdammers in kaart. Met de resultaten kan de overheid beleid maken. Wordt een straat populairder? Dan moeten er misschien meer parkeerplekken komen.

Begin november verschijnt het nieuwste rapport. Zesduizend Amsterdammers uit alle wijken kregen een vragenlijst voorgelegd. Er komen een aantal trends uit naar voren, en één algemene conclusie. Amsterdammers zijn namelijk, zo blijkt, hondstrouw aan Amsterdamse winkels. Van het geld dat zij aan niet-dagelijkse goederen besteden – kleding, elektronica, meubels – wordt 78 procent in de hoofdstad uitgegeven.

„Niet zo gek”, zegt historicus Clé Lesger, auteur van het vorig jaar verschenen Het winkellandschap van Amsterdam, een historisch onderzoek naar haar ontwikkelingen als winkelstad. Volgens Lesger hoeven Amsterdammers de stad ook helemaal niet uit. „Amsterdam heeft zich ontwikkeld tot een stad waar alles te koop is.” Al blijkt 8,4 procent van de Amsterdammers dan de voorkeur te geven aan Stadshart Amstelveen (reden: makkelijk parkeren, groot winkelaanbod). „Jammer, maar niet te voorkomen”, zegt Martin van den Oever, beleidsadviseur detailhandel bij de gemeente Amsterdam. Om iedereen te kunnen bedienen zette de gemeente de afgelopen jaren in op renovaties van winkelcentra als het Gelderlandplein, Osdorpplein en Boven ’t IJ.

De veranderingen die Amsterdam als winkelstad heeft doorgemaakt, zijn volgens Lesger vooral te zien in de ‘winkelas’, de looproute van de Nieuwendijk via de Kalverstraat en Heiligeweg tot aan het Leidseplein. Lesger: „Tot de jaren zestig was de Kalverstraat dé luxestraat van Amsterdam.” Maar er veranderde veel; het traditionele Kalverstraatpubliek koos voor de P.C.Hooftstraat en Amstelveen. Het centrum van Amsterdam werd juist aantrekkelijker voor toeristen en de Kalverstraat veranderde in een winkelstraat voor de massa. Dit jaar kwamen budgetkledingketens Forever21 en Pull&Bear naar de winkelstraat. Ondertussen sloot het laatste bolwerk van de Kalverstraat als luxestraat, het chique modewarenhuis Maison de Bonneterie, zijn deuren.

Voor hun dagelijkse boodschappen gaan Amsterdammers in het algemeen naar winkels dicht in de buurt. Daarnaast kopen ze allemaal wel eens iets in het centrum en gaan ze voor grote aankopen waarbij de auto nodig is naar de randen van de stad. Daar zijn bedrijventerreinen met zaken als Praxis, Gamma en Ikea. Supermarkten zouden daar ook graag extra grote winkels openen, zegt Van den Oever, maar de gemeente is daar terughoudend in. „Wij willen geen Franse toestanden met hypermarchés die ver van de woonwijken liggen, wat mogelijk tot leegstand leidt in de bestaande winkelgebieden. Dat kan ten koste gaan van de leefbaarheid voor bewoners. De gemeente wil dat iedereen in de buurt zijn boodschappen kan doen.”

Volgens onderzoeker Rogier van den Groep blijkt uit de enquête dat 15 procent van de Amsterdammers best interesse heeft in grote winkels buiten de stad. „Alles voor het gemak. Amsterdammers kunnen dan nog even snel vanaf het werk boodschappen doen voordat ze de auto in de stad parkeren.” Maar volgens Clé Lesger moet je oppassen met te snelle conclusies. „Amsterdammers zeggen ook wel dat ze behoefte hebben aan grote warenhuizen buiten de stad, maar kijk naar het slecht draaiende Villa Arena. Tussen iets willen en er ook daadwerkelijk naartoe gaan kan een groot verschil zitten.”

Uiteindelijk, zegt Lesger, willen ook Amsterdammers met het winkelen een leuk dagje uit. Lekker langs de grachten wandelen. Kleding kopen in De 9 Straatjes en dan een kroegje in duiken. Volgens hem blijft die charme de komende tientallen jaren de kracht van Amsterdam. „Dat is zoveel leuker dan in een gloednieuw complex in een weggedrukt koffietentje een drankje drinken.” Zelf is Lesger niet ondervraagd door O+S. Maar, zo zegt hij, hij is net de gemiddelde Amsterdammer: „We kunnen goed afgeven op bijvoorbeeld de Kalverstraat. Maar uiteindelijk kopen we er allemaal wel eens wat.”