De jongen met de viool in het ziekenhuisbed

Tijdens een etentje met rechters hoorde de Britse schrijver Ian McEwan zo veel interessante verhalen dat hij een roman schreef over een juridisch-moreel dilemma: een kind dat geen medische hulp wil.

In de nieuwe roman Ian McEwan spannen artsen zich in om de zeventienjarige Adam Henry te genezen Foto Thinkstock

Een zaak van leven of dood. Zo kun je de rechtszaak die centraal staat in Ian McEwans nieuwe roman De kinderwet wel noemen. In een Londens ziekenhuis spannen artsen zich in om de zeventienjarige Adam Henry te genezen van leukemie. Adam komt uit een gezin van Jehovagetuigen en zowel zijn ouders als hijzelf weigeren om godsdienstige redenen de bloedtransfusie die zijn leven kan redden. Het ziekenhuis wil met een gerechtelijk bevel alsnog de transfusie afdwingen.

Fiona Maye is de rechter die zich over deze zaak mag buigen. Ze is gespecialiseerd in familierecht, wat betekent dat er van haar geen uitspraken over schuld of onschuld worden verwacht, maar zorgvuldig beredeneerde en gefundeerde Salomonsoordelen over zaken als echtscheidingen en de toekomst van kinderen. En net nu ze zich over deze spraakmakende zaak mag buigen, geeft haar echtgenoot te kennen dat hij een affaire wil beginnen met een veel jongere vrouw. Dit gooit haar hele leven overhoop, en dat terwijl ze tot nu toe met z’n tweeën een druk, maar evenwichtig leven hadden, met culturele uitstapjes en hun eigen koffieritueel. (‘Ze hielden van sterk, in een hoge witte kop met dunne rand, gefilterd uit hoogwaardige Colombiaanse bonen, met warme, maar niet hete melk.’)

Dit alles klinkt behoorlijk McEwanesk. Ook in romans als Amsterdam, Saturday en Solar hield de auteur ervan om de privébesognes van zijn personages met maatschappelijke thema’s te combineren.

Gruwelijke dood

De rechtszaak die centraal staat, maakt De kinderwet (The Children Act) meteen al tot een boeiend boek. Als lezer word je gedwongen mee te denken met rechter Maye wanneer die de argumenten van de advocaten van respectievelijk Adams ouders en het ziekenhuis aanhoort. Adam is minderjarig, en dus hebben zijn ouders zeggenschap over hem, maar omdat hij bijna volwassen is, telt voor de rechtbank ook zijn eigen mening. En hoewel Adam zelf ook transfusie weigert, is de vraag of hij zelfstandig tot dit oordeel is gekomen en of hij wel beseft wat voor gruwelijke dood hem te wachten staat als hij bij zijn besluit blijft. Rechter Maye wil zich daar persoonlijk van overtuigen en besluit Adam op te zoeken in het ziekenhuis.

Dat bezoek is niet vereist, het is zelfs nogal ongewoon – en het verloopt ook nogal ongewoon. Adam blijkt een innemende, intelligente jongen die zijn mening uitstekend kan verwoorden en met de dood voor ogen nog steeds viool studeert. Tijdens het bezoek zingt de rechter een lied terwijl Adam haar begeleidt op zijn viool – zo’n onwerkelijke scène waar Ian McEwan goed in is en die op het randje van het geloofwaardige balanceert.

De rechter is gefascineerd door Adam, en Adam gaat haar zien als zijn redder, die hem moet blíjven redden. De rechter probeert hem af te houden, maar doet dat op zo’n halfslachtige manier dat een tragische ontknoping onvermijdelijk lijkt.

Begin september schreef McEwan een stuk in The Guardian waarin hij schreef dat De kinderwet zijn bestaan dankte aan een etentje waaraan behalve de auteur ook een aantal rechters deelnam. Tijdens dat diner liet een rechter die gespecialiseerd was in familierecht een bundel zien waarin hij zijn vonnissen had opgeschreven en McEwan werd getroffen door de literaire manier waarop de uitspraken op schrift waren gesteld. ‘Deze vonnissen maakten de indruk van korte verhalen, van novellen.’

Onevenwichtig

Een aantal van de zaken waar McEwan die avond kennis mee maakte, kwam terecht in De kinderwet. Dat geldt niet alleen voor de zaak van de jonge Jehovagetuige, er worden in de roman ook andere aan de werkelijkheid ontleende zaken samengevat. Eigenlijk zijn het er te veel. In een aantal van die processen spelen religieuze motieven een rol, net als in de zaak van Adam Henry, die hebben dus een functionele rol, maar andere lijken vooral te worden vermeld om de lezer deelachtig te maken van de (terechte) verontwaardiging van McEwan. Dat maakt het boek onevenwichtig, en dat is opmerkelijk voor een schrijver als McEwan, wiens boeken meestal een toonbeeld van evenwicht zijn.

De aan de werkelijkheid ontleende elementen en de fictie zitten elkaar in De kinderwet eerder in de weg dan dat ze elkaar versterken. Juist door de persoonlijke verwikkelingen tussen rechter en patiënt worden de religieuze motieven die aan de zaak van Adam Henry ten grondslag liggen een beetje naar de achtergrond gedrongen, met name tegen het einde van de roman. Het is onduidelijk in hoeverre Adams laatste beslissing ingegeven is door religieuze overtuiging of persoonlijke teleurstelling. Dat maakt hem als personage wel interessant, maar het doet afbreuk aan de sobere gruwel van de zaak – want zo hebben de verbijsterende overtuigingen van de Jehovagetuigen uiteindelijk minder impact dan ze verdienen.