Deze keer wordt het geen doelloos rondjes vliegen...

Nederland neemt deel aan de strijd tegen IS. Met moeite zijn acht F-16’s gevonden voor de missie. Wat gaan die vliegtuigen doen en wat is daarvoor nodig?

Foto Bas Czerwinski

Daar gaan ze weer: zes Nederlandse F-16’s naar verre bases in het buitenland, exclusief twee vliegtuigen als reserve. Na de jarenlange missies in Afghanistan, op Kandahar in het zuiden en Mazar-i-Shariff in het noorden, op Sardinië en sinds begin deze maand in Polen voor wat Baltic Air Policing boven de luchtmachtloze Oostzeelanden zou je zeggen: voor de Koninklijke Luchtmacht intussen een routineklus. Maar dat is nooit zo – op het meenemen van potten pindakaas na, dan.

Hoeveel militairen gaan er mee? Volgens luchtmachtbronnen is de exacte omvang van de missie op dit moment nog niet bekend. Er is gesproken over 250 man, maar dat aantal staat nog niet precies vast, laat staan de aantallen vliegers, inlichtingen- en technisch onderhoudspersoneel, koks en andere ondersteunende manschappen. „Want dat is bij iedere missie anders”.

Toch valt wel er iets te zeggen over deze missie. Bijvoorbeeld dat er een krapte is aan gevechtsvliegtuigen: een herhaling van de problemen die bij de ‘Libische’ missie op de Sardijnse basis Decimomannu optraden toen ook nauwelijks toestellen konden worden vrijgemaakt. Volgens officiële opgave zijn er in beginsel 61 F-16’s inzetbaar. Maar vijf daarvan zijn er dus nét aangekomen op de Poolse basis Malbork, een tiental is voor opleiding en training gestationeerd op de Tucson Air Force Base in Arizona in de Verenigde Staten.

En dan is er nog het handvol toestellen van de Quick Reaction Alert (QRA) die vanaf de vliegbases Volkel of Leeuwarden het Nederlandse luchtruim of het ‘verantwoordelijkheidsgebied’ boven de Noordzee moeten vrijhouden van gekaapte verkeersvliegtuigen of rondneuzende Russische bommenwerpers. Dan blijven de toestellen die in variabele staat van onderhoud of modificatie verkeren, zoals de vier F-16's die in juli vanuit Afghanistan naar Nederland terugkeerden, hier nog buiten beschouwing.

Dat werd dus schrapen. Geen wonder dat de acht F-16’s die in beginsel waren toegezegd aan de snelle reactiemacht van de NAVO, de NATO Response Force (NRF), daarvoor nu niet beschikbaar zijn.

Gaan de vliegtuigen naar Jordanië? Dat zou een aantrekkelijke optie zijn

In het verleden was het anders. In 1999 deden twee dozijn F-16’s vanaf de Italiaanse bases Villafranca en Aviano mee aan het NAVO-bombardementsoffensief tegen Joegoslavië.

Je vraagt je af hoe de beschikbaarheid zal zijn van de opvolger van de F-16, de F-35 (beter bekend als de JSF). Daarvan worden er maar 37 aangeschaft.

De materiële en personele samenstelling van de missie is sterk afhankelijk van de geselecteerde locatie voor de vliegtuigen. Logisch: wie neerstrijkt op een desolate landingsstrip in de woestijn heeft meer nodig dan wanneer een NAVO-basis zoals die van Decimomannu wordt betrokken. Op Kandahar, waar Nederlandse F-16’s in vijf jaar 18.000 vlieguren maakten, kon de luchtmacht gebruikmaken van faciliteiten van de daar gestationeerde Amerikaanse luchtmacht.

Een basis in Jordanië, wat op dit moment alleen nog maar een optie is, zou wat dat betreft goed uitkomen. De Royal Jordanian Air Force heeft in het verleden al verschillende malen overtollige F-16’s van Nederland – en België – gekocht. De toestellen waren net gemoderniseerd waardoor de Jordaanse toestellen niet veel verschillen van die van de Koninklijke Luchtmacht. De Belgische minister van Defensie Pieter De Crem meldde woensdag dat de zes Belgische F-16’s die zijn toegezegd aan de anti-IS-coalitie inderdaad vanuit Jordanië zullen gaan vliegen.

De F16 van nu is niet meer de F-16 die de luchtmacht ooit kocht

De ‘Europese’ F-16’s zouden dan gebruik kunnen maken van bestaande onderhoudsfaciliteiten en munitiebunkers, zoals op de bases Muaffaq of Al-Jafr, in het midden en in het zuiden van het land.

De huidige F-16 is overigens nauwelijks meer te vergelijken met de versie die de luchtmacht 35 jaar geleden in gebruik nam. Die eerste uitvoering kon ‘domme’ bommen gooien en Sidewinder lucht-lucht-raketten voor de korte afstand lanceren. Maar dat was het wel. De huidige variant, die een ‘mid-life update’ heeft gehad, naast andere moderniseringen, kan bijvoorbeeld AMRAAM radargeleide raketten meenemen. Daarmee kunnen vijandelijke gevechtsvliegtuigen op tientallen kilometers worden geraakt – zoals in 1999 een Servische MiG-29.

Ook kunnen F-16’s worden volgehangen met geleide wapens die met lasers, via het satellietnavigatiesysteem GPS, of een combinatie daarvan, hun weg naar het doel kunnen vinden. Ook heeft de F-16 een zesloops Vulcan-kanon dat granaten met een kaliber van 20 millimeter kan verschieten. De recente verruiming van het defensiebudget is ondermeer gereserveerd voor aanschaf van nieuwe AMRAAM’s. Al die wapens moeten ook veilig in bunkers worden opgeslagen.

Met één aspect van de missie zullen de vliegers en het luchtmachtpersoneel blij zijn: ze mogen precisiegeleide wapens inzetten, sterker, dat wordt bij operaties de core business. Bij de Libische missie mochten Nederlandse F-16’s alleen rondjes draaien boven Tripoli. Dat leidde op Decimomannu tot lange gezichten. „We doen wat de politiek ons opdraagt”, klonk het desgevraagd braaf, maar ook: „Ik heb een professioneel militaire, maar ook een persoonlijke mening.” Ze hadden liever ook Paveway lasergeleide bommen afgeworpen, net als hun Belgische, Noorse en Deense F-16-collega’s. De politiek besliste toen anders.

De precisiegeleide wapens zullen nu dus ook vanuit Volkel of Leeuwarden naar de ‘expeditionaire’ basis worden meeverhuisd.

Ook tijdens de Afghaanse missie ter ondersteuning van Nederlandse politietrainers werd weinig geweld gebruikt. Daar vertoonden de F-16’s zich vooral in een intimiderende show of force om verdachte Kalasjnikov-dragers van kwade plannen af te houden. IS-strijders kunnen geen andere waarschuwing verwachten, dan het aanzwellend suizen van een Paveway of het ratelen van de Vulcan.