De trouwste aanhang van Europa vind je toch op de golfbaan

Vandaag begint in Schotland de veertigste editie van de Ryder Cup. Dat duel tussen Europese en Amerikaanse golfers is het enige grote sportevenement waarbij Europa een continentaal team heeft.

Europese fans dragen de kleuren van de Europese vlag bij aankomst in Gleneagles, Schotland voor de Ryder Cup Foto AP

Juichende fans gehuld in blauwe vlaggen. Blauwe sjaals, blauwe mutsen – de wangen afgeplakt met blauwe vlaggetjes en gouden sterren. Toeschouwers die gepassioneerd ‘Europe! Europe!’ schreeuwen rond de greens, voor een Duitser of een Schot. En ja: zelfs Britten moedigen Europa aan.

De Ryder Cup – droom van de verstokte Europeaan: spelers die schouder aan schouder strijden voor het oude continent, en nu eens niet voor hun eigen land. Twaalf sterren telt de Europese vlag – één voor elke speler van de Europese golfploeg. De Portugese voorzitter van de Europese Commissie, Barroso, legde vier jaar geleden, als gast bij de Ryder Cup in Wales, al gevat die link met de sport.

Met golfers uit liefst negen landen begint Team Europe vandaag om 08.35 uur (Nederlandse tijd) op het Schotse Gleneagles aan de veertigste confrontatie met de Amerikanen. De ploeg van de Ierse captain Paul McGinley verschijnt op de eerste tee met drie Engelsen, twee Noord-Ieren, een Welshman, een Schot, een Zweed, een Deen, een Fransman, een Spanjaard en een Duitser. België en Italië zijn er, vergeleken met 2012, niet meer bij.

Ze luisteren naar de Europese hymne

Het Europese feest is er niet minder om. Nog niet zo lang geleden werden alle volksliederen gespeeld van de spelers van Team Europe – maar die muzikale plechtigheid ging te lang duren. Op Gleneagles luisteren spelers als Sergio Garcia, Lee Westwood, Henrik Stenson en Victor Dubuisson gezamenlijk naar Beethovens Ode an die Freude, het volkslied van de Europese Unie.

Voor de golfers is het geen discussie: spelen voor Europa is het hoogst haalbare, ook al levert het geen eurocent op. „Ik kan me niet méér Europees voelen dan als ik Zweden, Duitsers, Britten, Spanjaarden en Italianen voor mij zie juichen”, zei de Spanjaard Garcia gisteren. „Dat is het ultieme Europese gevoel, denk ik.”

Na alle historie die de Ryder Cup met zich meedraagt is het opvallend dat golf nagenoeg de enige professionele sport is waarin Europa als continent optreedt. Helemaal exclusief is het niet meer: atletiek kent sinds vier jaar de IAAF Continental Cup, waaraan vier continenten meedoen. Die wedstrijd, die vorige week in Marrakech voor de tweede keer werd gehouden, kent nog lang niet de status van de Ryder Cup. Grote sporten als voetbal, tennis of rugby blijven beperkt tot een zaak van nationaal belang.

De Britten konden het niet alleen af

Toch is Team Europe, in het licht van de lange Ryder Cup-geschiedenis, relatief een nieuw fenomeen. De Cup begon in 1927 als duel tussen de beste Amerikaanse en Britse golfers, later uitgebreid met Ierland. Maar de Amerikanen waren altijd zó veel beter dat een van hun grootste sterren, Jack Nicklaus, in 1977 de Europeanen voorstelde zich te versterken met spelers van het vasteland. De primeur was in 1979 voor de legendarische Spanjaard Seve Ballesteros en diens landgenoot Antonio Garrido. Ballesteros beschreef later in zijn autobiografie Seve de ironie: 35 jaar eerder, na de Spaanse Burgeroorlog, hadden de berooide golfers uit Spanje de Britten nog gesmeekt om golfballen en materiaal. Nu riepen de Britten de hulp in van het Spaanse, al ging dat aanvankelijk niet van harte.

De Ryder Cups van 1979 en 1981 gingen opnieuw hopeloos verloren voor Europa. Maar na 1983 verschoof de sportieve balans en dankzij spelers als Ballesteros, José Maria Olazábal en de Duitser Bernhard Langer groeide de sport onstuimig op het continent. Van de zeventien Ryder Cups die Team Europe onder die naam speelde won het er negen. Zeven gingen verloren, één eindigde onbeslist. De laatste jaren hebben de Amerikanen nauwelijks iets in te brengen: Europa won zeven van de laatste negen Cups. De laatste keer dat Team USA in Europa won is 21 jaar geleden.

Geen Nederlander in Team Europe

Nederlanders slaagden er nog nooit in Team Europe te halen, al was Joost Luiten dit jaar dichtbij. Bij het vrouwelijk equivalent van de Ryder Cup, de Solheim Cup, lukte het wel: Christel Boeljon speelde drie jaar geleden een belangrijke rol in de Europese zege. „Heel bijzonder, je vormt samen echt een Europees team. Iedereen is die week met elkaar verbonden”, zegt Boeljon . „De Solheim Cup is veel kleiner, maar het is heel speciaal, zo veel traditie en geschiedenis, zo veel fans achter je. Het is de droom van elke golfer, vergelijkbaar met de Olympische Spelen.”

In 2018 naar Frankrijk

Hoewel de Britse eilanden nog altijd domineren in het Europese team groeit de continentale inbreng elk jaar. Tot nu toe werd de Europese editie één keer op het vasteland gespeeld, in het Spaanse Valderrama (1997). Voor de Cup van 2018 stelden Frankrijk, Duitsland, Spanje, Portugal en Nederland zich kandidaat. Het werd Saint-Quentin-en-Yvelines, waar Fransen zullen klappen voor de Britten en de Duitsers.

Toch is het maar de vraag hoe ‘Europees’ Team Europe is. Want de Duitser Martin Kaymer woont in Arizona, zes Europese ploeggenoten brengen het grootste deel van het jaar door in hun huizen in Florida: de Zweed Stenson, de Noord-Ieren Graeme McDowell en Rory McIlroy en de Engelsen Westwood, Ian Poulter en Justin Rose. Het zijn dan wel Europeanen – maar wie echt veel wil verdienen moet in Amerika zijn.